Reportage

Geïsoleerde kinderen Ruinerwold leefden ‘in angst voor slechte geesten’

Religie Voor de kinderen die in oktober in een boerderij in Ruinerwold werden ontdekt, was er in de buitenwereld „geen liefde”, bleek bij de pro-formazitting tegen hun vader en een medeverdachte.

Luchtfoto van de boerderij in Ruinerwold waar Gerrit Jan van D. zes van zijn kinderen jaren zou hebben vastgehouden.
Luchtfoto van de boerderij in Ruinerwold waar Gerrit Jan van D. zes van zijn kinderen jaren zou hebben vastgehouden. Foto Rob Engelaar/Hollandse Hoogte

„Bidden jullie?”, vraagt verdachte Josef B. (58) aan de rechters in de zittingszaal in Assen. Hij is gekleed in een sportieve blauwe jas en een spijkerbroek, zijn baard is getrimd. Op een antwoord wacht de man die de afgelopen maanden bekend werd als ‘de klusjesman van Ruinerwold’ niet. „De kinderen bidden wél”, zegt de Oostenrijker met een licht accent. Hij pakt de leuningen van zijn stoel vast. „Iemand die niet in God gelooft, kan niets over deze zaak zeggen.”

De rechtbank in Assen behandelt de zaak tegen Josef B. en Gerrit Jan van D. (67) dinsdag voor het eerst in het openbaar. De twee mannen worden verdacht van vrijheidsberoving. Van D. zou zes van zijn kinderen jarenlang in een boerderij in Ruinerwold hebben vastgehouden en B. zou hem daarbij hebben geholpen. Van D. is niet in de rechtbank aanwezig omdat hij door een hersenbloeding drie jaar geleden nauwelijks nog kan communiceren. „Ik heb niemand vrijheid beroofd”, zegt B. Hij heeft een „bepaalde religieuze overtuiging”, zegt hij.

De buitendeuren van de boerderij in Ruinerwold die in oktober werd ontdekt, zaten niet op slot. „Weggaan was fysiek dus mogelijk”, zegt officier van justitie Diana Roggen dinsdag in de rechtbank.

‘Alsof je in een vreemd land bent’

De jongste vijf kinderen wílden zelf niet naar buiten, gaven ze ook tijdens de verhoren te kennen.

„Een paar stappen en dan voelde ik me slecht”, zei een van hen.

„Ik kom niet in de buitenwereld, wat heb ik daar te zoeken”, zei een ander.

Een dochter zei dat er in de maatschappij geen liefde is, en in de boerderij wél.

Lees ook Waarom wilde Gerrit Jan van D. met zijn gezin verdwijnen?

„Alsof je in een vreemd land bent waar je de taal niet spreekt”, zei een van de kinderen over een zeldzaam moment buiten het hek.

Toen de politie vijf van de zes kinderen na negen jaar uit de boerderij haalde, zeiden ze meteen dat ze daar vrijwillig verbleven.

Een dag eerder had hun oudste broer zich met een warrig verhaal bij een café in Ruinerwold gemeld. De uitbater belde de politie. Aan de agenten vertelde de jongen dat hij met zijn broertjes en zusje op een boerderij woont en de omstandigheden niet goed waren. Later bleken er nog drie oudere kinderen te zijn die het gezin jaren eerder, voordat ze in Ruinerwold kwamen wonen, al waren ontvlucht.

Toch is er volgens het Openbaar Ministerie wel degelijk sprake geweest van vrijheidsberoving. „Soms klassiek, door opgesloten te zijn in kleine ruimte [zoals het hondenhok], soms op andere wijze: door iemand te laten geloven dat het leven voorbij zal zijn als perceel wordt verlaten.” In de buitenwereld waren de kinderen ‘onder’, zo noemde hun vader dat. Dan zouden er slechte geesten in hun lichaam dringen.

Verstoren van reinheid

Van D. voelde het volgens de kinderen ook als slechte geesten hun lichamen hadden overgenomen. Het betreffende kind werd dan afgezonderd en moest bidden. Soms een dag, soms maanden, zegt de officier. Ze kregen geen eten, slechts water. Dat moest ervoor zorgen dat ze zwakker werden en mentaal opengingen voor verandering. Zo konden de slechte geesten de reinheid van de ‘prime family’ niet verstoren.

Zes van de negen kinderen werden niet opgegeven bij de burgerlijke stand. De oudste drie kinderen kwamen vaker buiten, omdat zij wel naar school werden gestuurd, en dat moesten ze ook ontgelden. De oudste zoon woonde toen hij twaalf jaar was lange tijd in een caravan op het land en later in een schuur. Hij mocht geen contact met de rest van het gezin hebben. „Ik had een slechte geest, dat konden de andere kinderen ook krijgen”, zei hij in een verhoor. Hij kreeg ook de schuld van de dood van hun moeder, in 2004. Dat werd door vader gezien als aanval van buitenaf, die was ingegeven door contact met buitenwereld.

De kinderen werden geslagen met een stok. Ze moesten urenlang in een koud bad zitten. Hun keel werd dichtgeknepen, soms tot ze bewusteloos raakten. Ze moesten elkaar straffen of samen een straf voor een ander bedenken. Zo gooiden de kinderen eens met modder naar een broertje of zusje. Details van de mishandelingen staan in de dagboeken van Van D.

Seksueel misbruik door vader

De tweede zoon en de oudste dochter hebben verteld over seksueel misbruik door hun vader toen zij minderjarig waren. Dat gebeurde als volgens de vader „de geest van hun moeder in hun lichaam zat”, zegt de officier. „Ze konden en durfden geen weerstand te bieden.” Als je dat deed stond je niet ‘open’ genoeg.

Ook nadat de oudste kinderen bij het gezin weggingen, bleven ze bang dat hun vader gelijk had. Dat de buitenwereld hen onrein maakte en „de missie” bedreigde die God het gezin had gegeven.

„Deze mensen willen zelf graag bepalen hoe ze leven”, benadrukt Yehudi Moszkowicz, de advocaat van Josef B. Het is hun religie om afgezonderd te leven, meent hij. Hij benadrukt dat de oudste drie kinderen ook weg konden toen ze dat wilden. „Is het beoefenen van je geloof strafbaar of de uitoefening van een mensenrecht? Gaat het OM straks ook monniken vervolgen?”

Vader Gerrit Jan van D. kan volgens zijn advocaat alleen op gesloten vragen antwoorden, maar het is niet bekend in hoeverre hij doorheeft wat er gebeurt. Een verzoek om dat te doen bij het Pieter Baan Centrum, is toegewezen. Daar is een wachttijd van 16 tot 18 weken en het onderzoek zelf duurt nog eens zeven weken. Dat betekent dat een inhoudelijke behandeling van de strafzaak voor de zomer niet waarschijnlijk is.

Zonder Josef B. „had de situatie niet kunnen ontstaan”, zegt de officier van justitie. B. was de enige schakel naar de buitenwereld, omdat Van D. zich had uitgeschreven bij de gemeente. B. zou hebben gezegd dat het plan over Ruinerwold van hem kwam. Hij zocht de boerderij en tekende het huurcontract. Reed de kinderen er middenin de nacht naartoe. Hij zorgde ervoor dat er geld was, bracht er wekelijks eten, werkte in de moestuinen. B. noemt zichzelf een discipel, een volgeling van Van D. „Dat gaat verder dan medeplichtigheid”, vindt de officier. „Zijn rol is essentieel.”

Verdacht van witwassen

Nadat Van D. een slechte geest bij een Oostenrijkse kennis had waargenomen hielp B. bij de ‘uitdrijving’. Ze hingen de man eerst een dag lang aan handen en voeten aan het plafond. Daarna hielden ze hem nog maanden vast in een bouwkeet in een loods.

Op de boerderij in Ruinerwold werd 97.000 euro gevonden. Onbekend is waar het geld vandaan komt, maar het OM verdenkt B. en Van D. van witwassen.

Het onderzoek heeft lang geduurd, zegt de officier, omdat de zorg voorop stond. „Hoe moesten we met de slachtoffers omgaan? De kinderen maakten aanvankelijk geen oogcontact. Zijn wij een gevaar voor hen omdat ze niet zijn ingeënt?” De vader bleef, ondanks dat er meteen verdenkingen waren, nog een paar dagen bij het gezin voor hij werd gearresteerd.

In het busje van de gevangenis naar de rechtbank luisterde Josef B. vanmorgen naar de radio, vertelt hij. „Dan lult zo’n kerel dat hij [Gerrit Jan van D.] tien jaar lang zijn kinderen in de kelder heeft vastgehouden. Daar is geen één ding van waar. Het was niet in een kelder. Het waren er geen tien, maar zes.”

„U blijft in voorarrest”, zegt voorzitter Herman Fransen aan het slot van de zitting. „Daar zult u het niet mee eens zijn.”

B.: „Absoluut niet. Ik vind het een heksenjacht.”