Vonnis Haga-lyceum test voor onderwijsinspectie

Bijzonder onderwijs Het oordeel van de rechter over het Haga-lyceum heeft gevolgen voor meer scholen. Hoeveel ruimte krijgt de onderwijsinspectie?

Het Cornelius Haga Lyceum.
Het Cornelius Haga Lyceum. Foto David van Dam

Alles aan de zaak van het Cornelius Haga Lyceum is uniek: de AIVD die voor een school waarschuwt, en vervolgens op haar vingers wordt getikt. Een minister die het schoolbestuur opdraagt te vertrekken, en een rechter die deze sanctie weer onderuit schoffelt. Het is een zaak anders dan alle andere, en tóch kan het Haga-dossier verstrekkende gevolgen hebben voor veel Nederlandse onderwijsinstellingen.

Maandag oordeelde de rechter dat er onvoldoende reden was voor minister Arie Slob (Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) om het bestuur van het islamitische Haga Lyceum de wacht aan te zeggen. Van ontoereikend burgerschapsonderwijs was geen sprake, van financieel wanbeheer slechts in beperkte mate. Terwijl de Inspectie van het Onderwijs zich nog achter de oren krabt over wat dit betekent voor haar aangescherpte toezicht op de middelbare school, tekenen de bredere consequenties van het vonnis en de al jaren lopende Haga-soap zich steeds scherper af, voor de Inspectie, maar ook voor het onderwijs in Nederland.

„Bij het Haga heeft de Inspectie het elastiek zo ver mogelijk willen oprekken”, zegt Renée van Schoonhoven, hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Maar nu is het elastiek geknapt.” De inspectie beoordeelde het Haga op punten die de wet helemaal niet begrenst, zegt Van Schoonhoven. Zo werden een voetbalkooi en een duur administratiekantoor plots ‘financieel wanbeheer’, en werd het burgerschapsonderwijs getoetst aan een niet bestaand wettelijk kader. Op onder meer die gronden zegde de Inspectie het vertrouwen op in de Haga-leiding en sorteerde zo voor op de bestuurswissel, die Slob vervolgens vergeefs probeerde af te dwingen.

Het legt volgens onderwijsjurist Martijn Nolen bij de Tilburg University een structureel probleem bloot bij de Inspectie. Die mag namelijk weliswaar proberen de kwaliteit van bestuur en onderwijs te bevorderen, maar echt afdwingen, kan ze meestal niet. Omdat de contouren van de wet vaag zijn, is de inspectie haar eigen kaders gaan formuleren. Wat er gebeurt als die kaders worden getoetst, hebben we maandag gezien, zegt Nolen. „Dan zie je ineens dat de nadere invulling die de Inspectie aan de wet geeft, geen juridische grondslag heeft.”

School moest dicht

Lees ook: Ook minister Slob krijgt een dreun van de rechter

Dat dit heeft kunnen gebeuren, wijt Van Schoonhoven mede aan het „bestuurlijke en politieke klimaat” waarin de Inspectie haar werk deed. Nadat de AIVD-informatie over het Haga openbaar werd, riepen politici om het hardst dat de school dicht moest. De Inspectie zou zich te veel hebben laten leiden door die wens.

Terwijl de rechter Slob en de Inspectie heeft teruggefloten, verlangt de politiek – mede doordat de overheid maar geen grip krijgt op het Haga – nieuwe wetgeving. En dus bespreekt de Tweede Kamer binnenkort een wetsvoorstel dat verduidelijkt wat burgerschapsonderwijs moet inhouden. Er staat dat leerlingen ‘kennis en respect’ moet worden geleerd voor ‘democratische’ waarden ‘zoals vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid en verdraagzaamheid’.

Orthodox-christelijke scholen vrezen dat zij consequenties van de strijd tegen het Haga zullen voelen. Dinsdag waarschuwde het Reformatorisch Dagblad tegen de nieuwe burgerschapswet. Daarin zijn mensenrechten opgenomen, terwijl orthodox-christelijke scholen volgens de confessionele krant ‘moeite’ hebben met ‘allerlei (nieuwe) mensenrechten die er de laatste decennia bij zijn gemaakt, zoals rond homoseksualiteit en transseksualiteit’.

Het dagblad vreest dat scholen onder de nieuwe wet ‘geen moreel oordeel meer zou mogen hebben over de leefwijze van anderen’. Ook Berend Kamphuis van de vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs Verus is bezorgd over het voorstel. „Moet je een heel schoolveld aan een nieuwe wet onderwerpen omdat we bij een heel klein aantal scholen zorg hebben over extremisme?”

Lees ook: De inspectie zet wel vaker druk op schoolbestuurders

Onlangs kwam de Inspectie al bij de bijzondere scholen op bezoek. Aanleiding was de islamitische lesmethode Help! Ik word volwassen, die beschrijft dat Allah homo’s verafschuwt. Na Kamervragen van D66 en VVD gaf Slob de Inspectie opdracht het gebruik van de methode te onderzoeken. Dat onderzoek is door de Inspectie verbreed naar de invulling van burgerschapsonderwijs door scholen ‘met verschillende achtergronden en levensbeschouwelijke opvattingen’.

Dus óók reformatorische en joodse scholen. Die beklaagden zich onlangs in het Reformatorisch Dagblad over hoe zij door inspecteurs zijn benaderd. Zo zouden leraren zijn gevraagd wat zij zouden doen als een kind huilend op school komt omdat papa een nieuwe vriend heeft. Hierna volgden weer Kamervragen – nu van ChristenUnie, CDA en SGP– of het inspectie-onderzoek niet te ver gaat.

Het toont nog maar eens dat in de maatschappij en de politiek verschillende opvattingen leven over de betekenis van burgerschap en in hoeverre de overheid zich hierin heeft te mengen. Onderwijsexpert Nolen: „De Inspectie zit in een schizofrene positie”.