47 adviezen over de arbeidsmarkt - dit zijn de belangrijkste

Hervorming arbeidsmarkt De commissie-Borstlap komt met veel vergaande adviezen om de arbeidsmarkt te hervormen. Kosten: miljarden euro’s. „Maar we hebben ook 40 à 50 miljard euro op de bank zitten: mensen met een uitkering.”

Er staan maar liefst 47 adviezen in het rapport van de commissie-Borstlap, de commissie die deze donderdag in opdracht van het kabinet adviseert over de nieuwe regels rond werk.

De commissie beschrijft dat werkgevers afscheid moeten nemen van de veelheid aan flexwerkers die zij gewend zijn in te huren. Vaste werknemers moeten een deel van hun bescherming inleveren, omdat bedrijven toch enige flexibiliteit moeten behouden.

Werklozen moeten allemaal intensief persoonlijk begeleid worden. En iedere Nederlander moet bij geboorte een basisbeurs krijgen die een leven lang meegaat.

Een belangrijke vraag is dan: wie gaat dat allemaal betalen? Het is vrijwel zeker dat het doorvoeren van deze maatregelen miljarden euro’s per jaar zal kosten. En bij de volgende kabinetsformatie liggen er meer wensenlijstjes op tafel, van het onderwijs bijvoorbeeld, de zorg en defensie.

Commissievoorzitter Hans Borstlap, oud-lid van de Raad van State en voormalig topambtenaar, snapt die vraag, zegt hij. „Maar we hebben ook voor 40 à 50 miljard euro op de bank zitten: de mensen met een uitkering. Ik heb het laten uitrekenen.” Veel van deze mensen willen aan het werk, zegt Borstlap, maar omdat zij niet persoonlijk begeleid worden, zitten zij thuis.

„Nu moeten we gaan investeren”, zegt Borstlap. „Overal hangen bordjes met: personeel gevraagd. Dan kun je het niet maken dat er nog 1 miljoen mensen werkloos op de bank zitten. Deze investeringen zullen zichzelf dubbel en dwars terugverdienen.”

Lees ook: Advies: het vaste contract moet weer de norm worden in Nederland

De belangrijkste adviezen van de commissie-Borstlap op een rij.

  1. Flexwerk inperken en fors duurder maken dan vast personeel

    Werknemers met een flexcontract verdienen gemiddeld 7 procent minder dan vast personeel voor hetzelfde werk, hebben drie keer zoveel kans op armoede, kunnen via hun werk minder opleidingen volgen, verrichten vaker zwaar en gevaarlijk werk en doen vaker een beroep op uitkeringen. Zo’n flexcontract is vaak goedkoper voor werkgevers. Dat is onhoudbaar, schrijft de commissie-Borstlap.

    Flexwerk moet fors duurder worden dan vast personeel, zodat het voor werkgevers onaantrekkelijk is om mensen langdurig op zo’n contract te laten werken. ‘Flex’ wordt dan alleen gebruikt voor piekmomenten, tijdelijke klussen en als de werknemer dat zelf wil, is de gedachte. De commissie oppert zelfs om flexibele krachten recht te geven op een ‘flextoeslag’, een vast percentage bovenop hun loon, ter compensatie van hun onzekerheid. En de commissie wil snoeien in het grote aantal flexconstructies dat Nederland kent: uitzend- en payrollovereenkomsten, oproepcontracten (‘0-uren’ en ‘min-max’), zzp-constructies, detachering, contracting. Er zouden drie smaken overblijven: een ‘normaal’ arbeidscontract (tijdelijk of vast), zelfstandig ondernemerschap en werk via een uitzendbureau.

    Lees ook: Met al dat flexwerk is Nederland uniek

    Dat uitzendwerk moet ook strenger gereguleerd worden: iemand is pas uitzendkracht als die is geworven door het uitzendbureau én als het om tijdelijk werk gaat. Anders moet de opdrachtgever diegene in dienst nemen.

    Nu kunnen uitzendkrachten nog 5,5 jaar lang op één plek werken. Dat moet maximaal twee à drie jaar worden. De periode waarin zij gemakkelijk ontslagen kunnen worden als het werk ophoudt, gaat van anderhalf naar een half jaar. En uitzendkrachten zouden in die periode niet langer ontslagen mogen worden als ze ziek zijn.

  2. Zzp’ers verliezen belastingvoordeel en krijgen verplichte verzekering

    Commissievoorzitter Hans Borstlap vindt het onbegrijpelijk, zegt hij. „Een docent of verpleegkundige kan op vrijdagmiddag ontslag nemen als werknemer en maandagochtend terugkeren als zzp’er. De werkzaamheden veranderen niet, maar je gaat er duizenden euro’s op vooruit.”

    Dat komt door de ruime belastingvoordelen voor zelfstandigen. Die moeten allemaal weg, zegt Borstlap. Hij vindt het wel zo eerlijk als alle vormen van arbeid gelijk behandeld worden.

    In plaats daarvan wil hij zzp’ers alleen fiscaal belonen zodra zij écht ondernemerschap tonen: bij investeringen in ‘kapitaal’, zoals een betere lens voor de fotograaf of een nieuwe stoel voor de kapper. Borstlap: „Nederland heeft investeringen nodig.”

    Zijn commissie wil verder één verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden, inclusief zzp’ers. Het kabinet heeft vorig jaar al met vakbonden en werkgevers afgesproken (in het pensioenakkoord) dat er zo’n verzekeringsplicht voor zzp’ers komt.

    Als het aan de commissie-Borstlap ligt, krijgt een arbeidsongeschikte straks een uitkering op bijstandsniveau. Toch zal dat meestal hoger zijn dan bijstand, want die wordt verlaagd of niet verstrekt als je te veel spaargeld, een huis of een werkende partner hebt. Werknemers behouden bovenop de nieuwe basisverzekering hun riantere arbeidsongeschiktheidsverzekering: de WIA.

    Borstlap is uiterst kritisch over het plan waarmee het kabinet onder meer een minimumuurtarief van 16 euro wil invoeren voor zzp’ers. Die zijn „in theorie” goed, maar slecht te handhaven en zullen leiden tot „grote administratieve lasten”. Werkgevers en vakbonden hadden eerder precies dezelfde kritiek.

    Lees ook: Werkgevers en vakbonden keren zich tegen zzp-plan kabinet
  3. Vast personeel minder stevig beschermen

    Voor veel werkgevers zal het een onaangename verrassing zijn: als het advies van Borstlap wordt overgenomen, wordt het bijzonder duur om een ‘flexibele schil’ van flexcontracten aan te houden. Maar het is erg moeilijk in Nederland – ook vergeleken met andere westerse landen – om vaste werknemers te ontslaan.

    Daarom moet het vaste contract minder vast worden, volgens de adviescommissie. „Werkgevers blijven behoefte hebben aan wendbaarheid”, zegt Borstlap, zeker in tijden van handelsspanningen, Brexit en economische onzekerheid.

    Daarom adviseert de commissie-Borstlap een veel soberder ontslagbescherming. Een werkgever die vindt dat een werknemer niet goed functioneert, om wat voor reden dan ook, wordt dan nooit meer tegengehouden door de rechter. Wel zal de rechter het ontslagverzoek beoordelen: hoe slechter de onderbouwing, hoe hoger de ontslagvergoeding die de werkgever moet betalen. Dat bedrag moet afschrikwekkend hoog worden, om misbruik te voorkomen.

    Borstlap komt met nog een forse inperking van de rechten van vaste werknemers. Als een werkgever te maken heeft met slechte economische omstandigheden, mag die werknemers dwingen om minder uren te gaan werken – een ‘deeltijdontslag’. Tenzij die werknemer „zwaarwegende belangen” heeft waarom dat niet zou kunnen. Ook moet de werkgever op deze manier de functie of arbeidstijden eenzijdig kunnen veranderen.

    Ten slotte vindt de commissie dat werkgevers te zwaar worden belast met de plicht om zieke werknemers twee jaar lang hun loon door te betalen. Dat is erg veel, vergeleken met andere landen en moet één jaar worden.

  4. Een levenslange studiebeurs voor iedereen

    Alle Nederlanders zouden bij hun geboorte een levenslange studiebeurs moeten krijgen, zegt de commissie, met daarop het bedrag waarmee je een universitaire studie kunt betalen. Wie vervolgens een mbo-opleiding doet, of zelfs geen opleiding, houdt het meeste geld van die beurs over en kan dat als volwassene gebruiken voor bij- of omscholing.

    Dat is hard nodig, zegt de commissie. Want de tweedeling op de arbeidsmarkt is ook goed zichtbaar bij scholing: werkgevers betalen vooral voor de scholing van jonge hoogopgeleiden met een vast contract. Mensen die vroeger het minste onderwijs hebben gevolgd, hebben doorgaans de meeste moeite om aan het werk te komen en blijven. En treffen daarbij meestal werkgevers die minder bereid zijn om te investeren in de scholing van hun personeel.

    Voor mensen die wel een universitaire studie doen, is de individuele leerrekening meer dan een eenmalige studiebeurs. Ook tijdens de loopbaan moet het scholingsbudget gevuld blijven worden, zegt de commissie. De werkgever stort daarop maandelijks een percentage van het loon. En als iemand wordt ontslagen, moet de ontslagvergoeding voortaan niet meer vrij besteedbaar zijn, maar in het scholingsbudget gestort worden.

    Werkenden zullen actief worden aangemoedigd om hun scholingsgeld te gebruiken. Ze worden verplicht om jaarlijks of tweejaarlijks langs te komen in een ‘loopbaanwinkel’, een samenwerking van onder meer uitkeringsinstantie UWV, gemeenten, werkgevers en onderwijsinstellingen. Daar wordt gekeken of de werkende nieuwe kennis of vaardigheden kan gebruiken en wordt geholpen bij het vinden van een passende opleiding.

  5. Meer begeleiding voor werklozen en de melkertbaan moet terug

    Er zijn grote personeelstekorten, maar er staan in Nederland ook bijna twee miljoen mensen langs de kant van wie een groot deel zou kunnen werken. Zij hebben een werkloosheidsuitkering, zijn ziek of (deels) arbeidsongeschikt.

    Deze mensen worden amper begeleid in hun zoektocht naar een baan. De kabinetten-Rutte hebben daar sterk op bezuinigd. Sommige mensen zitten daardoor al jaren op de bank.

    Lees ook: Koolmees: we hebben te hard bezuinigd op UWV en fiscus

    Borstlap wil een veel intensievere begeleiding: wie werkloos dreigt te raken, wordt zo snel mogelijk opgeroepen voor een gesprek bij een ‘loopbaanwinkel’ in de buurt. Daar gaat een individueel begeleider helpen bij het vinden van een baan, nog voor de uitkering is ingegaan.

    De begeleider richt zich niet op de snelste weg naar een nieuwe baan, zoals het UWV en gemeenten nu vaak doen. Het is belangrijk dat de werkzoekende een baan vindt die aansluit bij zijn motivatie. En er wordt gekeken of er wellicht een cursus of opleiding is die zijn baankansen op de lange termijn kan vergroten. In dezelfde loopbaanwinkel zijn onderwijsinstellingen aanwezig die meer uitleg kunnen geven.

    Voor wie een gewone baan te hoog gegrepen is, zouden er gesubsidieerde basisbanen moeten komen tegen het minimumloon, een variant op de oude melkertbanen. Zoiets adviseerde ook een ander adviesorgaan, de WRR, vorige week.

    Door de intensieve begeleiding zullen mensen sneller een baan vinden en kan de WW-uitkering veel korter duren dan de huidige twee jaar, zegt Borstlap. De uitkering mag dan ook hoger worden, bijvoorbeeld 90 of 100 procent van het laatstverdiende loon, in plaats van 70 procent nu. Werkzoekenden moeten wel goed blijven meewerken, anders worden ze gekort op hun uitkering.