Interview

Niet azc maar overheid wekt agressie

Onderzoek Ongeveer een kwart van de Nederlanders is bereid het gebruik van geweld tegen de overheid de steunen. Dat kwam als ‘bijvangst’ uit onderzoek.

Een ‘geel hesje’ in Vaals protesteert tegen bezuinigingen.
Een ‘geel hesje’ in Vaals protesteert tegen bezuinigingen. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Nederlanders hebben een paradoxale houding tegenover migratie: aan de ene kant zijn ze opvallend gastvrij en hulpvaardig tegenover asielzoekers in hun eigen buurt, aan de andere kant zien zij migratie als een groot maatschappelijk probleem voor Nederland.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van het WODC, het onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie en Veiligheid, naar de manier waarop Nederlanders aankijken tegen asielzoekers. Er was na de piek in het aantal asielaanvragen, in de zomer van 2015, aanleiding om daar onderzoek naar te doen: informatieavonden over de komst van azc’s werden verstoord door demonstranten en bestuurders werden bedreigd en aangevallen. Het WODC wilde weten of het ongenoegen van burgers over migratiebeleid zou kunnen uitgroeien tot een breder maatschappelijk conflict, dat in het uiterste geval de nationale veiligheid bedreigt.

De onderzoekers namen van 2016 tot 2019 vier keer een enquête af onder een representatieve groep Nederlanders. Daarnaast onderzochten zij problemen rond drie asielzoekerscentra. In één gemeente werd ook een deur-aan-deuronderzoek gedaan.

„Wat ons opviel”, zegt Tom Postmes, hoogleraar sociale psychologie in Groningen, „is dat mensen in al die jaren van ons onderzoek nauwelijks van standpunt zijn veranderd over asielzoekers. Wie er positief over was, is dat gebleven. Wie negatief was, is dat nu ook nog steeds.”

Lees ook: De Jonge verscherpt scheidslijn binnen coalitie over migratie

De meeste mensen hebben empathie met asielzoekers en vinden het terecht dat ze worden opgevangen. Bijna de helft van de mensen die de onderzoekers spraken, wil asielzoekers op een of andere manier helpen. „Maar 5 procent zegt dat ze overlast ervaren van asielzoekers”, zegt Postmes. „Tegelijkertijd heeft 25 procent het idee dat asielzoekers elders in Nederland wel voor veel problemen zorgen.” Ook denkt twee derde dat asielzoekers Nederlanders verdringen bij de huisvesting.

De onderzoekers zien geen reden om bang te zijn dat de nationale veiligheid in het gedrang komt door slechte verhoudingen tussen asielzoekers en omwonenden. Weinig mensen zeiden dat ze bereid zijn om geweld te gebruiken tegen asielzoekers. Maar er doemde uit het onderzoek wel een ander potentieel gevaar op: ongeveer een kwart van de ondervraagden blijkt geweld tegen de overheid te steunen.

„Het gaat hier om mensen die zich zo ernstig zorgen maken over de samenleving dat zij vinden dat het hele systeem eigenlijk omvergeworpen moet worden, desnoods met geweld”, zegt Postmes. „Als uitlaatklep voor hun ongenoegen tegen de overheid richten zij hun protest tegen migratie. Maar migratie is niet hun enige zorg. Zij zien dat als slechts één van de vele dingen die er misgaan.” Deze groep verdient nader onderzoek, vindt Postmes. „We weten dit een groep is met veel laagopgeleiden en ouderen en met veel ongenoegen over de samenleving. Maar dat verklaart niet alles. Deze mensen zijn geen anarchisten of rechts-radicalen. Wat dan wel?”

Serieus ongenoegen

De overheid moet hun ongenoegen zeer serieus nemen, zegt hij. „Als er niets met die sluimerende onvrede wordt gedaan, kan dat in potentie leiden tot radicale acties. Tegelijkertijd moeten we ook niet overdrijven. De gelehesjesbeweging die je in Frankrijk zag, is hier niet van de grond gekomen. Het belangrijkste lijkt nu om uit te zoeken wat de achterliggende zorgen zijn van deze groep.”

Wat niet helpt, zegt Postmes, is als bestuurders of politici zichzelf tot spreekbuis van bezorgde burgers maken. „Als je dat op een ongenuanceerde manier doet, gooit het alleen maar olie op het vuur.” Als slecht voorbeeld wordt in het rapport minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) geciteerd, die in september in de HJ Schoo-lezing zei dat „de helft van de bevolking inmiddels onomwonden zegt dat er te veel migranten zijn en zich zorgen maakt over integratie.”

Niet alleen is het moeilijk om statistieken te vinden die deze uitspraak steunen, zegt Postmes, ook gaat Hoekstra hiermee voorbij aan de complexiteit van de zorgen van burgers. „We moeten die onvrede goed uitpluizen. Hebben mensen iets tegen de migranten zelf of tegen het migratiebeleid van de overheid? En als ze iets hebben tegen migranten, gaat het dan om vluchtelingen uit niet-westerse landen of om Oost-Europese arbeidsmigranten?” Uit het onderzoek blijkt dat mensen vooral bezwaren hebben tegen die laatste groep en tegen de overheid zelf.

Postmes: „Het is belangrijk dat mensen niet weggebonjourd worden als racisten, maar dat hun emoties bespreekbaar worden gemaakt. Hun angsten zijn abstract, niet terug te voeren op incidenten met migranten. Toch moet er naar worden geluisterd, want deze groep heeft het gevoel dat de overheid er niet meer voor hen is.”