EU wil greep krijgen op Libische crisis, maar weet niet hoe

wapenstilstand Na jaren van afzijdigheid wordt de EU nu door andere landen tot actie gedwongen in Libië. Maar kunnen de EU-staten een vuist maken?

Migranten in Egypte uit omringende landen
Migranten in Egypte uit omringende landen

Slaagt de buitenwereld erin de wapens in Libië het zwijgen op te leggen? Dat blijft onzeker, al spraken de leiders van een aantal landen op de Libië-conferentie in Berlijn zondag af een wapenembargo strenger na te leven. Tot een wapenstilstand kwam het echter niet.

Vooral de Europese staten, die de gebeurtenissen in Libië de laatste jaren goeddeels op hun beloop lieten, beginnen te beseffen dat ze weinig tijd meer hebben om een ‘tweede Syrië’ te voorkomen. Na de recente verrassende interventies van respectievelijk Rusland en Turkije dreigen de EU-staten in een positie te belanden waarin ze geen greep meer hebben op de ontwikkelingen in Libië.

In Brussel bespraken de ministers van Buitenlandse Zaken maandag de Libische kwestie nader. Vooral de nieuwe EU-buitenlandcoördinator Josep Borrell liet blijken dat vrijblijvende oproepen tot een staakt-het-vuren niet meer toereikend zijn. „Je kunt niet zeggen ‘dit is een staakt-het-vuren’ en het daarna vergeten”, zei hij. „Iemand moet het in de gaten houden en managen.” Hij zinspeelde op een gecombineerde „civiel-militaire missie”. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas vond dat nog een brug te ver.

Wel overwegen de EU-staten operatie Sophia, waarbij met marineschepen voor de Libische kust gepatrouilleerd wordt, nieuw leven in te blazen. De operatie, bedoeld om mensensmokkel tegen te gaan, stopte in maart vorig jaar.

Voor de Europese staten staat er veel op het spel. Ze willen in geen geval dat via Libië weer grote aantallen migranten naar Europa komen of dat ze, ter voorkoming daarvan, deels afhankelijk worden van Rusland en Turkije. Die laatste landen proberen soms al druk uit te oefenen op de EU door te dreigen met een nieuwe exodus van Syrische vluchtelingen.

Libië is een hoofdpijndossier voor de EU, omdat met name Italië en Frankrijk verschillende partijen steunen. Italië geeft politieke steun aan de door de VN erkende regering van premier Fayez al-Sarraj in Tripoli. Frankrijk steunt generaal Khalifa Haftar, die het grootste deel van de rest van het land in handen heeft en nu Sarraj uit Tripoli probeert te verdrijven.

Vrede in Libië is extra welkom omdat ook de rest van Noord-Afrika niet bijster stabiel is. Tunesië zoekt al maanden een nieuwe regering. In Algerije is er een grote protestbeweging die af wil van het hele militaire en politieke establishment. In Egypte en Marokko heersen wel stabiele, zij het repressieve regimes.

De strijdende partijen in Libië zelf zijn intussen niets dichter tot elkaar gekomen. In Berlijn weigerden Haftar en Sarraj in één kamer te zitten. Zelfs zijn Russische beschermheer Vladimir Poetin kon Haftar niet tot aanvaarding van een bestand bewegen.

De buitenlandse presentie in Libië groeit. Er zijn Russische troepen, van de schimmige Wagner-groep, die betaald zouden worden door de Verenigde Arabische Emiraten. Ook beschikt Haftar over huurlingen uit Soedan en Tsjaad. De Turkse hulp bestaat vooral uit strijders die afkomstig zijn uit – en hun ervaring opdeden in – die andere crisishaard: Syrië.