Interview

Overwerkte wetenschappers doen aangifte bij de Arbeidsinspectie

Klacht van WOinActie Wetenschappers werken massaal over en ervaren een veel te grote werkdruk. Maandag doen ze aangifte bij de Arbeidsinspectie.

Universitair hoofddocent Marijtje Jongsma is mede-opsteller van een rapport over werkdruk: „Eerder genomen maatregelen hadden een averechts effect: ze legden de schuld bij de wetenschapper, die moest leren omgaan met stress.”
Universitair hoofddocent Marijtje Jongsma is mede-opsteller van een rapport over werkdruk: „Eerder genomen maatregelen hadden een averechts effect: ze legden de schuld bij de wetenschapper, die moest leren omgaan met stress.” Foto Bram Petraeus

„Ik ben geprikkeld en kapot aan het eind van de dag (...) mijn man en kinderen zijn de dupe, evenals mijn huwelijk. Ik sport niet meer, heb geen tijd voor mezelf en loop al jaren op mijn laatste reserves.”

Het is een van de verhalen van wetenschappers die reageerden op een oproep van platform WOinActie.

WOinActie – een platform van honderden wetenschappers, van promovendi tot gerenommeerde hoogleraren – wilde met de oproep de omvang en gevolgen van overwerk en werkdruk aan Nederlandse universiteiten in kaart brengen.

Meer dan zevenhonderd wetenschappers reageerden. Hun verhalen leveren een onthutsend beeld op. Het zijn verhalen van onderzoekers met jonge kinderen die ouderschapsverlof opnemen om hun werk af te krijgen – níét om voor de kinderen te zorgen. Verhalen over chronische stress, slapeloosheid en burn-outs.

De belangrijkste conclusie van het rapport dat WOinActie maandag presenteert: van de ruim 700 respondenten werkt iedereen standaard over, gemiddeld twaalf tot vijftien uur per week. Docenten en hoogleraren het meest: zij werken gemiddeld bijna anderhalf keer zoveel als wat er in hun contract staat.

Met als gevolg stress en psychische klachten: ruim 50 procent rapporteert oververmoeidheid, slaapproblemen en fysieke klachten als RSI, hoofdpijn en hoge bloeddruk.

Marijtje Jongsma, universitair hoofddocent cognitieve neurowetenschappen aan de Radboud Universiteit is een van de woordvoerders van WOinActie en mede-opsteller van het rapport. Ze schrok van de resultaten, zegt ze. „Alleen al de hoeveelheid: we waren blij geweest met vijftig reacties op onze oproep, maar we kregen er meer dan zevenhonderd. Dat was shocking.”

Lees ook: Universiteiten willen af van ‘publicatiedruk’ op docenten

Belofte minister is niet genoeg

Het onderzoek is niet bedoeld als representatieve steekproef, benadrukt Jongsma. „We konden niet ál het wetenschappelijk personeel benaderen, maar deden via digitale nieuwsbrieven een oproep aan collega’s die door overwerk klachten ervaren en dit ook wilden melden bij de Arbeidsinspectie. Hun verhalen geven een consistent beeld dat we allemaal herkennen: de werkdruk is veel te hoog.” Ook voor Jongsma zelf: „Onderwijs eet vaak al mijn reguliere werktijd op: colleges geven en voorbereiden, scripties begeleiden. Mijn onderzoek doe ik vooral ’s avonds en in het weekend.”

Het gekke is, zegt Jongsma, dat dat het nieuwe normaal is geworden. „Overwerken, doorbikkelen terwijl je ziek bent: het zijn de insignes van de wetenschapper. The show must go on. Maar het ís niet normaal als zoveel mensen het niet meer volhouden.”

De hoge werkdruk onder wetenschappers is al langer bekend, ook in Den Haag. „De band is de laatste decennia heel hard opgepompt, er moet nu lucht uit”, zei minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) in december in een interview met NRC.

„Maar mooie plannen zijn niet genoeg”, zegt Jongsma. „Een paar jaar geleden is er ook van alles bedacht om de werkdruk aan universiteiten te verlichten, maar zonder veel resultaat. Er werd van alles uit de kast gehaald, van massagestoelen tot cursussen mindfulness en timemanagement, maar die maatregelen hadden grosso modo een averechts effect: ze legden de schuld bij de wetenschapper, díé moest veranderen en leren omgaan met stress. Terwijl er niets is gedaan aan de onderliggende oorzaak van de hoge werkdruk.”

De hoge werkdruk zit ’m vooral in de enorme groei van het aantal studenten en de wijze van financiering van hoger onderwijs. Het aantal universiteitsstudenten steeg de laatste tien jaar met 35 procent naar circa 300.000, maar het budget per student groeide nauwelijks. Wetenschappers zijn dus veel meer tijd kwijt aan het geven van onderwijs.

Tegelijkertijd is het gevecht om onderzoeksgeld nog nooit zo hevig gevoerd: van de tien onderzoeksaanvragen worden er twee toegekend.

Vorige week lanceerden de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en wetenschapsfinancier NWO een plan om de hoge werkdruk van wetenschappers te verlichten door ze minder afhankelijk te maken van subsidies en beurzen. Ook dat plan, vindt WOinActie, gaat niet ver genoeg. Jongsma: „Bovendien constateren wij in ons rapport dat de werkdruk grotendeels te maken heeft met de veel te grote onderwijstaak van wetenschappers. De druk om subsidies binnen te halen, is niet ons grootste probleem.”

Minister Van Engelshoven heeft inmiddels erkend dat er een miljard extra nodig is in het hoger onderwijs. „Maar dat geld is er nog niet”, zegt Jongsma. „En de vraag is of het er deze kabinetsperiode gaat komen”

Lees ook: Alleen nog geld voor een kwart vaste aanstelling als docent

Ook Van Engelshovens toezegging geld te verschuiven van de tweede naar de eerste geldstroom, dus van NWO naar de universiteiten zelf, is geen wondermiddel, volgens Jongsma. „ Het is als duwen in een waterbed. Wat wij willen is heel eenvoudig: financier het hoger onderwijs op basis van een duidelijke taakstelling. Wat willen we en hoeveel kost dat?”

En een rem op het aantal studenten? Jongsma. „We zijn een kenniseconomie en levenslang leren is een expliciet streven. Dan kun je niet zeggen: er zijn nu wel genoeg studenten.”

Deze maandag doet WOinActie aangifte bij de Arbeidsinspectie van het structureel overwerk. „We willen dat de Inspectie het zogeheten grijze verzuim aan universiteiten in kaart brengt: mensen die ziek zijn, maar niet als zodanig worden geregistreerd en ook niet vervangen. Daarnaast willen we dat er een landelijk onderzoek komt naar de hoeveelheid tijd die nodig is voor onderwijs. De uren die wetenschappers daar nu voor krijgen stroken niet met de realiteit.”