Egypte houdt ‘gastvrij’ de grenzen dicht

Noord-Afrika Vluchtelingen uit Jemen en Soedan die onderweg zijn naar Europa, moeten door Egypte. En president Sisi houdt hen tegen.

Een man loopt in Caïro langs een café dat populair is onder Soedanese migranten. De Syriërs en daarna de Soedanezen vormen de grootste groep vluchtelingen in Egypte.
Een man loopt in Caïro langs een café dat populair is onder Soedanese migranten. De Syriërs en daarna de Soedanezen vormen de grootste groep vluchtelingen in Egypte. Foto Oliver Weiken/DPA

De hele nacht had Abdullah door de woestijn tussen Egypte en Libië gelopen. Opschieten, snauwden de bewapende mensensmokkelaars, hun gezichten bedekt, de groep migranten toe. Om het vol te houden waren er tabletten tramadol, een goedkope pijnstiller. En natuurlijk de droom om, na de vlucht uit Jemen, via Egypte en Libië naar Europa te komen.

Toen de dag aanbrak, hielden ze halt in een vallei aan de kust, herinnert de 24-jarige Abdullah zich. Al snel werd het heet, vreselijk heet. „Alles wat ik wilde was een glas water”, vertelt hij. „Ik wilde helemaal niet meer naar Libië.”

Hij is er ook nooit gekomen. Na uren in de hitte lieten de smokkelaars de groep van ongeveer honderd migranten plotseling alleen. Niet veel later werden ze ontdekt door de Egyptische grenswacht.

Dat betekende gedwongen uitstel van de Europese droom. Egypte houdt, met instemming en steun van de Europese Unie, de grenzen dicht. De woordvoerder van president Abdel Fattah al-Sisi vertelde in februari 2019 vol trots dat Donald Tusk, destijds EU-voorzitter, in een gesprek met Sisi Egypte „een succesvol model” in het bestrijden van illegale immigratie heeft genoemd.

Egypte weet dat het met migratie een troef in handen heeft. Zolang de grenzen dicht zijn, zal Sisi van steun uit Europa verzekerd zijn, en nauwelijks worden aangesproken op zijn repressieve beleid. De EU is vooral bezorgd over Egypte als potentieel emigratieland en doorvoerroute voor migranten. Daarom krijgt het land onder meer hulp via het EU-noodfonds voor Afrika en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), maar ook bilateraal via de lidstaten. Om hoeveel geld het gaat, is moeilijk te zeggen.

Aan de zuidgrenzen van Egypte – waar mensen uit Jemen, Eritrea, Ethiopië, Zuid-Soedan het land proberen in te komen – zijn in 2014 militaire zones ingesteld. In de havens in het noorden en langs de grenzen in het westen wordt streng gecontroleerd.

Dit gebeurt ook om het imago te beschermen van Egypte, dat een aantal jaren een belangrijk vertrekland is geweest voor boten naar Europa. Sinds in september 2016 een boot zonk - zeker tweehonderd opvarenden verdronken - is de controle verscherpt. De meeste slachtoffers kwamen uit Egypte. Dat de omstandigheden er zo slecht zijn dat mensen wegvluchten, past niet in de belofte van een sterk en welvarend land waarmee Sisi de bevolking rustig probeert te houden.

Dagelijkse druk

Na zijn onderschepping aan de grens met Libië zat Abdullah vijf maanden in diverse gevangenissen. Hij werd dagelijks onder druk gezet terug te gaan naar Jemen. „Ze gaven me een telefoon en zeiden dat ik iemand moest bellen om geld over te maken voor een vliegticket, en dat ik anders in de gevangenis zou blijven. Ik had geen keus, het is oorlog in Jemen, dus ik bleef in de gevangenis.”

Uiteindelijk werd hij in november 2018 na inmenging van de Jemenitische ambassade gedeporteerd. Aangekomen op het vliegveld van Aden vreesde Abdullahhij voor arrestatie, omdat hij uit het noorden komt en daarom in het zuiden gezien wordt als aanhanger van de Houthi-rebellen, waar hij naar eigen zeggen geen deel van uit maakt. Nog geen maand later zat Abdullah weer in een vliegtuig terug naar Egypte, op een visum voor medische behandeling.

Nu broedt hij samen met zijn vriend Mohamed op een nieuwe vluchtpoging. Ze delen een flatje in een drukke volkswijk in Caïro, waar tuktuks zich toeterend door de smalle, vaak onverharde straatjes persen. Buiten wordt vuilnis verbrand. Mohamed zat ook in de groep die door de woestijn naar Libië probeerde te komen. Hij heeft twee maanden vastgezeten, probeerde tien dagen daarna weer naar Libië door te steken en werd wéér gepakt. Nu blijven Abdullah en Mohamed zo veel mogelijk binnenshuis, uit angst voor deportatie. Ze willen niet met hun volledige naam in de krant, omdat ze vrezen op de radar van de veiligheidsdiensten te komen. Een Jemenitische vriend werd een jaar geleden in dezelfde wijk opgepakt toen hij over straat liep. Twee maanden later is hij gedeporteerd.

Registratie bij UNHCR

Eigenlijk had dat niet gemogen, en eigenlijk zou Mohamed zich niet zulke grote zorgen hoeven te maken. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR onderhoudt goede relaties met de Egyptische overheid en politie. Wie, zoals Mohamed, officieel als vluchteling geregistreerd staat, heeft in principe recht op een verblijfsvergunning – maar deze werd Mohamed zonder opgave van reden geweigerd.

Wie, zoals Abdullah bij zijn eerste vluchtpoging, alleen nog maar een afspraakkaart heeft met de UNHCR, wat betekent dat nog moet worden vastgesteld of hij recht heeft op de vluchtelingenstatus, heeft minder rechten.

Maar „Egypte is in de regio een voorbeeld wat betreft zijn gastvrijheid [...] tegenover vluchtelingen”, schreef UNHCR-vertegenwoorder Karim Atassi vorige zomer in een persbericht.

Vluchtelingen uit Syrië, (Zuid-)Soedan en Jemen mogen werken, ze hebben toegang tot onderwijs en zorg en ze vallen onder overheidsprogramma’s zoals inentingen tegen hepatitis C. „De Syriërs en daarna de Soedanezen vormen de grootste groep vluchtelingen, en het feit dat ze de taal [Arabisch] spreken maakt het voor hen een stuk makkelijker in Egypte”, zegt de lokale UNHCR-woordvoerder Christine Beshoy.

Discriminatie en racisme

Vluchtelingen uit Eritrea en Ethiopië hebben deze rechten niet, en ook voor de andere vluchtelingen is de praktijk vaak minder rooskleurig. De scholen en ziekenhuizen zitten al overvol en laten vaak geen vluchtelingen toe. Ook is er veel discriminatie en racisme.

Na de economische crisis in 2016 zijn bovendien harde bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd. Macro-economisch gaat het beter, maar 32,5 procent van de bevolking leefde in 2018 onder de armoedegrens, tegen 25 procent in 2011. Daarbij zorgt de explosieve bevolkingsgroei, van 86 miljoen in 2013 naar de 100 miljoen vorig jaar, voor een constante druk op de arbeidsmarkt en voorzieningen als onderwijs en zorg. Dat leidt ook tot verdere spanningen tussen migranten en Egyptenaren.

In de militaire zones in het zuiden wordt geen onderscheid gemaakt tussen smokkelaars, arbeidsmigranten en vluchtelingen, vertelt een Egyptische onderzoeker die anoniem wil blijven. „Een militaire rechtbank veroordeelt mensen die illegaal binnenkomen vaak tot een korte celstraf. Vaak worden ze na een maand vrijgelaten en overgedragen aan de veiligheidsdiensten. Die sluiten hen dan op in niet-officiële detentiekampen, om ze vervolgens uit te zetten.”

Volgens Egyptische activisten die vast hebben gezeten in zo’n kamp, El-Shalel (Waterval) bij de Soedanese grens, zijn de omstandigheden erbarmelijk. Criminelen, politieke gevangenen en vluchtelingen zitten door elkaar heen. Het eten is slecht en karig en het water vervuild, er zitten ratten en schorpioenen. Overdag is het bloedheet, ’s nachts ijzig koud.

Zeventig mensen in één cel

Abdullah had vergelijkbare ervaringen in de vijf maanden dat hij is vastgehouden. Eerst op het politiebureau in de grensplaats Salloum. „We werden geslagen, uitgescholden, en hadden geen contact met de buitenwereld. Geen enkele hulporganisatie kon ons bereiken.” Na drie maanden werd hij overgeplaatst naar de gevangenis van Marsa Matrouh, zo’n driehonderd kilometer ten westen van Alexandrië, waar hij zat tussen mensen uit Bangladesh, Sierre Leone, Soedan en Eritrea, en Egyptenaren die waren veroordeeld voor drugssmokkel of orgaanhandel. Bedden waren er niet. In één cel zaten soms wel zeventig mensen, met net genoeg ruimte om te liggen.

Ook een advocaat uit Aswan, vlak bij het El-Shalel-kamp, zegt dat vluchtelingen tussen criminelen worden opgesloten. Hij weet van Eritreeërs die met hulp van de Eritrese ambassade zijn teruggestuurd, ook al gaat het om jonge mannen die de langdurige dienstplicht wilden ontvluchten en bij terugkomst veroordeeld kunnen worden.

Gevraagd naar het bestaan van detentiekampen reageert UNHCR-woordvoerder Beshoy afhoudend: er is UNHCR veel gelegen aan een goede relatie met de veiligheidsdiensten, om geregistreerde vluchtelingen die in de problemen komen met de autoriteiten, wel te kunnen helpen. „Officieel bestaat dit kamp niet, dus dan kunnen we niks doen”, zegt Beshoy.

Ook Laurent de Boeck, hoofd Egypte van IOM, erkent dat zijn organisatie niet weet wat er bij sommige grensposten gebeurt. Tot 2011 had IOM een kantoor in het zuidelijk gelegen Aswan – dat moest op last van de overheid worden gesloten.

Smokkelaarsnetwerken

De EU en afzonderlijke Europese landen hebben de afgelopen jaren afspraken gemaakt met Egypte om te helpen bij de grensbewaking en het ontmantelen van smokkelaarsnetwerken. Ook gaat er EU- geld naar werkgelegenheidsprojecten.

Maar Abdullah en Mohamed willen weg, ook al is ook Abdullah inmiddels officieel geregistreerd en bezweert UNHCR-woordvoerder Beshoy dat „Egypte zich in het algemeen aan internationale afspraken houdt en geen vluchtelingen uitzet”. Door hun ervaringen is hun vertrouwen in de VN aangetast. Ze zijn vastbesloten een weg naar Europa te vinden, al hebben ze de Libië-route inmiddels opgegeven. „Misschien via Mauritanië”, oppert Abdullah. „Ik kan niet terug naar Jemen en ik kan niet hier blijven”, zegt Mohamed. „Als zich ook maar enige kans voordoet Egypte te verlaten, pakken we die.”

Lees ook deze column:De weg naar de dood loopt via de Egyptische gevangenis