Sri Lanka’s duizenden vermisten zijn dood, erkent de president

Burgeroorlog De nieuwe president van Sri Lanka heeft zich uitgesproken over het lot van ten minste 23.500 landgenoten die vermist raakten tijdens de burgeroorlog. De VN hield het leger eerder deels verantwoordelijk voor de verdwijningen.

Tamils in Sri Lanka laten foto’s zien van familieleden die vermist zijn geraakt tijdens de burgeroorlog, beeld uit 2015.
Tamils in Sri Lanka laten foto’s zien van familieleden die vermist zijn geraakt tijdens de burgeroorlog, beeld uit 2015. Foto Eranga Jayawardena/AP

Duizenden Sri Lankanen die vermist raakten tijdens de burgeroorlog, waarin regeringstroepen een bloedige strijd voerden tegen de Tamil Tijgers en hun sympathisanten, zijn „eigenlijk dood”. Dat heeft de in november verkozen president Gotabaya Rajapaksa gezegd tijdens een bespreking met een vertegenwoordiger van de Verenigde Naties. Het is voor het eerst dat Rajapaksa, die als staatssecretaris van Defensie de bloedige eindfase van de oorlog overzag, zich uitspreekt over het lot van de vermisten.

Volgens een persbericht dat later werd verspreid, zei Rajapaksa dat „stappen zullen worden genomen” om overlijdensaktes voor de vermisten op te stellen. Ook stelde hij dat „de meesten” van hen zijn meegenomen door de Tamil Tijgers, die bijna drie decennia streden voor een onafhankelijke staat voor de Tamil-minderheid. De oorlog, die in 2009 eindigde, kostte aan minstens 100.000 mensen het leven. Nog eens 23.500 anderen raakten officieel vermist. Hun lot was tot op de dag van vandaag onbekend.

Lees ook waarom Gotabaya Rajapaksa een held is voor de een en een schurk volgens de ander

Dat Rajapaksa nu zegt dat zij dood zijn, is significant, temeer omdat de VN het leger – en dus ook de voormalige defensiebaas – deels verantwoordelijk houden voor de verdwijningen. Berucht in Sri Lanka zijn de witte busjes waarin vermeende Tamil Tijgers, mensenrechtenactivisten en journalisten in de eindfase van de strijd werden weggevoerd. Talloze families zeggen bovendien te hebben gezien hoe hun naasten zich overgaven aan het leger, waarna ze nooit meer iets van hen vernamen.

In het door de oorlog zwaarst getroffen noorden en oosten van het eiland bivakkeren honderden nabestaanden al ruim drie jaar in tenten behangen met foto’s van hun verdwenen geliefden, uit protest tegen het uitblijven van ook maar een snipper informatie. Velen weigeren te geloven dat hun mannen, broers en zussen niet meer leven en klampen zich vast aan de gedachte dat ze in geheime gevangenissen worden vastgehouden.

Rajapaksa heeft altijd ontkend dat het leger iets met de verdwijningen te maken heeft gehad, net zoals hij alle andere oorlogsmisdaden ontkent waarvan hij en zijn broer – die destijds president was – worden beticht. Afgelopen zomer beweerde Rajapaksa nog tegen de BBC dat „iedereen die zich aan het leger overgaf, is geregistreerd” en dat „alles gebeurde in een chaotische situatie”.

Lees onze reportage over de nieuwe president van Sri Lanka: Held voor de een, bedreiging voor de ander

‘We zullen blijven vragen’

Mensenrechtenactivisten waren er maandag snel bij om te vragen hoe de president aan deze ‘plotselinge’ kennis komt. „Hij denkt weg te kunnen komen met het uitvaardigen van overlijdensaktes, alsof daarmee alles klaar is”, zegt activist Ruki Fernando telefonisch vanuit de hoofdstad Colombo. Fernando strijdt al jaren voor duidelijkheid over het lot van de vermisten. „Als het klopt dat deze mensen dood zijn, hebben hun families het recht te weten hoe en wanneer dat is gebeurd.”

Tegenover de VN-gezant zette de nieuwbakken president zijn plannen uiteen om de nabestaanden te helpen, onder meer door „na het nodige onderzoek” overlijdensaktes uit te vaardigen. Zonder dit document is het voor familieleden niet mogelijk toegang te krijgen tot zaken als eigendomspapieren en bankrekeningen. Ook kunnen zij geen aanspraak maken op een eventuele erfenis die hen is nagelaten.

Sri Lanka moet zich binnenkort tegenover de VN-Mensenrechtenraad verantwoorden voor beloftes die onder Rajapaksa’s voorgangers werden gedaan, onder meer om oorlogsmisdaden te onderzoeken en te berechten. Daarvan kwam tot nu toe weinig terecht. Tijdens zijn campagne maakte Rajapaksa er geen geheim van dat de betreffende resolutie wat hem betreft de prullenbak in kan.

„Dit zijn niet de antwoorden waar de nabestaanden op wachten”, zegt activist Fernando. „Zolang we die niet krijgen, zullen we daarom blijven vragen.”