Soedan hervormt, maar geestdrift van verzet leeft voort

Revolutie Soedans strijdkrachten zijn hervormd, maar economische perspectieven voor jeugd blijven slecht. ‘Er zijn steeds meer tekorten.’

Soedanese rebellen in de verzetshaard Kauda. Premier Hamdok kwam er eerder deze maand over vrede praten.
Soedanese rebellen in de verzetshaard Kauda. Premier Hamdok kwam er eerder deze maand over vrede praten. Foto Nariman El-Mofty/AP

Een kolossale gebeurtenis vorig jaar in Afrika zal het nieuwe jaar bepalen: de door de jeugd geleide opstand in Soedan. De geestdrift van dat verzet leeft voort. Toen aanhangers van het omvergeworpen bewind van Omar al-Bashir vorige week dinsdag een dag gewapende chaos in Khartoem veroorzaakten, begonnen jongeren op internet onmiddellijk een campagne om hun revolutie te verdedigen. „De eenheid waarmee we Bashir verdreven bestaat nog steeds”, vertellen activisten vanuit de hoofdstad.

De slechte economische perspectieven voor de jeugd - in het bijzonder het schrijnende tekort aan banen - bepalen politieke ontwikkelingen. In Soedan kunnen ze de hoop op vrijheid, na dertig jaar dictatuur onder Bashir, om zeep helpen. Het hybride bewind van burgers en de strijdkrachten functioneert beter dan werd aangenomen maar de economische situatie verslechtert dramatisch snel. „Er zijn steeds meer tekorten aan consumptiegoederen, de prijzen stijgen en het Soedanese pond verliest snel aan waarde”, vertelt een journalist die voor een staatsmedium werkt en daarom anoniem wil blijven, „hierdoor dreigt het gevaar dat de jeugd zich teleurgesteld afkeert van de nieuwe regering”.

Lees ook: het nieuwe Soedan is van en voor Soedanezen

Economische malaise

De opstand tegen Bashir begon in december 2018 wegens de verhoging van de broodprijs, een symbool van de algehele economische malaise. Toen na de opstand en moeizame onderhandelingen tussen burgers en militairen in september een regering werd gevormd, stelde premier Abdalla Hamdok drie prioriteiten: de economie, hervorming van de strijdkrachten en vrede met rebellenbewegingen.

Niet alleen is een buitenlands economisch hulpprogramma voor het nieuwe Soedan achterwege gebleven, het land lijdt ook nog steeds onder Amerikaanse sancties. Die werden in de jaren negentig ingesteld wegens hulp van Bashir aan internationale terreurgroepen. „De Verenigde Staten hebben Soedan onder een bus gegooid en maken het land afhankelijk van fondsen uit de conservatieve Arabische wereld”, zegt activist Abdelmomin Ali. Na het vertrek van Bashir waren het de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië die het land financieel te hulp schoten.

Onlangs eisten de VS financiële vergoeding van Soedan, voor de slachtoffers van de terreuracties. Soedanese burgers moeten dus betalen voor de misdaden van Bashir en dat belemmert Hamdok de economie te verbeteren.

Bashir kon mede zo lang heersen omdat hij de verscheidene armen van het veiligheidsapparaat behendig tegen elkaar uitspeelde. Hij creëerde een strijdmacht van milities naast het reguliere leger en bouwde de veiligheidsdienst uit tot een gevechtsgroep met tanks en helikopters. Leden van al deze strijdgroepen werden eigenaars van bedrijven en mijnen, en zo verwierven ze een groot aandeel in de economie. De Soedanezen noemen dit de ‘deep state’ van Bashir.

Een van de allereerste besluiten van de nieuwe regering betrof dus hervorming van de strijdkrachten, want daar lag de machtsbasis van Bashir. Hoewel het besluit de veiligheidsdienst te ontbinden al eerder was genomen, bleven de leden van de dienst beschikken over hun zware wapens. Dinsdag leidde dat tot een grote gewapende confrontatie toen ze hun pensioensregeling afwezen en op verscheidene plaatsen in Khartoem en Al-Obeid in de lucht schoten. Volgens het leger wilden getrouwen van Bashir een staatsgreep plegen.

Van alle repressieve staatsinstellingen was de veiligheidsdienst de meest gehate en gevreesde en geen Soedanees liet dus een traan toen het reguliere leger de aanval opende en de veiligheidsdienst het onderspit delfde. „Het was hard nodig dat de dienst werd uitgeschakeld”, vindt activist Abdelmomin Ali. „De confrontatie heeft de macht van de regering geconsolideerd en de onderlinge verhoudingen binnen de strijdkrachten verbeterd”, analyseert de Soedanese journalist.

Ontheemde Darfuri

Misschien wel de meest opmerkelijke verdienste van premier Hamdok was zijn bezoek eerder deze maand aan het rebellenhoofdkwartier in het plaatsje Kauda. Soedan is al sinds zijn onafhankelijkheid in 1956 in oorlog met zichzelf. Overal in de periferie woeden opstanden van rebellen die strijden tegen marginalisatie en racisme door gearabiseerde heersers in Khartoem. Dat leidde tot de afscheiding van Zuid-Soedan in 2012. De opstand in het westelijke Darfur is goeddeels bedwongen maar miljoenen Darfuri zijn nog ontheemd. Delen van de zuidelijke Nubabergen staan nog onder controle van rebellen en het was daar in Kauda dat Hamdok onverwacht op bezoek ging.

Bashir stuurde dertig jaar lang zijn bommenwerpers op Kauda af, Hamdok kwam er over vrede praten. Een treffender symbool van de ingrijpende veranderingen in Soedan is bijna niet mogelijk.