Opinie

Kernenergie afschrijven is kortzichtig, Brussel

Green Deal Europa zet in op energie uit wind en zon. In werkelijk duurzame scenario’s voor de lange termijn is er juist een goede businesscase voor kernenergie, schrijft .
De kerncentrale in Grafenrheinfeld in juni 2015, kort voordat deze buiten gebruik werd gesteld; Duitsland wil in 2022 al zijn nucleaire centrales gesloten hebben. Foto Sean Gallup/Getty Images
De kerncentrale in Grafenrheinfeld in juni 2015, kort voordat deze buiten gebruik werd gesteld; Duitsland wil in 2022 al zijn nucleaire centrales gesloten hebben.

Foto Sean Gallup/Getty Images

De Europese Unie is van plan om dit decennium in het kader van de Green Deal duizend miljard euro aan publiek-private investeringen naar groene ondernemingen te sluizen. Maar kernenergie is daarvan uitgesloten.

In een interview met NRC, eerder deze maand, rechtvaardigde Europees klimaatcommissaris Frans Timmermans dit onomwonden: kernenergie is duur en niet duurzaam. „Laten we het ontdoen van de morele component en er heel zakelijk naar kijken. Gelet op de prijsdaling van duurzame energiebronnen als wind en zon, vind ik de businesscase voor kernenergie gewoon niet sterk.”

Een eigenaardig standpunt in de wetenschap dat Frankrijk, dat voor 70 procent op kernenergie draait, de goedkoopste stroom binnen de EU heeft en Duitsland, dat kerncentrales sluit om ze te vervangen door zon en wind, de duurste stroom. Het Planbureau voor de Leefomgeving becijferde onlangs nog dat kernenergie per ton vermeden CO2-emissies goedkoper is dan zon en wind. Maar goed, dit zijn nog theoretische kostenvergelijkingen. Echt zorgwekkend zijn de diskwalificatie van kernenergie, en de onbezonnen transformatie van een goed werkende energie-infrastructuur.

Zonnepanelen en windturbines worden inderdaad goedkoper, maar naarmate hun aandeel in de energiemix groeit, maken ze het energiesysteem duurder. Dit komt door de nieuwe, decentrale netten die moeten worden aangelegd om de stroom uit al die ‘puntbronnetjes’ te land, ter zee, en op daken bij elkaar te sprokkelen. Ook de gunstige plekken voor zon en wind zijn schaars. Naarmate windparken ook op windluwe plekken, of verder uit de kust moeten worden gebouwd, en zonnepanelen meer in de schaduw komen te liggen, stijgen de productiekosten. Het zijn de groeiende systeemkosten die zon en wind duur maken; burgers en bedrijven krijgen de rekening daarvan gepresenteerd.

Lees ook: Duurzame energie alleen maakt van de EU nog geen klimaatleider

Fluctuerende zon en wind

Het is inderdaad juist dat er geen businesscase is voor nieuwe kerncentrales. Dat ligt echter niet aan kernenergie, maar aan de EU. Fluctuerende zon en wind voegen twee derde van de tijd effectief nauwelijks toe aan de elektriciteitsproductie, ongeacht het geïnstalleerde vermogen. Er is altijd honderd procent back-up van conventionele centrales (fossiel of nucleair) nodig. Door de verplichte voorrang én prijsgaranties voor zon en wind is er structurele overcapaciteit op het elektriciteitsnet aan het ontstaan. Omdat lidstaten garant moeten staan voor 24/7 beschikbare capaciteit, is er voor conventionele centrales geen droge boterham meer te verdienen. Oude, afgeschreven centrales kunnen de race nog net volhouden; nieuwe centrales zijn zonder subsidies kansloos.

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD), en oud-minister Wouter Bos, de kersverse aanvoerder van Invest-NL (het investeringsfonds van de overheid dat de energietransitie moet aanjagen), kunnen dus risicoloos roepen dat ze elke aanvraag voor een nieuwe kerncentrale in behandeling zullen nemen: die aanvragen komen er niet.

China bouwt wél in hoog tempo kerncentrales. In 2025 zal het de Verenigde Staten (98 operationele reactoren) als grootste kernenergieland ter wereld naar verwachting passeren. China biedt wél de beleidszekerheid voor kernenergie die de EU niet langer biedt: het heeft een groothandelsprijs voor kernenergie vastgeprikt voor de ultralange termijn.

Het Verenigd Koninkrijk, dat ook kerncentrales bijbouwt, heeft eenzelfde beleid. De Britse Rekenkamer heeft kritiek op de prijsgarantie. Maar de hoogte van de prijs doet er niet eens zoveel toe; het gaat om de lange termijn zekerheid: moderne kerncentrales leveren tachtig jaar lang schone stroom, met een piepklein beetje afval dat duizend keer veiliger wordt opgeborgen dan al het overige, veel omvangrijkere en gevaarlijke industriële afval. Overal ter wereld blijft kernenergie een pijler onder het schone energiebeleid. Het IPCC ziet een rol voor kernenergie in klimaatbeheersingsscenario’s.

De EU daarentegen gaat onverschrokken door met de exclusieve expansie van zon, wind, en niet-duurzame biomassa uit levend bos. Wanneer het niet waait, of de zon niet schijnt, wil de EU uiteindelijk uitkomst bieden door een surplus aan groene stroom op te slaan in batterijen, of in waterstof.

Lees ook: Is Duitsland te vroeg gestopt met kernenergie?

Centrale regie

De EU gelooft in de markt, maar de markt bouwt geen kerncentrales. De markt wil snel geld verdienen, met zo weinig mogelijk kapitaalslasten. Het is Frankrijk gelukt om in relatief korte tijd onder centrale regie binnen twee decennia vijftig kerncentrales te bouwen. Siemens deed hetzelfde in Duitsland, gesteund door krachtige industriepolitiek. De kerncentrale in Borssele, ook een Siemens-centrale en operationeel sinds 1973, is daar nog een mooie bijvangst van.

Ooit was Euratom een steunpilaar voor kernenergie. Maar na Berlijn wil ook Brussel van kernenergie af, zoveel is wel duidelijk.

Met de voortgezette sluiting van kerncentrales in Duitsland en Zweden was ook 2019 een rampjaar voor schone energie in de EU. Wat er aan zon en wind bijkwam, ging er aan kernenergie net zo hard weer af. Met pakweg tien moderne kerncentrales, aan te sluiten op het bestaande net, zou onze nationale energietransitie gefikst zijn. Ook de restwarmte kan worden benut. Een paar centrales zouden waterstof kunnen produceren voor schone warmte, en schoon transport; ons mooie aardgasnet is daar uitstekend voor geschikt.

De EU daarentegen wil legioenen groene dwergen samen laten werken in een radicaal nieuw, bijkans ideologisch gedreven doe-het-zelf-energiesysteem, dat door het massale grondstofgebruik minder duurzaam is dan het lijkt. Onze honderdvijftig nucleaire ‘reuzen’, samen goed voor 14 procent van alle energie in de EU, mogen met pensioen; hoe eerder, hoe liever. Lidstaten die hun groene doel niet halen worden bestraft.

Dat de EU zijn geconsolideerde doel – 20 procent van alle energie duurzaam – zelf maar ternauwernood haalt, piepend en krakend en vooral door de inzet van biomassa, telt even niet mee. Welbeschouwd is de EU Green Deal geen voorbeeld voor de wereld, integendeel. Het is een rare Alleingang.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.