Grote bevolkingsvariatie bij vroege Homo sapiens

Paleontologie Skeletten in Afrikaanse graven laten zien dat zich meerdere takken hebben afgesplitst van de hoofdlijn van Homo sapiens.

Pygmeeën van de Baka-stam in de Centraal-Afrikaanse Republiek.
Pygmeeën van de Baka-stam in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Foto USO

Aan de voet van de modernmenselijke stamboom zijn twee nieuwe loten verschenen. Want rond 250.000 - 200.000 jaar geleden, toen de soort Homo sapiens net was ontstaan, splitsen zich niet alleen voorouders van de Zuid-Afrikaanse jagers-verzamelaars, de Khoisan, af van de ‘hoofdlijn’ met de voorouders van de meeste andere moderne mensen. Uit nieuw onderzoek blijkt dat rond dezelfde tijd ook voorouders van de Centraal-Afrikaanse jagers-verzamelaars (pygmeeën zoals de Mbuti en Aka) zich afscheidden van de hoofdlijn. En er splitste zich ook een ‘spook-groep’ af die tot nu toe alleen teruggevonden kon worden in een latere vermenging in moderne West-Afrikaanse bevolkingen als de Yoruba (Nigeria) en Mende (Sierra Leone).

Dit kon allemaal berekend worden dankzij nieuw gereconstrueerd paleo-dna van vier kinderen van tussen de vier en vijftien oud die 8.000 en 3.000 jaar geleden leefden in Shum Laka, West-Kameroen, en dankzij de vergelijking met ander Afrikaans paleo-dna en met moderne genomen.

De analyse door een groot wetenschappelijk team onder leiding van Mark Lipson (Harvard University) verscheen woensdag in Nature. Ook de bekende paleo-dna-pionier David Reich (Harvard), die de afgelopen jaren grote reconstructies van de afstamming van Europeanen en Zuidwest-Aziaten publiceerde, is bij dit onderzoek betrokken. Hij ontwikkelde de statistische techniek waarmee genealogische patronen kunnen worden berekend uit de variatie in een miljoen plaatsen in een genoom.

Diverse bevolking

De twee skeletten van 8.000 jaar oud werden in één graf gevonden, waarin een vierjarige jongen op de benen lag van een vijftienjarige jongen. Uit hun dna blijkt dat ze vierdegraadsfamilie waren, mogelijk achterneven. Op dezelfde begraafplaats werden ook vlak bij elkaar twee graven met skeletten van 3.000 jaar oud gevonden: van een vierjarige jongen en een achtjarig meisje, die mogelijk halfbroer en -zus waren.

Ondanks het tijdsverschil van 5.000 jaar behoren de kinderen tot dezelfde bevolkingsgroep (die weer was ontstaan door een menging van 35 procent ‘westelijke pygmeeën’ en 65 procent ‘basaal West-Afrika’). Opvallend is dat er geen verwantschap is gevonden met de huidige sprekers van de Niger-Kongo-talen, de Bantoes die juist rond 3.000 jaar geleden vanuit West-Kameroen met hun grote expansie naar Centraal- en Zuid-Afrika begonnen. Dat betekent niet dat de Bantoes niet uit West-Kameroen zouden komen. Kennelijk woonde er toen een diverse bevolking, aldus de onderzoekers.

De onderzoekers vonden ook sporen van een nóg oudere ‘spookgroep’, die zich al een half miljoen jaar geleden afgesplitst heeft, lang voor het ontstaan van Homo sapiens. In de ‘basaal West-Afrikaanse groep’ die de voorouders vormen van de Bantoes en de Yoruba’s zit ook een bijmenging van 2 procent van dat oude genoom. Die bevinding sluit aan bij een ontdekking uit 2017, dat een in West-Afrika relatief veel voorkomende genvariant voor een eiwit in menselijk spuug waarschijnlijk afkomstig is van een ‘onbekende Afrikaanse hominide’.