Om Yousef (Bilal Wahib) en Chloe (Tamar van Waning) bekommert zich niemand, in ‘Paradise Drifters’.

‘Ik zoek hoop aan de rand van de samenleving’

Interview Met een reeks bekroonde kortfilms vestigde Mees Peijnenburg naam als geëngageerd regisseur. Zijn eerste speelfilm ‘Paradise Drifters’ is geselecteerd voor het IFFR en het festival van Berlijn.

Mees Peijnenburg (29) is een regisseur die graag de randen van de samenleving opzoekt. Zijn verhalen gaan vaak over mensen die in de maatschappij net buiten de boot vallen, zoals de probleemjongeren in zijn kortfilm Geen koningen in ons bloed en nu zijn bioscoopdebuut Paradise Drifters, dat geselecteerd werd voor het IFFR en het festival van Berlijn. Maar ook in letterlijke zin: met zijn cast en crew draaide hij zijn eerste speelfilm op plekken waar gewone mensen niet snel hopen te belanden. Een buitenwijk van Marseille waar de bewoners leven van handel in wapens en drugs bijvoorbeeld, of een zigeunerkamp bij Barcelona.

„Ik hou ervan obstakels op te werpen”, legt hij uit. „Ik daag mijn personages én mijn acteurs graag uit, en kijk hoe ze erop reageren.” Met zijn cast maakte Peijnenburg karakterschetsen aan de hand van de verhalen van mensen die zij tijdens research op locatie tegenkwamen, om zo hun personages beter te doorgronden. Hij omschrijft zichzelf als een regisseur die zijn acteurs „aanreikpunten” geeft en dan ziet wat er gebeurt. De magie laat ontstaan. „Bij mij op de set mag alles worden uitgeprobeerd: de kans is altijd aanwezig dat een acteur een veel beter idee heeft dan ik. Ik zoek graag de randen op, wil beelden nóg harder en kwetsbaarder te maken dan ik toch al in mijn hoofd had.”

Deze manier van werken bevalt Jonas Smulders uitstekend. De acteur, twee jaar geleden uitgeroepen tot ‘Shooting Star’ op het festival van Berlijn, vertolkte ook de hoofdrol in Geen koningen in mijn bloed – wat hem een Gouden Kalf voor beste acteur opleverde. Het opzoeken van grenzen is een aanpak waar Smulders zich prima in kan vinden; de acteur liet voor Paradise Drifters zelfs een tand trekken. „Het was een melktand die nooit helemaal is doorgekomen”, voegt hij daar lachend aan toe. „Hij moest er altijd nog een keer uit. Maar ik vond het een detail dat diepte aan Lorenzo toevoegde. Er wordt verder niets over gezegd in de film, maar als kijker snap je dat achter dat gat in zijn gebit een heel verhaal schuilgaat; het staat symbool voor zijn verval.”

De drie personages in de rauwe roadmovie hunkeren alle drie naar liefde, of op z’n minst een beetje aandacht. Maar niemand bekommert zich om Yousef (Bilal Wahib), Chloe (Tamar van Waning) en Lorenzo. De rol van Smulders ligt erg in het verlengde van Geen koningen, waarvoor de acteur al veel research deed en diverse jeugdzorginrichtingen bezocht. „Mees en ik zijn vrienden, we kennen elkaar al jaren”, legt de hoofdrolspeler uit. „Ik weet precies wat hij zoekt op een set, hij hoeft nauwelijks iets uit te leggen. Het zit hem bij Mees niet in de tekstbehandeling; er wordt nauwelijks gesproken in de film. Hij is een regisseur die wil dat het publiek via de ogen van een acteur naar binnen kan kijken bij het personage. Hij wil de onuitgesproken binnenwereld tonen.”

Snaren raken

Smulders deelt veel scènes met tegenspeelster Tamar van Waning (23). De Zaandamse was bezig met een sportopleiding toen actrice Gaite Jansen haar in contact bracht met regisseur Peijnenburg. „Mijn link met de filmwereld is heel klein”, excuseert ze zich lachend. „Ik heb geen enkele opleiding gevolgd en dacht ook niet dat ik serieus een kans maakte op de rol toen ik auditie deed. Maar ik weet wel dat veel mensen een moord doen voor zo’n kans, dus ik dacht: laat ik het proberen.” Peijnenburg vond in haar de energie en het charisma die hij zocht voor zijn gedroomde Chloe. „Ik ben niet bang voor de camera, dat klopt. En alle andere dingen die ik moest weten, hebben Jonas en Bilal mij op de set geleerd. Ik ben van mijzelf best gesloten; het was heel intens om tijdens het draaien doorlopend emoties te moeten tonen.”

Van Waning kan nog niet goed bevatten dat ze over een paar weken over de prestigieuze rode loper van Berlijn zal schrijden. „Ik heb eerlijk gezegd geen idee waar ik aan toe ben”, bekent ze. „Misschien komen er voor mijzelf nieuwe kansen langs, al ben ik niet iemand die in het leven op al te veel rekent. Ik denk wel dat de film bij kijkers veel snaren gaat raken. Ik hoop dat veel mensen de uitdaging aandurven om Chloe en Lorenzo, met wie zij in het normale leven nooit mee in aanraking zouden komen, te leren kennen.”

Regisseur Peijnenburg prijst zichzelf gelukkig dat twee grote festivals als Berlijn en Rotterdam Paradise Drifters hebben omarmd. „Dat zijn podia waar je als jonge maker de kans krijgt op te vallen. Daar zitten mensen in de zaal die als ze enthousiast zijn de mogelijkheid hebben de film onder de aandacht van publiek te brengen.”

Hij erkent dat titels als Paradise Drifters niet meteen door iedereen als toegankelijk zullen worden gezien. „Dat vind ik jammer”, voegt hij daar meteen aan toe. „Ik hoop juist met deze film de arthouse toegankelijker te maken, ook voor mijn leeftijdgenoten. Nee, het is geen gemakkelijk onderwerp. Maar dat is het leven zelf ook niet.” Het verhaal wil, ondanks de zware thema’s, wel een gevoel van hoop uitstralen. „De hoofdpersonages vinden ondanks alles een manier om door te vechten – dat is een oerkracht waar veel mensen in deze harde tijden toch naar zoeken.”

Paradise Drifters is te zien op het IFFR en draait vanaf begin april in de Nederlandse bioscopen.