Opinie

Beroepsvereniging psychiaters dient grote ggz-instellingen

Ggz In de strijd tegen marktwerking in de zorg staat de beroepsvereniging niet aan de kant van psychiaters en patiënten, schrijft .
Medewerker en cliënt bij de forensische kliniek de Woenselse Poort in Eindhoven (niet betrokken bij het kort geding tegen Justitie).
Medewerker en cliënt bij de forensische kliniek de Woenselse Poort in Eindhoven (niet betrokken bij het kort geding tegen Justitie). Foto Lex van Lieshout/ANP

Vorige week diende de rechtszaak van enkele forensische klinieken tegen het ministerie van Justitie. Door een tariefkorting kunnen zij plegers van een zwaar delict, tevens lijdend aan een ernstige psychiatrische aandoening, niet meer behandelen. Psychiater Melina Rakic, directeur van de kliniek Inforsa, nam het ter zitting op voor haar patiënten, de veiligheid van de maatschappij en haar behandelteam: „Het grootste gevaar is dat deze mensen in de gevangenis belanden en geen behandeling krijgen. Zij komen zo na hun straf onbehandeld op straat, met alle gevolgen van dien.”

De forensische psychiatrie, waar klinieken strafrechtelijk opgelegde behandelingen verzorgen, is een door de overheid opgelegde markt. Klinieken moeten met elkaar concurreren bij aanbestedingen van Justitie. Drie instellingen eisten in het kort geding hogere tarieven, omdat ze anders hun werk niet kunnen uitvoeren.

De zaak lijkt exemplarisch voor wat overal in de publieke sector speelt, in rechtspraak, onderwijs en zorg. Een terugtrekkende overheid laat publieke taken over aan een semimarkt en neemt steeds minder verantwoordelijkheid voor juist de kwetsbaarste burgers. Kale straf en controle komen ervoor in de plaats. Het belang van burgers lijkt niet langer voorop te staan. Dat treft niet alleen psychiatrisch zieke delictplegers, maar ook professionals en burgers. Zo werd met fraudebestrijdingsinstrument SYrI grote hoeveelheden data gekoppeld van onschuldige burgers. De Belastingdienst joeg velen in de schulden met de kinderopvangtoeslagaffaire.

Het omgewoelde Malieveld getuigde afgelopen jaar van de frustratie van de uitvoerders van publieke taken, van leraren tot verpleegkundigen. Rakic’ optreden laat glashelder zien wat het tegengif hiervoor is: trouw blijven aan je beroepsethiek. Dit strookt met de oproep van Herman Tjeenk Willink, oud-vicepresident van de Raad van State, in zijn boek Groter denken, kleiner doen. Hij sprak daarin zijn verontrusting uit over uitholling van de democratische rechtsorde en riep beroepsverenigingen op tot een tegengeluid tegen het marktdenken.

Beroepsverenigingen los van hun achterban

Maar zijn beroepsverenigingen nog wel de spreekbuis van professionals? Verpleegkundigen zegden afgelopen zomer massaal hun lidmaatschap op van hun beroepsvereniging V&VN (Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland). Die steunde de zogeheten wet BIG 2, die beoogde de uitvoering van complexe taken te beperken tot hbo-verpleegkundigen. Dat schoffeerde een grote groep ervaren verpleegkundigen. Een stap terug naar eenvoudiger werk was niet in hun belang, noch in het belang van de zorg aan hun patiënt. Dus wie vertegenwoordigde de beroepsvereniging eigenlijk nog? Eind augustus dwong de achterban het voltallige V&VN-bestuur tot aftreden.

Iets ernstigers speelt in mijn beroepsvereniging, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Niet alleen voelen veel psychiaters zich niet vertegenwoordigd door hun beroepsvereniging, er is sprake van regelrechte belangenverstrengeling. Bestuurders van grote instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) bezetten sinds jaar en dag cruciale posities binnen de vereniging, zowel in het bestuur als in de adviserende en controlerende ledenraad. De belangen van de grote ggz-organisaties wórden echter al behartigd, door brancheorganisatie GGZ Nederland. De provinciegrote ggz-instellingen beheersen het grootste deel van de sector. Instellingen gebruiken 90 procent van het totale budget voor de specialistische ggz, maar slagen er maar niet in om juist de kwetsbaarste groepen met een ernstige psychiatrische aandoening de zorg te bieden die nodig is. In plaats daarvan zijn ze verwikkeld in een titanenstrijd met de vier grote zorgverzekeraars, waarbij er slechts twee pressiemiddelen bestaan: de geldkraan dichtdraaien versus de instellingsdeur dichtslaan, met funeste gevolgen voor de patiëntenzorg.

Lees hier de NRC-serie Ggz-patiënten in de knel

Beseft Paul Blokhuis, de staatssecretaris (ChristenUnie) met ggz in zijn portefeuille, welke banden bestaan tussen zijn twee gesprekspartners, GGZ Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie? Dat hij in feite met een en dezelfde partij aan tafel zit? Hoe ziet hij zijn rol in dit krachtenspel ? Op 29 januari vergadert de vaste Tweede Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de ggz. In de begeleidende stukken stelt Blokhuis zich vooral op als observator, beschrijver van interacties tussen verschillende partijen. Dit bevestigt het beeld van de huidige regering als begeleidingsorkest van het bedrijfsleven, met Blokhuis als sympathieke pianist van het driekoppige combo op het ministerie.

Marktwerking vaak verwaarlozing door de overheid

De minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge (CDA), ergert zich aan „doorgeslagen marktwerking”. Hij meldde daarom zzp-ers in de zorg te willen verbieden. Hij verwart echter marktwerking met verwaarlozing door de overheid: het overlaten van een publieke taak aan een handvol partijen. Die moeten het maar met elkaar uitvechten binnen een strikt omschreven arena van regels en sancties. De huidige ‘markt’ kent zo evenveel vrijheid als de Oostvaardersplassen. Ook daar redden alleen grote grazers zich nog.

Lees ook: vijf tips voor het vlottrekken van de vastgelopen geestelijke gezondheidszorg

Ondertussen wordt de ontsnappingsroute voor huisarts en patiënt, namelijk de kleine, lokaal gewortelde praktijken, steeds verder ingeperkt. Zo zijn kleine aanbieders bij contractonderhandeling geen partij tegenover een grote verzekeraar. En de vergoeding voor contractloze zorg dreigt te worden verlaagd tot ver onder de kostprijs.

Willen wij zorgprofessionals gehoor geven aan de oproep van Tjeenk Willink tot een tegengeluid? Dan staat ons maar één ding te doen, en dat is ons vierkant, vrij van belangenverstrengeling, opstellen achter aan wie wij ons professionele bestaansrecht ontlenen: onze patiënt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.