Reportage

Een verplaatsbaar houten orgel, waarom is het niet eerder bedacht?

Orgelbouw In Amersfoort is het nieuwe Monteverdi-orgel ingeluid. Dit vervoerbare houten orgel is uniek: je kunt het uit elkaar halen en vervoeren in een bestelbus.

Het Monteverdi-orgel werd zondag in gebruik genomen in Amersfoort.
Het Monteverdi-orgel werd zondag in gebruik genomen in Amersfoort. Foto Steven Heybroek

‘Waarom heb ik dit eigenlijk niet dertig jaar eerder bedacht?”, vraagt organist Krijn Koetsveld zich af. Koetsveld is de initiator van het nieuwe, transporteerbare ‘Monteverdi-orgel’ dat afgelopen zondag met een feestelijk concert in gebruik is genomen in de St. Franciscus Xaveriuskerk in Amersfoort. Het houten orgel met open pijpen is gebouwd door de firma Klop, onder auspiciën van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds (NMF), het is enig in zijn soort. „Ik had niet verwacht dat het zo verschrikkelijk mooi zou worden”, zegt Koetsveld.

„Achteraf lijkt het voor de hand liggend”, zegt Frits Schutte van het NMF, die het project begeleid heeft. „Maar voordat Krijn bij ons aanklopte, is nooit iemand op het idee gekomen.”

Historische authenticiteit

Tijdens de opnames van Monteverdi’s madrigalen met zijn ensemble Le Nuove Musiche viel bij Koetsveld het kwartje. In de historische uitvoeringspraktijk staat authenticiteit hoog in het vaandel: violisten en blazers spelen op (replica’s van) oude instrumenten, musici doen uitvoerig archiefonderzoek, over ieder detail wordt nagedacht. „We doen alles zo authentiek mogelijk – en dan slepen we op het laatste moment een orgel naar binnen waarvan we zeker weten dat het niet authentiek is”, zegt Koetsveld.

Tegenwoordig is dat meestal een kistorgel. Dat is makkelijk te vervoeren en de organist zit in het ensemble, in tegenstelling tot bij het grote orgel van een kerk. Het klankbeeld is echter verre van ideaal: mompelend, wat troebel. Zeker bij Monteverdi misstaat dat: zijn muziek verlangt een heldere, duidelijk gearticuleerde klank. In een brief uit 1610 roemde Monteverdi het ‘soave’ (lieflijke) karakter van het houten orgel. Hij liet zelfs de houten orgels van de Venetiaanse San Marco voor een repetitie naar een oefenkerk brengen.

Houten orgels zijn echter kwetsbaar, en er zijn er slechts drie overgeleverd, die allemaal vast op hun plek staan. Het voornaamste exemplaar bevindt zich in de Silberne Kapelle in Innsbruck en is in 1580 gebouwd in Italië. Het kan haast niet anders of Monteverdi heeft de bouwer gekend, zegt orgelbouwer Niels Klop. De open pijpen van het Monteverdi-orgel hebben hij en zijn vader Henk Klop gebaseerd op het instrument uit de Silberne Kapelle.

Gerenommeerde bouwers

Een orgel bouwen, dat kunnen de internationaal gerenommeerde Klops wel. „Het spanningsveld was: hoe moet het klinken?”, zegt Niels Klop. Op basis van dat ene woordje van Monteverdi, ‘soave’, en in nauwe samenspraak met Koetsveld en zijn ensemble, hebben ze uitgebreid onderzoek gedaan. Het resultaat is een orgel met open pijpen van Italiaans cipressenhout, vijf registers en een dubbele windvoorziening: er zit een motortje in, maar de balgen kunnen ook met de hand bediend worden.

„Het spreekt heel helder, met een gearticuleerde klank”, zegt Koetsveld. Hij is niet alleen in zijn enthousiasme: de leden van zijn ensemble merken dat het orgel beter mengt met de overige instrumenten en veel meer steun geeft aan de zangers. Behalve als begeleidingsinstrument kan het orgel bovendien ook solo worden ingezet.

Het orgel is gedecoreerd door Michele Barchi, die behalve een vermaard klavecinist (hij speelt onder meer in muziekensemble Il Giardino Armonico) ook instrumentenbouwer én decorateur bleek. „Je weet niet wat je ziet, als je bij hem binnenkomt”, zegt Schutte van het NMF: geen centimeter van zijn huis is onbeschilderd. De doelstelling was dat de aanblik van het orgel meteen de associatie ‘Venetië 1600’ zou oproepen. Dat is schitterend gelukt.

Het orgel is zo hoog als de langste pijpen, 2.40 meter, maar in delen uiteen te halen en vervoerbaar in een bestelbus – een andere doelstelling. Het blijft eigendom van het NMF, maar Koetsveld heeft het in bruikleen voor een termijn van vijf jaar, die in principe steeds verlengd zal worden. Wanneer Koetsveld het orgel niet nodig heeft mogen anderen het gebruiken. „Er zijn al veel reserveringen”, zegt Schutte, die het orgel „een aanwinst voor het Nederlandse muziekleven” noemt.