Holocaust-herdenking en politiek gaan samen in Israël

75 jaar bevrijding Donderdag is het Vijfde Wereld Holocaust Forum in Jeruzalem. Maar met vele wereldleiders op de gastenlijst en een drukke agenda voor premier Netanyahu heeft de herdenkingsbijeenkomst ook alle trekken van een politieke top.

Koning Willem-Alexander krijgt een rondleiding door het Yad Vashem-museum van Dan Michman, het officiële Israëlische herdenkingscentrum voor Holocaust-slachtoffers.
Koning Willem-Alexander krijgt een rondleiding door het Yad Vashem-museum van Dan Michman, het officiële Israëlische herdenkingscentrum voor Holocaust-slachtoffers. Foto Frank van Beek/ANP

Als in Israël de sirene gaat voor de Holocaustherdenking, staat alles en iedereen stil. Je voelt de rilling door het land gaan: hier heeft vrijwel iederéén een verhaal dat verbonden is met de onvoorstelbaar gruwelijke gebeurtenissen van toen.

Over vier dagen is het vijfenzeventig jaar geleden dat vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau werd bevrijd.

Er zijn op meer plaatsen herdenkingen, maar die in Israël is bijzonder – omdat hier veel overlevenden heen kwamen, omdat hier Yad Vashem is gevestigd, een van de grootste herdenkingscentra ter wereld, en omdat Israël zich profileert als het thuisland van de Joden.

De afgelopen dagen kwamen al meer dan veertig wereldleiders aan in Israël, onder wie de Nederlandse koning Willem-Alexander, voor het Vijfde Wereld Holocaust Forum dat vanaf deze donderdag gehouden wordt.

Het forum is een herdenkingsbijeenkomst, maar het heeft ook alle trekken van een politieke top. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu schroomt niet de afschuwelijke geschiedenis in herinnering te brengen bij zijn gesprekspartners om de Israëlische belangen te verdedigen.

Scheve analogieën

In de marge van het forum spreekt Netanyahu onder meer de Amerikaanse vicepresident Mike Pence, de Russische president Poetin en de Franse president Emmanuel Macron. Hij zal het hebben over de dreiging van Iran. Maar hij zal ook proberen zoveel mogelijk staatshoofden publiekelijk achter het Israëlische standpunt te krijgen dat het Internationale Strafhof in Den Haag geen bevoegdheid heeft over de Palestijnse gebieden. Vorige maand maakte aanklaagster Fatou Bensouda van het Strafhof bekend voldoende basis te zien voor een onderzoek naar oorlogsmisdaden in de Palestijnse gebieden. In reactie daarop noemde Netanyahu het Internationale Strafhof „antisemitisch”.

Israëlische politici worden doorgaans kwaad als anderen scheve analogieën met de Holocaust gebruiken. Zo reageerden ze verontwaardigd toen het Amerikaanse Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez migrantenkampen in de VS „concentratiekampen” noemde, of toen de Turkse president Tayyip Erdogan Israëlische acties in Gaza vergeleek met die van nazi-Duitsland.

Maar Israëliërs gebruiken de analogie zelf te pas en te onpas. Toen de Palestijnse leider Yasser Arafat zich in 1982 in Libanon schuilhield, vergeleek toenmalig premier Menachim Begin hem bijvoorbeeld met „Hitler en zijn mannen in een bunker”. Netanyahu waarschuwt met regelmaat dat het Iraanse stapsgewijze opschorting van de nucleaire afspraken hem doet denken aan de opkomst van de nazi’s.

De Poolse president Duda was gepikeerd: hij mag niet spreken op de herdenkingsbijeenkomst

Israël is niet het enige land dat de geschiedenis van de Holocaust gebruikt om zijn eigen positie mee te versterken. „De afgelopen jaren gaat het onderwerp Holocaust niet meer over geschiedenis, maar over hedendaagse politiek, over relaties tussen landen, staten en partijen”, zegt geschiedeniscorrespondent Ofer Aderet in een podcast van de Israëlische krant Ha’aretz. „Het is de politiek van de herinnering. Het maakt niet uit dat al die wereldleiders niet bij de oorlog waren, die strijd wordt nu nog uitgevochten.”

Dit keer gaat het spel tussen Rusland en Polen. De Poolse president Andrzej Duda is gepikeerd omdat hij niet mag spreken op de herdenkingsbijeenkomst in Jeruzalem, terwijl de Russische president Vladimir Poetin wel een woordje mag doen.

Hoewel herdenkingscentrum Yad Vashem verklaart dat de sprekers staatshoofden zijn van landen geholpen hebben Europa te bevrijden, waardoor Polen nu buiten de boot valt, is volgens historicus Aderet de werkelijke reden de man achter het forum.

Rusland vs. Polen

Het Wereld Holocaust Forum wordt gepresenteerd als een staatsproject in samenwerking met Yad Vashem – zo stuurde president Rivlin de uitnodiging. Maar het wordt grotendeels gefinancierd en georganiseerd door één man: Moshe Kantor, een rijke Russische zakenman die aan het hoofd staat van verschillende internationale Joodse organisaties. Kantor onderhoudt goede relaties met Poetin.

Rusland en Polen doen beide verwoede pogingen om de geschiedenis te herschrijven. Poetin verwijt Polen medeschuldig te zijn aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en collaboratie. De Poolse ambassadeur in nazi-Duitsland noemde hij een „antisemitisch varken”. Het beruchte Russisch-Duitse Molotov-Ribbentrop-pact, waarbij Polen werd opgedeeld, was volgens Poetin onvermijdelijk. Andersom heeft ook Polen zijn eigen versie van de gebeurtenissen. Een wet die het strafbaar maakte Polen te beschuldigen van collaboratie, leidde in 2018 tot kreukels in de relatie met Israël die nog amper zijn gladgestreken.

De titel van het forum is: ‘De Holocaust in herinnering brengen, antisemitisme bestrijden’. Een logische link – voor veel Joden is de Holocaust de extreme uiting van een doorlopend verhaal, dat loopt van Jodenvervolgingen in de Middeleeuwen tot de schietpartij in een koosjere winkel in New Jersey in december. De recente reeks antisemitische incidenten zien sommigen als een voorbode van het ergste.

Maar ook achter die terechte waarschuwing gaat een politieke strijd schuil. Vorige week nam Italië, in navolging van andere Europese landen, de zogeheten IHRA-definitie van antisemitisme aan, waarbij ook vormen van kritiek op Israël tot antisemitisme gerekend worden.

„Links probeert zijn antisemitisme te vaak te vermommen als antizionisme”, zei de Israëlische president Reuven Rivlin onlangs op een bijeenkomst. De afgelopen jaren voerde het Israëlische ministerie van Strategische Zaken een actieve strijd om de BDS-beweging internationaal als antisemitisch erkend te krijgen. Die beweging pleit wereldwijd voor een boycot van Israël vanwege mensenrechtenschendingen en de bezetting van de Palestijnse gebieden.

De Joods-Britse schrijver Anthony Lerman, een prominent criticus van de IHRA-definitie, vreest juist dat risico’s over het hoofd worden gezien door de steeds breder geaccepteerde gelijkstelling van antisemitisme met antizionisme.

Lees ook dit vragenstuk: Conflict Israël-Palestina is ook heel erg een woordenstrijd

Bescherming diaspora

„Extreem-rechtse krachten in Europa gebruiken enerzijds klassieke antisemitische stereotypen, terwijl ze tegelijkertijd zeggen dat ze van Israël houden”, zegt hij in een telefoongesprek. „Het reële gevaar van antisemitisme van rechts krijgt vrij baan omdat Israël vrienden wil zijn met Bolsonaro, Poetin en de Visegradlanden.”

Israël heeft altijd het eigen staatsbelang gesteld boven het beschermen van Joodse gemeenschappen in de diaspora, stelt Lerman. De betrokkenheid bij de strijd tegen antisemitisme wisselde naargelang die belangen.

Hij verwijst naar het voorbeeld van Argentinië, waar de militaire junta eind jaren zeventig jonge Joodse leiders vervolgde, terwijl Israël de economische relaties met het land voortzette. Toen de internationale kritiek op Israël toenam na de bezetting van de Westelijke Jordaanoever, trachtte Israël juist het centrum van de strijd tegen antisemitisme te worden. Na een tijdelijke terugtrekking rond de Oslo-akkoorden nam Israël na de aanslagen van 11 september 2001 weer het voortouw. „Er was wereldwijd angst voor toenemend antisemitisme, vooral uit jihadistische hoek”, zegt Lerman. „Israël kon zich profileren als een staat in de frontlinie.”

„Er wordt enorm veel politiek bedreven met de Holocaust”, zegt Holocaustonderzoeker Dan Michman. „Het is niet alleen het verleden en wat het voor ons betekent. Het hoge politieke profiel van de herdenking wordt gemanipuleerd door politici binnen en buiten Israël. Dat is een probleem. Wij proberen hier zo goed mogelijk voor de geschiedenis te staan, maar er wordt meer naar de politici geluisterd dan naar de historici.”