Hongkong in 1967 in No 7 Cherry Lane.

Interview

‘In Hongkong staat alles op zijn kop’

Interview Yonfan Regisseur Yonfan brengt een eerbetoon aan Hongkong in animatie-film ‘No. 7 Cherry Lane’. Van de huidige protesten is hij minder gediend. „Ik blijf in deze stad, wat er ook gebeurt.”

De eigenzinnige Hongkongse regisseur Yonfan viel in september in de prijzen op het filmfestival van Venetië. Voor zijn animatiefilm No. 7 Cherry Lane kreeg hij de prijs voor het beste scenario. In zijn dankwoord liet de regisseur zich kritisch en sceptisch uit over de protesten in zijn stad tegen de toenemende invloed van China. Hij sprak van „duistere krachten” die zich lieten gelden en beklaagde zich erover dat hem de vrijheid was ontnomen om nog ongestoord over straat te lopen en de metro te nemen.

Dat viel niet goed. „Ineens was ik een antiheld”, vertelt Yonfan per Skype uit Hongkong. De première van No. 7 Cherry Lane moest worden afgezegd. De regisseur maakt inmiddels een ereronde langs internationale filmfestivals met zijn schitterende, zeer persoonlijke film. Maar in Hongkong was No. 7 Cherry Lane nog niet te zien. Dat is buitengewoon spijtig, want aan Yonfans lokale patriottisme valt niet te twijfelen. Uit de film spreekt diepe liefde voor de stad.

Yonfan (72) is een fotograaf, schrijver, kunstverzamelaar en filmregisseur; hij is een estheet die altijd op zoek is naar schoonheid in zijn werk. Hij heeft ongebruikelijk veel zeggenschap over zijn films, die hij vaak zelf financiert. „Die controle over mijn films heb ik altijd gehad. U weet toch wat er over mij wordt gezegd? Als Yonfan een film wil maken, verkoopt hij gewoon een schilderij.”

De regisseur trok onder meer de aandacht met Bugis Street (1995), zijn film over het nachtleven in de roemruchte straat van transseksuele prostituees in Singapore. Zijn etherische Chinese operafilm Peony Pavillion (2001) is onlangs gerestaureerd door het filmmuseum van Bologna. Yonfans werk wordt soms – te snel – afgedaan als romantische kitsch. Maar het meest prominente filmfestival voor Aziatische cinema, in Busan in Zuid-Korea, wijdde in 2011 een retrospectief aan zijn werk.

No. 7 Cherry Lane is zijn eerste, sterk autobiografische animatiefilm. De film speelt zich af in 1967, twee jaar nadat Yonfan als 18-jarige met zijn familie vanuit Taiwan naar Hongkong was gekomen. Ook toen heerste er politieke onrust in de stad: aanhangers van Mao’s Culturele Revolutie kwamen in opstand tegen de Britse koloniale overheersing. Hoofdpersoon van de film is Ziming, een knappe student Engelse literatuur. Hij verdient bij door Engelse les te geven aan de scholier Meiling. Tussen de student, het meisje en haar moeder, Miss Yu, ontstaat een ingewikkelde liefdesdriehoek. Hun weemoedige idylle wordt ruw verstoord door de heftige straatprotesten. Die scènes resoneren – onbedoeld, maar onvermijdelijk – met de huidige protestbeweging in Hongkong.

No. 7 Cherry Lane staat daarnaast bol van de culturele verwijzingen: van de films van Simone Signoret, die Meiling en Miss Yu zien in de bioscoop, tot Prousts Op zoek naar de verloren tijd en de Chinese opera en schilderkunst, die de regisseur hogelijk bewondert.

Waarom wilde u voor het eerst een animatiefilm maken? Bent u een liefhebber van het genre?

„Niet echt. Eigenlijk ga ik nooit naar animatiefilms. Ik heb daar in de eerste plaats voor gekozen, omdat animatie voor mij helemaal nieuw was. Het is altijd goed om iets te doen wat compleet nieuw voor je is. Dan krijg je waarschijnlijk ook nieuwe ideeën. De tweede reden is dat ik al vanaf mijn kindertijd een enorme passie heb voor schilderkunst. Animatie is voor mij vooral schilderkunst. Mijn hoop is dat de film net zo tijdloos zal blijken te zijn, zoals een goed schilderij tijdloos is. Animatie veroudert volgens mij minder snel dan een reguliere film.”

Waren er specifieke schilderijen die u hebben geïnspireerd?

„Ik hou van alle soorten schilderkunst: westerse en Chinese schilderkunst, maar ook Afrikaanse kunst. Als je de film goed bekijkt, zie je veel verschillende stijlen: traditionele houtsneden, maar ook een moderne stijl die lijkt op de popart van Roy Lichtenstein. Er is een scène met weelderige, overdreven planten die is geïnspireerd op het werk van Henri Rousseau. Ik gebruik al die verschillende ingrediënten. Maar tegelijk was mijn streven om een werk te maken dat op zichzelf kan staan.”

Is student Meiling het meest op u zelf gebaseerd?

„De hele film is sterk autobiografisch. In die jaren was ik verliefd op literatuur, op kunst, op film. Ik was die jonge leraar, die boekenworm. Maar ik zie mezelf ook terug in het meisje en in de moeder. Ik herken me zelfs in de voormalige operadiva die in het appartement boven Miss Wu woont. Al die personages drukken aspecten van mezelf uit. Daarom was het zo’n plezier om aan de film te werken. Zo kun je ook het dichtst bij de waarheid komen, als je een gespleten persoonlijkheid hebt met veel verschillende kanten.”

U wekt het verleden heel krachtig tot leven. Heeft u heimwee naar uw jeugd?

„De film gaat niet alleen over het verleden. Voor mij is dit helemaal geen nostalgische film. Ik heb er vijf jaar over gedaan om de film te maken. Zo lang duurt het nu eenmaal om alles te tekenen. Toen ik met de film begon, was er helemaal geen sprake van een revolutionaire situatie in Hongkong, zoals bij de gebeurtenissen in de film in 1967. Maar inmiddels imiteert het leven de kunst. Dat geeft de film ook een tragische dimensie. De film gaat zowel over gisteren als vandaag en morgen.”

Bestaat de stad uit de film nog, of is Hongkong nu totaal veranderd?

„Ik heb altijd gezegd dat er sinds de overdracht van de stad aan China door de Britten voor mij in mijn carrière niet zo veel is veranderd. Ik geloof dat we in Hongkong nog steeds veel vrijheid hebben. Het grootste verschil is dat de mensen nu politiek veel bewuster zijn. Dat heeft Hongkong ondersteboven gekeerd. Iedereen heeft het tegenwoordig over vrijheid, democratie en mensenrechten, zelfs jonge kinderen die niet ouder zijn dan een jaar of twaalf.

„Zulke kinderen moeten wel veel slimmer zijn dan ik zelf was op die leeftijd. Ik kon nog niet eens zelfstandig een ijsje kopen toen ik twaalf was. Ik kan daar alleen maar bewondering voor hebben. Ik weet niet veel van politiek. Maar ik weet wel dat politiek heel gecompliceerd is en buitengewoon vals en gemeen kan zijn. Politiek kan alles gaan overheersen. Ik vind dat gevaarlijk.”

U heeft geen spijt van wat u heeft gezegd in Venetië?

„Nee. Mensen zeggen dat ik beter mijn mond zou kunnen houden, maar dat kan ik niet. Ik moet trouw zijn aan mezelf. Ik blijf in deze stad, wat er ook gebeurt, zelfs als het me onmogelijk zou worden gemaakt om ooit nog een film te maken. Hongkong heeft me de beste jaren van mijn leven gegeven. Ik was hier in de goede tijden. Dan moet ik er ook maar het beste van zien te maken, als de slechte tijden komen.”

No.7 Cherry Lane draait 24, 26, 31/1 en 1/2 op het IFFR.