Hoofdrolspelers Mariska van Kolck (boven midden) en Tony Neef (uiterst rechts) met het ensemble van ‘Haal het doek maar op’ Foto Roy Beusker

Interview

Musical vol Nederlandse hits uit de jaren zestig en zeventig

Musical De jukeboxmusical ‘Haal het doek maar op’ bevat zoveel mogelijk Nederlandse hits uit de jaren zestig en zeventig. „Vijftigers moeten probleemloos in staat zijn alles mee te zingen”, zegt regisseur Paul van Ewijk.

Zo veel mogelijk Nederlandse liedjes, vooral uit de jaren zestig en zeventig in één show – dat was het idee achter de nieuwe Nederlandse musical Haal het doek maar op – van Appelscha tot Zierikzee, die deze maand in première gaat. Het zijn er, alles bij elkaar, ruim veertig geworden, inclusief de nummers die deels in diverse medleys werden verwerkt. „De generatie van vijftigers moet probleemloos in staat zijn alles mee te zingen,” zegt regisseur Paul van Ewijk. „De vraag was alleen hoe we al die liedjes in een verhaallijn zouden kunnen passen, om er een musical van te maken.”

Het antwoord kwam uit zijn eigen herinneringen aan de jaren negentig, toen hij meespeelde in de musicals van Jos Brink en Frank Sanders. Tijdens de tournees, in de bus, hoorde Van Ewijk van diverse collega’s allerlei verhalen over de schnabbeltoer van de jaren vijftig – het tijdperk waarin de meeste artiesten hun emplooi vonden in losse optredens op de vele feestavonden die destijds werden georganiseerd door verenigingen en bedrijven.

Zo’n nummer als ‘Ploem ploem jenka’, kun je moeilijk een dramatische lading geven

Paul van Ewijk, regisseur

Vaak gingen die verhalen over de legendarische conferencier en moppentapper Cees de Lange, die toen door zijn roem als radio-artiest tevens heel veel werk op de schnabbeltoer had. Totdat de grote populariteit van de radio in de loop van dat decennium werd overgenomen door de televisie. „Cees de Lange heeft die overstap niet kunnen maken,” aldus Van Ewijk. „Hij was niet in staat op de televisie de juiste sfeer van een zaal vol publiek te scheppen. Hij raakte geblokkeerd door de camera’s en heeft tenslotte de boot gemist.”

Zo speelt Tony Neef in Haal het doek maar op een op Cees de Lange en diens neergang gebaseerde conferencier, terwijl Mariska van Kolck een zangeres vertolkt die wél de overstap naar de televisie kon maken en een publiekslievelinge werd. Om hen heen staat een vierkoppig ensemble model voor jonge talenten als Willeke Alberti, Anneke Grönloh, Rob de Nijs en Johnny Lion die begin jaren zestig de status van „tienerster” kregen.

Ritme van de regen

Op het repertoire staan ook hun grootste hits van toen: ‘Spiegelbeeld’, ‘Brandend zand’, ‘Ritme van de regen’ en ‘Sophietje’.

Lees ook Trea Dobbs over Ploem Ploem Jenka

Een jukeboxmusical heet zoiets: een show die is opgebouwd uit bestaande – en bij voorkeur alom geliefde – nummers. „Maar binnen dat genre bestaan grote verschillen,” zegt scenarist Dick van den Heuvel die eerder ervaring opdeed met musicals over grootheden als Annie M.G. Schmidt en Ramses Shaffy. „Bij Shaffy vielen het levensverhaal en de liedjes bijna één op één samen. Hier is onze ambitie heel anders, omdat de liedjes soms nergens over gaan. Zo’n nummer als ‘Ploem ploem jenka’, kun je moeilijk een dramatische lading geven. Dit wordt veel meer het verhaal van jonge artiesten die entertainers willen worden en hun weg zoeken naar een carrière. Dat is enigszins te vergelijken met wat je tegenwoordig ziet: hoe heel veel jonge mensen hun nummers promoten via de sociale media.”

Van den Heuvel liet zich onder meer inspireren door een tv-fragment dat hij op YouTube vond: een uit 1964 daterende aflevering van de populaire talkshow Voor de vuist weg van Willem Duys, waarin Alberti, Grönloh, De Nijs en Lion – de jongedames in mantelpakjes, één jongeman in smoking, de ander in pak met stropdas – zo volwassen mogelijk losbarsten in het aloude ‘When the saints’. „Zo pril, zo onhandig nog, maar tegelijk zo vol jonge drift en vrolijkheid – ik dacht: dáár zou ik het in deze voorstelling wel over willen hebben. Niet dat ik specifiek over deze vier individuele tienersterren wilde schrijven, daarvoor weet ik te weinig van hen af. Maar wel om te laten zien hoe zulke sterretjes toen zijn begonnen.”

Lees ook beschouwing over Voor de vuist weg

Festival van Knokke

De door het theaterbedrijf De Graaf en Cornelissen geproduceerde musical brengt vier denkbeeldige jeugdidolen samen met een Cees de Lange-achtige conferencier van de vorige generatie. Het jeugdige viertal heeft zojuist het Songfestival van Knokke gewonnen – een toen ter tijd bestaand festival waarin een handvol landenteams, elk bestaand uit vijf artiesten, om de hoofdprijs streed. In het script maken de jonge artiesten na hun zege een tournee door Nederland, onder leiding van de op zijn retour rakende conferencier.

Tony Neef en Mariska van Kolck in ‘Haal het doek maar op’ Foto Roy Beusker

Paul van Ewijk heeft zijn jonge ensemble heel wat moeten vertellen over de tijden van toen: „Bijvoorbeeld over de stijl van zingen, die we nu nogal truttig zouden vinden. Kleine beweginkjes, guitig kijken, een overdreven dictie, nogal geëxalteerd – alles wat je bij elke opleiding al in de eerste klas afleert. In de voorstelling gaan wij die truttigheid niet terughalen, maar het moet wel iets van die stijl van vroeger uitstralen. We verwachten uiteraard niet dat er in de zalen veel achttien- en negentienjarigen zullen zitten. De mensen van mijn leeftijd, de vijftigers, zullen in de meerderheid zijn. En die willen iets zien dat ze kunnen herkennen.”

Haal het doek maar op – van Appelscha tot Zierikzee. Tournee t/m 26/4. Inl. degraafencornelissen.nl