Recensie

Recensie Theater

Bloedstollend cabaret van Stefano Keizers

Net als zijn debuut is opvolger Sorry Baby van cabaretier Stefano Keizers een radicaal theaterexperiment, waarbij hij de verwachtingen van het publiek op zijn kop zet.

Stefano Keizers in Sorry Baby Foto's Bram Petraeus
Stefano Keizers in Sorry Baby Foto's Bram Petraeus

Allereerst een waarschuwing, een spoiler alert in goed Nederlands. Over Sorry Baby de nieuwe voorstelling van Stefano Keizers kun je niets wezenlijks zeggen zonder de verrassing te verklappen en het theatrale effect teniet te doen. Dus wie de voorstelling nog gaat bezoeken – en je zou gek zijn om niet te gaan – kijkt alleen naar de ballen bij dit artikel.

Sorry Baby begint waar Erg Heel, het debuut van Stefano Keizers (echte naam: Gover Meit) ophield. Erg heel eindigde met Keizers die neerviel, voor dood bleef liggen en zelfs niet opstond voor applaus.

In Sorry Baby ligt hij voor dood in een wit pak op een witwollen tapijt in een tuintje.

Die continuïteit heeft betekenis: de twee voorstellingen vormen inhoudelijk een organisch geheel: een verzet tegen de gangbare orde in het cabaret.

Boven het podium hangt een klein scherm, met daarop in digitale letters de tekst: ‘Deze voorstelling duurt nog … minuten.’ Als er muziek wordt ingezet, verschijnt daar het getal 90. Keizers springt op, grijpt de microfoon uit de standaard, maar zegt niets en begint een energieke dans, de mond consequent opengesperd, waardoor zijn gezicht een verwonderd geheel vormt. Het eerste lied loopt vanzelf over in een nieuw nummer en bij de toeschouwers die dat merken, is een eerste lach te horen. Ik kijk voor het eerst op de aftellende klok: nog 86 minuten. Bij 83 vraagt hij gebarend om applaus, dat hij krijgt en pas op 81, het duurt allemaal veel te lang, stopt hij met dansen.

Meteen is er het gevoel dat Keizers weer dwars tegen de verwachtingen inspeelt. In Erg Heel voldeed hij geen moment aan de verwachting dat een cabaretier zijn publiek vermaakt met grappen en verhalen. Nu gaat hij een stap verder.

Hij haalt een brief tevoorschijn, gericht aan zijn regisseur en impresariaat, geschreven in december. „De voorstelling is te slecht”, zegt hij, en hij wil stoppen met de try-outs en de tournee afzeggen. „Mijn ziel zit er niet in.” Maar de regisseur en zijn management pikken het niet en sluiten hem op tot hij toegeeft en doorgaat. Het is een geestig verhaal, vol grappen over zijn onvermogen, zijn status als vermeende rebel en het theater als heilige plek. Als hij klaar is, staat er ‘nog 58 minuten’ op de teller.

Dan zegt hij schokschouderend dat dit het was en dat hij door zijn materiaal heen is. Het is een verbijsterend moment. Her en der in de zaal klinkt nerveus gelach. Het is ook een toegeeflijke lach, om de brutaliteit van de mededeling. De bloedstollende spanning die dat oplevert, vanwege de dreiging dat deze cabaretier geen ‘voorstelling’ aan het spelen is, neemt in het verloop van de avond alleen maar toe, met het besef dat Keizers in staat is het te menen.

Het publiek mag weg, graag zelfs, zegt hij. Blijven mag, maar dat is als kijken „naar iemand die moet nablijven”. Hij stelt regels op: er mag niet gelachen en geapplaudiseerd worden. Wel zegt hij de afgekeurde liedjes en dansjes te doen, inclusief oude lichtstanden en muziekjes. Als er geen reactie komt, zegt hij: „Meezingertje dan maar?” Dan brult hij zich vals door een lied van Kurt Weill in het Duits heen. Op dat moment weet je zeker dat hij zijn show de grond injaagt. Er volgen nog meer maffe nummers en ankedotes.

Bij Sorry Baby volgt geen amusement, geen verlichting, geen beloning, geen bevrijding

De tijd kruipt voorbij en toch blijft de spanning intact. De ervaring is vergelijkbaar met die bij de voorstelling die evenzeer historisch was en een herdefinitie van het begrip ‘voorstelling’: Ergens Anders van Micha Wertheim. Wertheim verscheen niet op het toneel en ondanks alles wat zich daar nog afspeelde, was je vooral bezig met de vraag of hij misschien toch niet, alsnog, tevoorschijn zou springen. Bij Keizers blijf je je afvragen of het alleen maar uitstel is, of er een wending komt, een terugkeer naar, ja, naar wat eigenlijk? Ook bij die vraag raak je in de knoop.

Keizers biedt geen houvast, geen herkenning en heeft lak aan conventies, lak aan esthetische gevoeligheid. Hij veroorzaakt dezelfde spanning als een performance kunstenaar: wat gebeurt er, houdt hij het vol? Meer dan door de taal, zoals gebruikelijk bij cabaret, word je gevangen gehouden door een idee.

Lees ook het interview met Stefano Keizers over het einde van Erg heel

Bij het doodliggen bij Erg Heel, wat leidde tot sadistisch gedrag van toeschouwers die met hem sleepten, hem prikten en met water overgoten, viel de vergelijking met performancekunstenaar Marina Abramovic. Die nodigde in 1974 galeriebezoekers uit om haar te bewerken met een voorwerp en enkele mannen deden dat. Ze werd ontkleed en gesneden en iemand zoog bloed uit haar nek. Sorry Baby is de cabaretvariant van haar The Artist is Present (2010), waarin bezoekers tegenover haar aan een tafel mochten plaatsnemen in een museum, alleen om te kijken. Keizers is er, met zijn performance tegen heug en meug, maar meer dan er zijn weigert hij te doen. In die theatrale ontmoeting tussen kunstenaar met zijn publiek heeft het publiek de rol van tegenspeler. Het berust, door stil te zijn, of ageert. Zoals Abramovic in haar memoires schrijft is de essentie van een performance ‘dat publiek en kunstenaar het werk samen maken’.

Ongeloof

Bij Sorry Baby volgt geen amusement, geen verlichting, geen beloning, geen bevrijding. Er is alleen ongemak en ongeloof. Ongeloof over de durf om het publiek zo te bruuskeren en hard te ontzeggen waar het voor heeft betaald: het ontspannende avondje uit. En hoe langer het uitstel duurt, hoe meer je je verwarring accepteert en hoe meer plezier en bewondering je krijgt om de radicaliteit van zijn experiment.

Cabaret kan een intelligente kunstvorm zijn, het kan ook een amusementsmachine zijn, een vlucht uit de werkelijkheid die het denken op slot zet. Met Sorry Baby gooit Keizers zand in de machine. Keizers communiceert niet, de eerste vereiste bij podiumkunst. Dat hoeft hij niet, want, zoals de Britse toneelschrijver Howard Barker schreef: ‘Het zinloze communiceert zichzelf.’

Cabaret is ook, zoals de meeste kunstvormen, een transactie op het marktplein. De cabaretbezoeker koopt de lach in. Het is ook die transactie die Keizers frustreert. Niet voor niets zegt hij gebonden te zijn aan contracten en verbiedt hij bezoekers hun geld terug te vragen. Er zijn vast bezoekers die ontstemd zijn over de derving van hun amusement. De derving is de koop: een manier om je te laten nadenken over de vanzelfsprekendheid waarmee consumptie tot in het oneindige is opgeschroefd en je alles tot aan de deur kan laten bezorgen. Wat doe je als het even tegenzit? Wat voor persoon ben je als je moet improviseren?

Het is mogelijk Keizers te geloven als hij zegt dat hij niet beter kan. Zelf had ik de pech om na het zien van een try-out (een week voor de première, in Theater De Leest in Waalwijk) zijn regisseur aan de lijn te krijgen, die mij overviel met de mededeling dat het echt allemaal zo gegaan was: geen inspiratie, willen stoppen, tegengehouden. Dat was een deprimerend besef. Als dat waar zou zijn, zou dat enorm sneu zijn, dacht ik.

Tot het tot me doordrong dat het niet uitmaakt hoe de voorstelling is ontstaan. De brille van Keizers ligt in het besluit zijn brief voor te lezen en van het (zogenaamde) mislukken zijn onderwerp te maken. Door zichzelf te ontzeggen kunst te maken, komt hij tot kunst. Er is geen andere cabaretier die dat durft. En die dan ook nog met vooruitziende blik zijn voorstelling Sorry Baby doopt.

Rake associaties

Bij de première in Theater Diligentia had ik niet meer de tot buikpijn leidende onrust van mijn eerste bezoek en merkte ik hoe slim en coherent de rest van de voorstelling met al die maffe nummers in elkaar stak, vol rake associaties. Stuk voor stuk onderbouwen ze de idee van de brief: gedwongen worden, willen ontsnappen, willen veranderen, opnieuw willen beginnen.

Zo is het verhaal over zijn bovenbuurvrouw die gelukkig is omdat ze eindelijk toestemming heeft gekregen om euthanasie te plegen, symbolisch voor de escape artist die hij in deze voorstelling speelt. Keizers ontsnapt, net als in zijn eerste voorstelling, aan het juk in het cabaret om „zoveel mogelijk mensen zo hard mogelijk te laten lachen” – het doel waarnaar hij veinst te streven.

Hij zingt een liedje over hoe mooi het leven kan zijn, ‘het is maar hoe je kijkt’ en ‘je bent zo rijk als je je voelt, een vileine relativering van de gevoelens van zijn publiek. Door hem aangekondigd als een lied van Maarten van Roozendaal, een grote held in cabaretkringen, maar het leek me zelf gemaakt. Toen ik thuis ontdekte (via google) dat het een lied is van Marco Borsato (getiteld ‘Mooi’, net als een klassieker van Van Roozendaal) heb ik minutenlang zitten lachen achter mijn bureau.

Het lied van Weill komt uit Brechts Driestuiveropera, een poging om het operagenre opnieuw uit te vinden voor een nieuw publiek. Check. De nikserige anekdote over presentator Frits Sissing draait om het feit dat hij iets tegen zijn zin moet doen. Check. Zijn striptease gaat over de dwang van zijn regisseur en het publiek, dat zich pas bij zijn ‘ultieme vernedering’ geëntertaind voelt. Check. Hij identificeert zich met de Koreaanse die wil veranderen (vegetariër worden) en door haar familie in een psychiatrische inrichting wordt gestopt. Check. Hij doet een weerwolfmasker op: een (on)vrijwillige gedaanteverwisseling tot een wezen dat angst inboezemt. Onder de ogenschijnlijke chaos houdt een strak aangebonden serie motieven de zaak bij elkaar.

Dat culmineert in het dubbelzinnige sluitstuk van de voorstelling, waarin hij in tien punten samenvat waarom de voorstelling „kut” is. „Eén. Ik vind deze voorstelling zo kut omdat deze voorstelling zo meta is. Twee. Ik vind deze voorstelling zo kut omdat ik niet precies weet wat meta betekent. Wat ik wel weet is dat meta altijd saai en kut is.” Enzovoort, in steeds groter kluwens van saai, meta, kut en goed, onpeilbaar ironisch.

Zo eindigt Sorry Baby als een weergaloze maskerade, waarin Stefano Keizers zijn publiek compromisloos en hardhandig een lesje leert. In het theater zijn de toeschouwers klant en koning, maar door Keizers worden ze onttroond. En hij weet dat het kut is, maar, punt zeven, ze leren er ook iets van – over kunst en over het leven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.