Opinie

Honderd jaar een wereld met Fellini

Joyce Roodnat Nu herdacht wordt dat filmer Federico Fellini 100 jaar geleden geboren werd, legt Joyce Roodnat uit waarom ze, anders dan een lezer vroeg, niet ophoudt over de Italiaanse meester.

Joyce Roodnat

Wie schrijft kan de bal verwachten. Zo kreeg ik voor mijn kiezen dat ik nou eens moest ophouden over „die eeuwige Fellini”. Dat is jaren geleden maar ik herinner me precies hoe bespottelijk ik dat vond. Ophouden over „die eeuwige Fellini”, hoe kom je erbij. Dat is ophouden over films die niemand hem nadeed. Je ziet navolgers van Scorsese, van Tarantino, van Ozu, maar niet van Fellini, al komt David Lynch in de buurt. Wat Fellini kon, kan niemand, het is maar gelukkig dat hij het deed.

Ophouden over „die eeuwige Fellini”, dat is ophouden over Marcello Mastroianni. Zonder hem geen Fellini, uit hun bromance vloeiden meesterwerken voort. Maar omgekeerd was er zonder Fellini geen Mastroianni geweest. Die gaf hem valse wimpers en priegelde hem om van charmante goedzak tot een gemankeerde latin lover vol diepte en duisternis.

Ophouden over „die eeuwige Fellini” is ophouden over die ene scène uit La dolce vita waar nooit over wordt opgehouden: de net-niet-kus in de Trevi-fontein is na 60 jaar zo beroemd dat hij een cliché werd voor… ja voor wat? Voor het onvermogen van de liefde. Voor de schoonheid van een verloren moment. Voor erotiek en impotentie. Voor existentiële angst. Voor weemoed all’Italiana. Voor wat je maar kunt verzinnen. Alles is goed, alles klopt, de scène plooit zich naar wie hem ziet.

Ophouden over „die eeuwige Fellini” is ophouden overIl Casanova, de ideale instap-Fellini. Alles zit er in, de honger naar álle vrouwen. De vrouwenvrees van álle mannen. De weemoed over het leven dat het voor ons allemaal presteert om zomaar voorbij te glijden. Plus de mooiste kostuums en decors uit de felliniaanse verkleedkist.

Federico Fellini. Foto Li Erben/Sygma via Getty Images

O ja, ophouden over „die eeuwige Fellini” is ophouden de termen ‘felliniaans’ te begrijpen, en ‘helemaal Fellini’ . Het is ophouden te snappen waarom bars en restaurants met zucht naar een sensationeel-sensueel imago zich ‘Fellini’ noemen.

Ophouden over „die eeuwige Fellini” betekent ophouden over de jeugdherinneringen die in al zijn films woelen. Over zijn tederste film:Amarcord, dialect voor „ah, mi ricordo”, och ik herinner mij. Over zwerfster Saraghina die aan het strand de rumba danst voor een troep opgewonden jongetjes. Over al die strandscènes, die allemaal herinneren in Rimini, de slordige badplaats waar hij als jongeman uit vertrok. Over Roma (1972) waar we zijn alter ego zien arriveren op Stazione Termini: hij begint meteen op te zuigen wat Rome hem biedt aan waanzin en beeldschone lelijkheid.

Honderd jaar geleden, op 20 januari 1920, werd hij geboren. „Die eeuwige Fellini” is nu echt eeuwig. En ik houd niet over hem op. Tot mijn laatste snik.