Ook minister Slob krijgt een dreun van de rechter

Cornelius Haga Lyceum Minister Slob wordt in de zaak-Haga beteugeld door het grondwetsartikel over onderwijsvrijheid dat hem zo dierbaar is.

Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.
Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Foto David van Dam

Minister Arie Slob (Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) leed maandagmiddag een grote nederlaag bij de rechtbank, mede dankzij het grondwetsartikel dat hij als politicus zo vaak heeft omarmd: Artikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

De bestuursrechter in Amsterdam veegde Slobs aanpak van het Cornelius Haga Lyceum van tafel. De minister had het bestuur van de islamitische middelbare school niet mogen opdragen op te stappen. Er is volgens de rechtbank geen sprake van ontoereikend burgerschapsonderwijs op het Haga en slechts in beperkte mate van financieel wanbeheer. Door te eisen dat de school „openlijk” afstand nam van „personen met salafistisch gedachtegoed”, heeft Slob volgens de rechter aan de vrijheid van onderwijs getornd.

Met het vonnis worden de aantijgingen die verschillende overheidspartijen sinds een jaar richting het Haga uiten opnieuw afgezwakt. Eerder oordeelde de toezichthouder van de AIVD dat de inlichtingendienst haar waarschuwingen over de school op punten „onvoldoende onderbouwd” had. De Inspectie van het Onderwijs concludeerde in juli al dat ze de waarschuwing van de AIVD over antidemocratisch onderwijs niet herkende. Wel kwam ze met nieuwe verwijten over wanbeheer en gebrekkige burgerschapsvorming.

Nu de rechter ook deze kritiekpunten grotendeels onderuit gehaald heeft, rest minister Slob nog twee middelen tegen het Haga. De eerste is het hoger beroep dat hij maandag meteen aankondigde. Omdat hij met de Haga-zaak „onontgonnen terrein” betreedt, zegt Slob, wil hij „precies weten” wat hij wel en niet kan doen om in te grijpen. Tegelijkertijd geeft de minister toe dat „de huidige wetgeving onvoldoende basis biedt” voor de zware sanctie die hij heeft ingezet. Dat roept de vraag op of Slob zelf gelooft in een andere uitkomst bij een hoger beroep.

Lees ook: De inspectie zet wel vaker druk op schoolbestuurders

Een tweede uitvlucht is een wetsvoorstel van Slob dat de Tweede Kamer binnenkort behandelt. De minister wil scherper formuleren hoe het ‘burgerschap’ eruit moet zien dat scholen hun leerlingen bijbrengen. Nu stelt de wet slechts dát er aan burgerschap aandacht besteed moet worden, niet op welke manier.

Het wetsvoorstel van Slob biedt volgens emeritus hoogleraar Onderwijsrecht Paul Zoontjens, gespecialiseerd in Artikel 23, „iets meer houvast” dan de huidige wet, omdat het specifiekere eisen stelt. „Maar ook dan geldt dat alleen in zeer extreme gevallen ingegrepen kan worden. Het is zeer de vraag of het Haga Lyceum daaronder zou vallen.” Het hoger beroep van Slob noemt Zoontjens „onverstandig”, omdat de uitspraak vrijwel vaststaat. „Dat wordt een tweede dreun voor de minister.”

Lees ook deze reconstructie van hoe de Inspectie haar boekje te buiten ging bij het Haga

Slob wordt in zijn aanpak van het Haga in de weg gezeten door het grondwetsartikel over onderwijs dat hem als ChristenUnie-politicus zo dierbaar is. Linkse partijen én de VVD willen af van dit Artikel 23 in zijn huidige vorm. PvdA en VVD proberen via een grondwetswijziging te voorkomen dat streng salafistische of anderszins antidemocratische scholen met een beroep op de vrijheid van onderwijs opgericht kunnen worden. Maar Artikel 23 beschermt ook het recht van streng christelijke scholen om vrijelijk gesticht en bestierd te worden en dus willen Slob en een deel van zijn achterban van een grondwetswijziging niets weten.

Opnieuw teruggefloten

Hoewel het Haga-vonnis de politieke impasse rondom Artikel 23 niet doorbreekt, heeft de rechter nu een grens getrokken: hard overheidsingrijpen in het onderwijs is niet mogelijk zolang het onderwijs binnen de wettelijke normen blijft. Na onder meer de Urgenda- en Stikstofuitspraken wordt de overheid opnieuw door een rechter stevig teruggefloten. „Met dit vonnis heeft onze dikastocratie nu ook een onderwijsvariant te pakken”, zegt onderwijsadvocaat Wilco Brussee. Een goede zaak volgens hem. „Wat ‘omstreden gedachtegoed’ is, is lastig te definiëren. Ook voor moeilijke opvattingen moet in het onderwijs ruimte zijn, zolang ze de wet niet overschrijden”, zegt hij. „En dus moet de minister nu proberen op een goede manier zijn verlies te nemen.”

Haga-directeur Soner Atasoy verwacht niet dat dit zal gebeuren. Het vonnis voelt dan ook niet als een overwinning, zegt hij. Hij noemt het „oerdom en kinderachtig” dat Slob „niet in gesprek, maar in beroep” gaat. Desalniettemin betekent dit vonnis dat het Haga voorlopig zijn rijksfinanciering behoudt en dus open blijft. Wat betreft de school heeft de Onderwijsinspectie „geen enkele reden meer” om het strenge toezicht waaraan ze het Haga onderwerpt voort te zetten. De Inspectie zegt de uitspraak eerst rustig te willen bekijken voordat ze besluit of ze haar onderzoek naar de school aanpast.