Foto Kaapo Kamu

Interview

Dirigent Santtu-Matias Rouvali: ‘Fin-zijn is een heel sterk gevoel’

Santtu-Matias Rouvali De eigenzinnige Santtu-Matias Rouvali (34) debuteert dit seizoen bij de Berliner Philharmoniker, de New York Philharmonic en, volgende week, het Concertgebouworkest.

Göteborg, de tweede stad van Zweden, is geen plaats om op het eerste gezicht smoorverliefd op te raken. Oude trams, brede boulevards naast een popperig oud wijkje, charmant en keurig. En toch is het orkest van Göteborg vruchtbare aarde voor dirigenten van wereldformaat. Na Charles Dutoit was Neeme Järvi er 22 jaar chef-dirigent, gevolgd door Gustavo Dudamel, die daarna opklom naar de supertop. „Dit orkest heeft een dubbele aantrekkingskracht”, zegt zijn opvolger, de jonge Fin Santtu-Matias Rouvali (34) in zijn dirigentenkamer, omringd door partituren, nette schoenen op spanners en onderbroeken. „Eén: er werken hier geweldige musici. Het orkest betaalt ook het beste van Zweden als ik me niet vergis, en het bezit prachtige instrumenten. Twee: de zaal.”

Rouvali is zelf óók zo´n dirigent die „internationaal furore maakt”. Dat schreef NRC overigens al in 2012, toen Rouvali 27 was en nog vaak te gast in Den Haag, bij het Residentie Orkest – dat daarmee een vooruitziende blik aan de dag legde. De recensent hoorde „prachtige contrasten” en „perfect gedoseerde dynamiek” in een „sfeervol, zwierig, meeslepend, imposant en uitbundig” geheel.

„Ik denk er nog vaak met plezier aan, vooral aan de mensen”, zegt Rouvali.

Dit seizoen is een sleuteljaar voor hem, met debuten bij de Berliner Philharmoniker, het New York Philharmonic en het Concertgebouworkest. Berlijn zit er al op, „en men heeft wel laten doorschemeren dat ze graag willen dat ik terugkom”, zegt hij. „Het staat alleen nog niet zwart op wit. Zo gaat dat vaak. Potloodafspraken. Maar ze vroegen me wel welke muziek ik volgende keer graag zou willen dirigeren. Dat heb ik maar opgevat als een veelbelovende insinuatie.”

Onderkoelde humor is typerend voor Rouvali. Zijn gezichtsmimiek, met twinkelende ogen van onduidelijke kleur, is ongewoon beweeglijk. In combinatie met veel geschud van zijn lange blonde krullen en veel handgebaren, geeft het hem een faunachtige uitstraling. Zelf schrijft hij zijn „aparte humor” toe aan zijn Fin-zijn, vertelt hij, en aan het feit dat dat nou eenmaal „een land is met zeer weinig daglicht, en dat doet wat met je”.

Halfgare ontdekkingsreizigers

„Finland is belangrijk voor me”, beklemtoont hij. „Ik ben er trots op dat ik Fins ben. Mensen in het buitenland hebben verwachtingen van ons. Ze denken dat Finnen een beetje gek zijn, halfgare ontdekkingsreizigers.”

Hij wijst op het schilderij van een berkenwoud en een hertengewei aan de wand van zijn dirigentenkamer. „Dat hert heeft een vriend van me geschoten, het gewei heeft hij me toen cadeau gedaan. Maar ik had het ook zelf kunnen zijn. Ik woon in Finland op een boerderij en jaag graag en vaak. Of ik vis. En ik verbouw ook groente. Geen grootschalige akkerbouw – mijn land heb ik verpacht aan echte boeren. Maar ik ben wel echt een buitenmens. Als ik thuis ben, omringd door extreem schone lucht, paddenstoelen plukkend en me erop concentrerend niet de verkeerde te kiezen, voel ik me sterk en gezond.

Een chef-schap in de Verenigde Staten zou ik zeker afslaan. Europa biedt genoeg

Santtu-Matias Rouvali, dirigent

Waarschijnlijk is het ook een manier om tot rust te komen van de hectiek van het dirigeren. En van het vele reizen, waaraan ik een hekel heb. Een chef-schap in de Verenigde Staten zou ik zeker afslaan. Europa biedt genoeg.”

Houten schoenendoos

Göteborgs Konserthuset heeft een fraaie entree, nog geheel in de stijl van het bouwjaar 1935. De eigenlijke zaal is van vloer tot nok met hout beklede schoenendoos die zo klinkt als je verwacht: rijk en resonant, als één gigantische klankkast. „Warm en horizontaal, zou ik zeggen”, zegt Rouvali. „In ritmische accuratesse betaal je een prijs, dat is wennen. Maar je kunt hier prachtige cd-opnames maken.”

Rouvali koos Sibelius. De eerste cd die uitkwam in wat uiteindelijk een cyclus van alle symfonieën zal worden, heeft hem geen windeieren gelegd: zeven verschillende internationale prijzen won de opname, die door de letterlijk geweldige kracht van het betoog maakt dat je dringend veel méér van Sibelius wil horen.

„Voor het Göteborg Symfonieorkest zijn de symfonieën van Sibelius kernrepertoire, het publiek eist het die regelmatig te horen en op tournee gaan ze standaard mee”, zegt Rouvali. „Dat komt deels voort uit Scandinavische trots, deels uit het feit dat de roem van het orkest op deze stukken berust. Sibelius was een Fin, maar hij sprak Zweeds; hij kwam hier vaak. Zelf dirigeer ik Sibelius graag omdat ik het gevoel heb dat ik hem snap. Met een gedeelde liefde voor de Finse natuur heeft dat niks te maken, dat is een toeristencliché. Sibelius was elegant en mondain, eerder een stadsmens. Nee, het gaat om het grondgevoel dat in zijn symfonieën doorklinkt; het verdriet en de duisternis die elke Fin snapt en herkent. Finland was altijd “tweede”, het hoorde eerst bij Zweden, daarna bij Rusland. Pas vanaf 1918 is het land onafhankelijk. Fin-zijn is mede daardoor een heel sterk gevoel.”

Een wonderlijke karakteristiek van Finland is ook de hoeveelheid beroemde dirigenten die er vandaan komen. Sakari Orama, Esa-Pekka Salonen, Jukka-Pekka Saraste, Mikko Frank, nestor Jorma Panula – de lijst is lang en imposant. „De verklaring is simpel”, zegt Rouvali. „Met de pedagogische kwaliteiten van Jorma Panula heeft het niet zoveel te maken, dat is meer een hardnekkige legende. Maar Panula déed wel iets wat van groot belang was: hij stichtte een conservatoriumorkest dat door de studenten orkestdirectie wordt geleid. Aan andere opleidingen oefenen jonge dirigenten met twee piano´s: surrogaat. Wij leren het vak onder de werkelijke condities, door voor een grote groep mensen te staan. Dat maakt alle verschil.”

Zevende zintuig

Misschien, zegt Rouvali, dat dat hem ook geholpen heeft bij het behouden van zijn „natuurlijkheid” als hij voor een orkest staat. „Ik heb nooit zo’n last van stress. Natuurlijk zijn debuutconcerten als die bij de Berliner Philharmoniker of het Concertgebouworkest dit seizoen enorm belangrijk voor me. Maar dan bel ik tevoren gewoon mijn vriend Sakari Orama, en vraag wat ik moet verwachten. Je tactiek kun je aanpassen, jezelf niet. Wat is “normaal” voor een orkest? Wat voor dirigenten komen er: bouwers of artistiekelingen? Is een orkest gewend aan dirigenten die praten tijdens het repeteren, of juist niet? Amsterdam moet nog komen, maar over Berlijn zei Sakari: de musici proberen je een kwartier uit. Dat is de test. Willen we muziek met hem maken? Zo was het precies. Omdat ik erop was voorbereid, bleef ik relaxed.”

Wat een goed dirigent maakt, blijft verder „lastig te zeggen”, vindt Rouvali. „Je hebt techniek, je hebt charisma, ieder mens heeft een andere combinatie van beide en niemand heeft alles. Maar er is ook zoiets als een zevende zintuig. Waarom sprankelt de een meer dan de ander, waarom kijkt er bij sommige dirigenten niemand op zijn horloge? Ik had het graag begrepen, kunnen uitleggen. Maar helaas. En ergens vind ik het ook wel prettig dat het een beetje een raadsel blijft.”

Bij het Concertgebouworkest leidt Rouvali volgende week in de miniserie Mens & Mythe een opmerkelijk debuutprogramma: een wereldpremière van de pas overleden componist Theo Verbeij staat naast Verdi’s Ouverture “La forza del destino” en Stravinsky’s opera-oratorium Oedipus Rex. Allemaal zeer complexe stukken, wijd uiteenlopend van stijl bovendien.

„Ik heb er niet zelf voor gekozen”, zegt Rouvali „Veel fijner is het om, zoals in Berlijn en New York, te debuteren in muziek waarin ik me op mijn gemak voel. Maar dat was bij het Concertgebouworkest geen optie.”

Hij grinnikt, en gooit zijn blonde krullen nog eens woest door elkaar. „Dus dan probeer ik het maar gewoon tóch, en zie ik wel of ik het leuk vind. En dat noem je dan een ‘uitdaging’.”

Mens & Mythe – Het onverbiddelijke noodlot: Oedipus. Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Santtu-Matias Rouvali m.m.v. o.a. Pierre Bokma, spreker. 30 en 31/1 Concertgebouw, Amsterdam. Inl: concertgebouworkest.nl