Reportage

Waar moeten al die 75-plussers straks wonen?

Woningmarkt Gemeenten, corporaties en zorginstellingen moeten snel een plan maken voor speciale huizen en voorzieningen voor 75-plussers.

Sinds het sluiten van verzorgingshuizen blijven ouderen steeds langer thuis wonen. Hun huizen zijn daar vaak niet op aangepast.
Sinds het sluiten van verzorgingshuizen blijven ouderen steeds langer thuis wonen. Hun huizen zijn daar vaak niet op aangepast. Foto Robin Utrecht/ANP

John Bos hoort regelmatig van wijkverpleegkundigen dat ze hun hart vasthouden als ze ’s avonds de deur bij een cliënt dichttrekken. „Ze vragen zich af wat hun collega morgen zal aantreffen.” Want in Flevoland, waar hij verpleeg- en thuiszorgorganisatie Woonzorg Flevoland leidt, is een groeiende groep 75-plussers die alleen woont, terwijl ze dat eigenlijk niet meer kunnen.

Voor Bos is het zonneklaar. Met de sluiting van de verzorgingshuizen – sinds 2015 zijn alle verzorgingshuizen één voor één dichtgegaan – is een gat geslagen in de woonmogelijkheden voor ouderen. „We lopen eigenlijk vier jaar achter. Er hadden toen meteen kleinschalige alternatieven voor ouderen gebouwd moeten worden. Natuurlijk willen veel ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Maar niet iedereen.” Nu is er geen keus, zegt Bos: „Je móet. Tot je zo oud en zwak bent dat je in een van onze verpleeghuizen komt.”

Terwijl bijvoorbeeld veel ouderen vallen. In 2018 overleden zo’n vierduizend 80-plussers door een val. Nog eens 108.000 65-plussers belandden op de spoedeisende hulp. Dat aantal stijgt jaarlijks.

Tillift in de badkamer

Maar wat is een geschikte ouderenwoning? Gelijkvloers of met een lift. Zonder drempels en mét deuren die breed genoeg zijn voor een bed of een rolstoel. Anders kunnen ouderen niet meer koken en niet meer naar buiten. De badkamer moet zo groot zijn dat er een tillift in kan. En belangrijk voor de sociale contacten: een gemeenschappelijke ruimte.

De nieuwe Taskforce Wonen en Zorg roept, in een dinsdag gepubliceerd plan, elke gemeente op met woningcorporaties en thuiszorginstellingen binnen één jaar een concreet plan te maken voor woningen en voorzieningen voor 75-plussers. De opgave is groot, zegt voorzitter van de taskforce Hans Adriani, tevens wethouder Wonen in Nieuwegein. Over tien jaar zijn er 2,5 miljoen 75-plussers – nu zijn er ruim 1 miljoen. „Er staan geen ouderen op het Malieveld met spandoeken ‘Geef ons een woning!’” Maar die woningen zijn volgens hem wel nodig.

Het duurt gemiddeld zeven jaar voordat een bouwplan wordt gerealiseerd. „We moeten nu echt beginnen”, zegt Adriani. „Wethouders, corporaties en zorginstellingen in elke gemeente. Neem de ontmoetingsruimte. Niemand is daar nu verantwoordelijk voor. De corporatie kan hem niet bouwen, want er is geen huurder voor. De zorginstelling kan er niet in investeren, want ze weten niet of ze langjarig zorg mogen leveren. En de gemeente bouwt hem niet omdat de middelen dat type investeringen niet dekken.”

Lees ook: Iedere oudere een eigen type huis

Langs elkaar heen praten

Partijen praten vaak langs elkaar heen, constateert de taskforce. Adriani: „Ik had hier een tafel vol corporatie- en zorgbestuurders. De corporatiebestuurder, eigenaar van een flat, zei: ‘Ik wil best afspraken maken met zorginstellingen, maar dan willen ze dat ik eerst alle oudere huurders op de eerste verdieping huisvest, anders moet de wijkverpleegkundige de hele flat door.’ De zorgbestuurder zei: ‘Wij willen best afspraken maken, maar ik moet wachten tot de corporatie alle huurders op de eerste verdieping heeft gehuisvest – want dat wil de corporatie.’ Ze zaten naast elkaar. Ik zei: ‘Horen jullie nu wat je over elkaar zegt?’ Die oudere mensen hóéven dus helemaal niet naar de eerste verdieping, maar jullie denken van elkaar dat jullie dat willen.”

Elke gemeente is anders, daarom moeten ze ieder voor zich een plan maken. Nieuwegein is – net als Zoetermeer en Almere – een new town, een tekentafelstad. Gebouwd in tien tot vijftien jaar tijd, om de woningnood in grotere steden op te vangen. Adriani: „Wij hebben een atypische vergrijzingsgolf. Het aantal bejaarden neemt hier snel toe en dan komen ze met zijn állen. Er is geen demografische piramide zoals in oudere steden, met veel jongeren. Bovendien hebben we een eenzijdig woonbestand: allemaal doorzonwoningen en rijtjeshuizen in bloemkoolwijken. We hebben een homogene bevolkingsopbouw.”

Nieuwegein stelde in 2015 een woningbouwprogramma op waarvoor Adriani alle voorzieningen zoals winkelcentra in kaart liet brengen en er cirkels omheen tekende van vierhonderd meter: de rollatorafstand. „Elk nieuw project dat binnen die cirkels valt, moet geschikt zijn voor ouderen.”

Hij raakte gemotiveerd, vertelt hij, toen de stichting Alzheimer Nederland hem een keer voorrekende dat Nieuwegein nu 800 mensen met dementie heeft, maar over twintig jaar 2.600. „Als je dat als bestuurder op je in laat werken denk je: jee, ik moet al die mensen een plek geven, wat heb je daar dan wel niet voor nodig?”

Waarom bouwen corporaties niet?

De vraag naar huurwoningen voor ouderen is evident. Dus waarom bouwen corporaties die woningen niet? Adriani: „Ze hebben er belang bij om zo generiek mogelijk te bouwen. Als de demografie verandert, kunnen ze er weer iets anders mee. Het is ook iets duurder om woningen voor ouderen te bouwen, dus waarom zou je daar in een overspannen woningmarkt voor kiezen als je woningen toch wel verhuurt? In krimpregio’s is het precies andersom: waarom zou je nieuw gaan bouwen als je je bestaande voorraad al niet verhuurd krijgt? Om die twee tegengestelde redenen werkt het nu niet goed.”

Toch heeft iedereen er belang bij, zegt de taskforce. Adriani: „Als je een goed geschikt nieuwbouwcomplex kunt toewijzen aan je eigen ouder wordende bewoners, dan breng je ook een forse doorstroming op gang in de lokale woningmarkt.”