Opinie

Onbevredigend: al je begeertes bevredigen

Marjoleine de Vos

Hij sprak over de betekenis van het huwelijk, Roger Scruton, in de serie Van de schoonheid en de troost (2000) waarin Wim Kayzer schitterende gesprekken voerde met mensen die echt iets te zeggen hadden. Scruton maakte destijds grote indruk op me met zijn visie op het huwelijk als niet zo maar een afspraak maar een bevestigd en ‘geheiligd’ verbond, dat alles wat daarbinnen gedaan wordt, optilt en betekenisvol maakt. Hoewel hij later bleek ook minder aantrekkelijke dingen te vinden – en toen al merkwaardig enthousiast was over de wrede vossenjacht – bleef hij altijd iemand naar wiens gedachten ik wel enigszins benieuwd was. De verdediging van landschap, schoonheid, huwelijk en religie is de moeite waard, ook als ze komt van iemand die zich teruggetrokken heeft op een Engels landgoed en op vossen wil jagen. Het is tenslotte niet verplicht om meteen ál iemands ideeën te omhelzen. Hitler had een herdershond, maar dat kunnen we moeilijk alle bezitters van zo’n hond verwijten.

Anderzijds is het waar dat je je met je meningen en voorkeuren liever in ander gezelschap bevindt dan van mensen die vrouwen thuis willen houden en homo’s in de kast, die geloven dat ze tot een ‘ras’ behoren dat aanspraak kan maken op een hogere intelligentie dan andere rassen. Wat Scruton niet deed, maar sommige van zijn bewonderaars dan weer wel.

Nu ja, dit alles intussen overwegende, las ik, omdat hij overleden is, een stuk van Roger Scruton in een Nexus-nummer van een paar jaar geleden. Scruton schrijft daarin over geld en macht en Wagners Ring des Nibelungen – hij was een groot bewonderaar van Wagner. Het gaat in dat stuk over de overgang van een ‘natuurlijke’ staat van zijn, waarin het goud gewaardeerd wordt om zijn schoonheid en glans, naar een wereld waarin de intrinsieke waarde (die schoonheid en glans) plaats maken voor de prijs ervan: goud wordt bezit dat geruild kan tegen iets anders. Dat waarde niet langer en prijs wel belangrijk wordt gevonden, is niet echt iets nieuws, maar Scruton brengt dit vermogen om genoegen te nemen met het ene in plaats van het andere in verband met de liefde, die dan ook zou worden afgewezen. „Dat komt doordat het doel van de liefde bestaat in het individu in zijn individualiteit, in het vleesgeworden ik dat onvervangbaar is omdat het alleen kan worden begeerd en gekoesterd omdat het dit is en niets anders.”

Voor de personages in De Ring kan dat gelden, neem ik aan, dat ze de liefde inruilen voor geld of voor de macht die met geld gepaard gaat. Maar wie wordt er überhaupt voor die keuze gesteld en wie zou in zo’n geval zeggen: laat die geliefde maar zitten, ik heb liever een miljoen? Toch geeft het te denken dat we dat zo makkelijk zeggen: „Ik zou je nog voor geen miljoen willen ruilen”– alsof dáár toch wel degelijk de verleiding zit.

Zonder intrinsieke waarden, schrijft Scruton, hebben we ook geen ultieme doelen en hij vervolgt: „We beschikken over de middelen om al onze begeertes te bevredigen, maar de bevrediging ontglipt ons weer.” Dat is een treffende beschrijving van de moderne manier van zijn – drie keer per jaar met vakantie (dat was vorig jaar het gemiddelde) en zich toch vervelen. Als je niet weet waarvoor je leeft, hoe zou je je dan niet vervelen? Het is zaak ergens in te geloven. Liever niet in nationalisme, maar wel in schoonheid, aardigheid, trouw. En liefde voor het onvervangbare ik dat de ander is.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.