Recensie

Recensie

Het gelaagde Fauda valt ook terug in karikaturen

Het Israëlische Fauda wordt geprezen omdat de serie beide partijen van hun menselijke kant laat zien. Maar in het plattere seizoen twee zijn de Palestijnen geen fijne figuren meer.

Actrice Rona-Lee Shim’on in de Israëlische serie Fauda. Scène uit seizoen twee, dat duisterder en simplistischer is dan het eerste.
Actrice Rona-Lee Shim’on in de Israëlische serie Fauda. Scène uit seizoen twee, dat duisterder en simplistischer is dan het eerste. Beeld Netflix/Ronen Akerman

Wanneer een geheim agent in ruste wordt gevraagd zijn unit nog één keer bij te staan in het oplossen van een belangrijke zaak, weigert hij resoluut. Hij leidt een teruggetrokken bestaan en heeft aan zijn gezin beloofd dat zo te houden. Maar zijn oud-collega dringt aan. De geheim agent laat zijn blik over zijn druivenkwekerij gaan. Vooruit dan.

Een clichématige aftrap, maar het Israëlische Fauda is geen standaardactieserie. Geheimagent Doron Kavillio, type Bruce Willis, maakt onderdeel uit van een Israëlische counter terrorism-unit die infiltreert in de Palestijnse gemeenschap. De leden spreken vloeiend Palestijns-Arabisch, hebben een Palestijns-Arabische look (gouden horloge, goedkoop uitziende T-shirts, zwart gemaakte baard) en zijn volledig op de hoogte van culturele eigenaardigheden. In het eerste seizoen, dat in 2016 op Netflix verscheen, is Doron’s aartsvijand Abu Ahmad het belangrijkste doelwit.

Abu Ahmad en zijn handlangers zijn niet zomaar eendimensionale terroristen, maar houden van hun vrouw, maken zich zorgen om hun kinderen en hebben zo hun eigen gewoonten. Net echte mensen dus. Fauda, Arabisch voor ‘chaos’, werd internationaal geprezen om zijn kwaliteit en realisme, maar ook omdat het de Palestijnen van hun menselijke kant laat zien. Geen vanzelfsprekendheid op de Israëlische tv.

Hanan Hillo, een van de Palestijnse hoofdrolspelers, vertolkt Abu Ahmads vrouw. Ze werkte nog niet eerder aan een Israëlisch project en maakte voor Fauda een uitzondering, zegt ze in een café in Haifa. „Ik vond het script zo bijzonder omdat het niet een van beide partijen als ‘de slechteriken’ afschildert. Als de personages op stereotypen waren gebaseerd, had ik het niet gedaan.” Hillo wil dat Joodse Israëliërs hun Palestijnse buren beter leren begrijpen. „Dan zullen ze ons minder als dieren zien, meer als mensen.”

De makers van de serie, Avi Issacharoff en Lior Raz, die Doron speelt, richten zich nadrukkelijk niet uitsluitend op een Joods-Israëlisch publiek. Ook de Arabischtalige kijker wordt op culturele referenties en inside jokes getrakteerd. Bovendien wordt ook de Israëlische machocultuur op de hak genomen.

Het tweede seizoen, waarin IS voet aan de grond krijgt op de Westelijke Jordaanoever, is duisterder, maar ook simplistischer. Het gewelddadige verzet van de Palestijnen in het eerste seizoen kwam al enigszins uit de lucht te vallen – van een militaire bezetting repte niemand – maar voor de terreur van IS kan geen weldenkend mens begrip opbrengen. Bovendien zijn de Palestijnen in seizoen twee geen fijne figuren meer voor familie en vrienden, maar ijskoude karikaturen. Je bent gewoon blij als ze een keertje doodgeschoten worden.

En dat is jammer – niet alleen voor de Palestijnen, ook voor de serie zelf, die er wat platter en ongeloofwaardiger door wordt. Voor de duidelijkheid: er heeft nooit zoiets bestaan als een Palestijnse tak van IS. Het argument ‘het is fictie’ houdt niet helemaal stand. Fauda appelleert aan echte angsten van Joodse Israëliërs (aanslagen, ontvoeringen) en biedt niet alleen de mogelijkheid om Palestijnen een menselijk gezicht te geven, maar natuurlijk ook het omgekeerde.

Het is de vraag of er in het derde seizoen, reeds opgenomen, weer plaats is voor nuance en gelaagdheid. Die speelt in Gaza, en als er één bevolkingsgroep is die in Israël op minder sympathie mag rekenen dan de Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever, zijn het de Palestijnen in de Gazastrook. Maar het vakkundig gemaakte Fauda verdient het voordeel van de twijfel.