Brieven

Brieven

Foto Olaf Kraak/ ANP

Volgens het commentaar in NRC gaf de Autoriteit Financiële Markten (AFM) het controlewerk door accountants „bij slechts twee van de veertien doorgelichte jaarrekeningcontroles een voldoende” (Ingrijpen bij de accountants is nu onvermijdelijk, 20/1). De methode die toezichthouder AFM hanteert is echter door de rechter vorig jaar in hoger beroep als ondeugdelijk bestempeld. Anders dan de AFM beweerde hadden de betrokken accountants wel degelijk voldoende informatie verzameld.

Accountants verrichten zo’n 21.000 wettelijk verplichte controles bij bedrijven, waarvan 2.100 bij zogeheten ‘organisaties van openbaar belang’, zoals Shell. Hoeveel van die controles mogen fout gaan? Nul? Op dit moment zien we minder dan eens per jaar een probleem. Als dat aantal verder omlaag moet, moeten de controletarieven stijgen. Dat heeft te maken met de afspraak onder alle contracten tussen accountants en ondernemingen. Daarin staat dat de werkelijke cijfers mogen afwijken van de in de jaarrekening gepresenteerde cijfers; in praktijk vaak vijf procent van de winst. Deze marge (‘materialiteitsgrens’) is ingesteld omdat we als maatschappij maar een beperkte hoeveelheid geld over hebben voor de controle op cijfers. Als we willen dat accountants meer fraudes zien, of dat meer fouten in de winstberekening of waarden op de balans worden opgemerkt, moeten we niet de minister laten ingrijpen, zoals de Monitoring Commissie Accountancy voorstelt, maar moet men de materialiteitsgrens trachten scherper te stellen. En dan gaat het tarief wel mee omhoog!


hoogleraar accounting UvA