Als de ene zware crimineel naast de andere zit

Gevangenissen Door de aanpak van georganiseerde misdaad ontstaat een nieuw probleem: het detineren van zware criminelen.

De strijd tegen de georganiseerde misdaad heeft de afgelopen jaren geleid tot een groot aantal zware veroordelingen, van twintig jaar cel tot levenslang.
De strijd tegen de georganiseerde misdaad heeft de afgelopen jaren geleid tot een groot aantal zware veroordelingen, van twintig jaar cel tot levenslang. Foto NICO GARSTMAN/ANP

Wat de vier mannen probeerden te bereiken toen ze zondagochtend een brandend busje tegen de poort van de gevangenis in Zutphen aanknalden, is een etmaal later nog niet duidelijk. Er zijn vier Franse verdachten aangehouden voor deze georganiseerde uitbraakpoging. Vragen over hun zaak worden vooralsnog niet beantwoord.

Over het gevolg van de actie bestaat minder twijfel. Zondag eind van de middag steeg in Zutphen een helikopter op met daarin de 28-jarige Amsterdammer Omar L., die vorig jaar tot levenslang is veroordeeld. Hij werd overgebracht naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught. Dat is een speciaal regime binnen die gevangenis, ingericht voor gedetineerden van wie het vluchtgevaar als „extreem hoog” wordt ingeschat.

Naast Omar L. zit daar ook Benaouf A., volgens justitie een bevriende crimineel, voor wie enkele jaren geleden ook een ontsnappingspoging werd georganiseerd. Een groep mannen wilde Benaouf met een gekaapte helikopter bevrijden uit de gevangenis in Roermond. De poging mislukte. Na een wilde achtervolging werd een van de ‘bevrijders’ door de politie doodgeschoten.

Een van de andere achttien cellen in de EBI wordt ingenomen door Ridouan Taghi, nadat hij eind vorig jaar uit Dubai naar Nederland werd overgebracht. Ook Rico de Chileen, volgens justitie een van de twee criminele partners van Taghi, zit in Vught. De derde partner van dit driemanschap – Naoufal F. – is er weg. Hij werd na zijn levenslange veroordeling in 2019 overgeplaatst naar een minder streng regime.

De drukte in Vught is volgens het Openbaar Ministerie (OM) het gevolg van de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Die heeft de afgelopen jaren geleid tot een groot aantal zware veroordelingen, van twintig jaar cel tot levenslang.

OM-voorman Gerrit van der Burg vertelde vorig jaar in De Telegraaf dat de successen in de strijd tegen de georganiseerde misdaad paradoxaal genoeg een nieuw probleem veroorzaken: het wordt steeds moeilijker om die veroordeelde zware criminelen gescheiden te detineren. Daarom pleitte hij voor een nieuwe, kleinschalige afdeling waar zware criminelen „onder extra toezicht” kunnen worden gedetineerd.

Van der Burg werd maandag, één dag na de ontsnappingspoging in Zutphen, bediend. De Dienst Justitiële Inrichtingen opent zo’n afdeling, waar vooralsnog plek zal zijn voor 12 gedetineerden. Dat is voor mannen zoals de tot levenslang veroordeelde Naoufal F. Zij kunnen niet voor eeuwig worden opgesloten in een extreem zwaar regime, zoals in Vught. Maar de stap naar een gewoon gevangenisregime is naar de zin van het OM te groot voor de groep zware criminelen die zich in de bajes niet zal laten verleiden tot een burgerbestaan. Na een overplaatsing uit de EBI gelden meestal nog verscherpte regels, die extra urine- en celcontroles mogelijk maken, en verscherpt toezicht bij bezoek. Hoewel die maatregelen soms jaren kunnen worden gehandhaafd, is de vrees binnen het OM dat sommige van deze zware criminelen mede dankzij hun status in het milieu, kleinere jongens voor hun karretje spannen. Contact met andere gedetineerden kan in een gewone gevangenis moeilijk worden beperkt.

Er is inmiddels ook een afkorting bedacht voor dit probleem: voortgezet crimineel handelen tijdens detentie (VCHD). Het fenomeen is beschreven in een onderzoek uit 2018, gedaan in opdracht van Politie en Wetenschap.

‘Harder straffen is populair’

Omdat een eenduidige definitie van ‘voorgezet crimineel handelen tijdens detentie’ ontbreekt, is niet duidelijk hoe groot dit probleem is. In 2017 zijn 530 signalen van crimineel gedrag in een van de gevangenissen gemeld. Twee derde daarvan betreft het bezit van of handel in „contrabande”; vaak drank, drugs of telefoons. Van voortgezet crimineel handelen is sprake in minder dan 10 procent van de meldingen.

Dat is volgens advocaat Hettie Cremers dan ook precies het probleem van de harde aanpak. „Hoger en harder straffen is politiek heel populair, zeker als het gaat om de strijd tegen de zware georganiseerde misdaad te bepleiten”, aldus Cremers, „maar het gaat om een relatief kleine groep”.

Cremers, die gedetineerden bijstaat in procedures over hun detentieregime, stelt dat het gevangenisregime voor gewone criminelen steeds zwaarder wordt. „De meeste gedetineerden zitten het grootste deel van hun dag op cel. De tijd die ze kunnen sporten, koken of bezoek mogen ontvangen, wordt in sommige gevangenissen beperkt tot het minimum: 18 uur in de week. Dat is minder dan 3 uur per dag.”

De nieuwste aanscherping van de wet beperkt de voorlopige invrijheidstelling tot maximaal 2 jaar. Dat is nu nog een derde van de totale straf. Ook de fasering, een periode waarin gedetineerden mogen wennen aan het leven buiten de bajes, wordt beperkt. „Het leidt ertoe dat resocialisatie veel moeilijker wordt, met hogere recidive tot gevolg”, zegt Cremers.

Dat er binnen de bajes sprake is van statusverschillen, waar de grote jongens gebruik van maken, is volgens Cremers van alle tijden. „Daar is maar één ding aan te doen. Voldoende en gekwalificeerde bewakers die ingrijpen als dat nodig is. Maar die zijn er steeds minder en hun werk is uitgekleed. Dat probleem wordt niet opgelost met één nieuwe afdeling voor twaalf zware jongens, vrees ik.”