Opinie

Baggeraar had kunnen weten waar hij in Angola mee bezig was

Mensenrechten

Commentaar

Is het aanvaardbaar grote, lucratieve opdrachten binnen te halen in landen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten? En tegen welke prijs? Dat Nederlandse bedrijven mogelijk steekpenningen betalen voor buitenlandse contracten is bekend - deugen doet het niet. Denk aan de onderzoeken naar oneerlijke handelspraktijken van scheepsbouwer Damen, offshorebedrijf SBM, ontwikkelingsbank FMO. Bij schending van mensenrechten weegt de morele verantwoordelijkheid zwaarder.

Afgelopen weekend publiceerden Trouw en het Het Financieele Dagblad over de rollen van baggerbedrijf Van Oord, ING en de kredietverzekeraar van de Nederlandse Staat Atradius bij een groot stadsvernieuwingsproject, Corimba Boulevard, in de Angolese hoofdstad Luanda. Om dat mogelijk te maken, werden drieduizend gezinnen hardhandig uit hun huizen verdreven. Een deel van hen woont nu op een vuilnisbelt.

Zaken doen met schone handen is geen keus, maar een dure plicht.

„Leger en politie regelden dat de bewoners een week lang geen eten en nauwelijks water kregen, ze sloegen bewoners en spoten met traangas en heetwaterkanonnen”, schreef Trouw, dat uitgezette bewoners interviewde. De publicatie kwam in het kader van het ICIJ, het internationale consortium van onderzoeksjournalisten, over de leegroof van Angola. En de miljarden die daarbij verdwenen in de zakken van Isabel dos Santos, de dochter van de voormalige president. ICIJ kreeg via Afrikaanse klokkenluiders 715.000 documenten in handen uit de privé-administratie van Dos Santos. Het geschatte vermogen van deze ‘rijkste vrouw van Afrika’ is twee miljard euro.

Een bedrijf van Dos Santos, Urbinvest, was opdrachtgever van de ‘Corimba Boulevard’ waarvoor Van Oord meerdere eilandjes voor de kust van de miljoenenstad met elkaar zou verbinden. ING hielp het project te financieren door de Angolese staat een lening van 400 miljoen dollar (ruim 360 miljoen euro) te verstrekken. Atradius verzekerde die som.

De Nederlandse bedrijven zeggen nu niet te hebben geweten van de gedwongen verhuizingen noch van de reputatie van Dos Santos. Die verdediging is zwak: Dos Santos ligt sinds 2013 onder vuur vanwege de dubieuze herkomst van haar miljarden. Voor dit project declareerde haar bedrijf voor miljoenen aan vage kosten. Deskundigen zeggen in beide kranten dat er overduidelijk meerdere ‘rode vlaggen’ voor mogelijke corruptie zijn genegeerd.

Van de uitzettingen had Van Oord kunnen weten. Het bedrijf zegt het contract pas in 2016 te hebben ondertekend, maar uit de documenten blijkt dat gesprekken over het project al gaande waren vóór de drieduizend gezinnen werden verjaagd.

Dat minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel, D66) nu in gesprek wil met Van Oord is een eerste stap. Maar een tik op de vingers door het kabinet geeft geen enkele garantie dat Nederlandse bedrijven daarna wél maatschappelijke verantwoordelijkheid tonen. Daarvoor zijn de regels simpelweg te soepel – en de mazen te groot. Wellicht zijn de schikkingen die het OM in zulke gevallen pleegt te treffen, toch niet zo geschikt om er morele maatstaven mee in te scherpen.

Dat er schimmige constructies via Nederland lopen, zoals het onderzoek aantoont, helpt ook niet. Veel van Dos Santos’ belangen in olie- telecom- en diamantbedrijven werden behartigd via Nederlandse brievenbusfirma’s. De Nederlandsche Bank had die fiscale sluiproutes al in 2012 in het vizier. Maar ook hier geldt: signaleren is nog niet bestraffen. Beter toezicht is nodig, net als meer zelfinzicht en duidelijker morele kaders. Handhaving is altijd een sluitstuk.