Reportage

Huurcouture: helpt kleding huren het milieu?

Modeverhuur Het huren van mode is in opmars, omdat het designermode bereikbaar maakt, Is het ook duurzamer?

Illustratie Roland Blokhuizen

Voor de nietsvermoedende kijker ziet de site van My Dressoir er op het eerste gezicht uit als een uitverkoopsite, maar dan een extreme: een blauwgroene jurk van Just Cavalli van 531 euro voor 60 euro, een roze mouwloze jumpsuit van Karl Lagerfeld van 150 voor 30 euro.

Maar de prijzen zijn geen klassieke van/voors: het doorgestreepte bedrag is de officiële verkoopprijs, het tweede de prijs die je betaalt om het kledingstuk zes dagen in huis te hebben, inclusief bezorgen, ophalen en stomerijkosten. My Dressoir, dat drie maanden geleden online ging, verkoopt geen kleding, maar verhuurt die. Het is gespecialiseerd in gelegenheidskleding voor vrouwen, om te dragen op gala’s en huwelijken.

Kledingverhuur is natuurlijk niets nieuws. In zo’n beetje elke stad in Nederland zitten sinds jaar en dag een of meer bedrijven waar je gelegenheidskleding als smokings, avondjurken en verkleedkostuums kunt huren. Voor modeliefhebbers is daar echter weinig te vinden.

De laatste jaren maakt de modieuze kledingverhuur een opmerkelijk snelle opmars. Grote inspiratiebron voor veel verhuurbedrijven is Rent the Runway, dat in 2009 werd opgericht en naast een site ook vijf fysieke locaties heeft in de VS en dat in 2016 al zes miljoen klanten had. De site begon met gelegenheidskleding voor vrouwen, inmiddels is er ook werk- en vakantiekleding alsook kindermode, sieraden en accessoires en jeans van Levi’s. Stukken kunnen eenmalig worden gehuurd, en al maanden van tevoren worden gereserveerd, maar er zijn ook abonnementen. Het populairst is, volgens de site, de RTR Unlimited (159 dollar per maand) waarbij je vier items tegelijk in huis hebt, die je zo vaak kunt wisselen als je wilt, verzend- en reinigingskosten inbegrepen.

Pionier in Nederland was Lena the Fashion Library in Amsterdam, dat vijf jaar geleden opende. Lena is een initiatief van Suzanne Smulders en de zussen Angela, Diana en Elisa Jansen, die alle vier een mode-achtergrond hebben, en richt zich vooral op vrouwenkleding voor dagelijks gebruik in een sobere Scandinavische stijl en vintage mode. Van de nieuwe stukken is het merendeel afkomstig van duurzame(re) merken. Tot een paar maanden geleden werkte het met abonnementen – op het hoogtepunt waren er zo’n 300 abonnees – maar ze zijn inmiddels overgeschakeld op een ‘flexibeler’ systeem. Kopen kan ook: ongeveer eenderde van de kleren wordt verkocht, al dan niet na eerst gehuurd te zijn.

Ook merken zelf hebben het huurmodel ontdekt. Het Deense Ganni, een modieus en redelijk betaalbaar merk dat populair is bij influencers en jonge vrouwen die zich door hen laten beïnvloeden, heeft bijvoorbeeld een eigen verhuurservice, Ganni Repeat, die vooralsnog alleen beschikbaar is in Denemarken. H&M kondigde eind november in Stockholm aan een drie maanden durende proef te doen met verhuren van kleding uit de duurzame feestcollecties. De Amerikaanse ketens Banana Republic en Urban Outfitters zijn al langer bezig met verhuur, net als het eveneens Amerikaanse warenhuis Bloomingdale’s. In 2018, zo schreef modesite Business of Fashion, was de verhuurmarkt wereldwijd goed voor 1,18 miljard dollar. Inmiddels zijn er ook peer-to-peer verhuursites, waarbij leden uit elkaars kast lenen. Bij het Chinese YCloset zijn een miljoen mensen aangesloten.

Fast-fashion is de concurrent

In het onlangs verschenen boek Fashionopolis, dat onder andere de misstanden van de zeer vervuilende mode-industrie aan de kaak stelt, wordt het huren van kleding aangedragen als een oplossing. Een belangrijke zelfs, kun je afleiden aan het feit dat het boek ermee eindigt. We zijn al een tijd gewend aan het delen van auto’s, muziek en huizen, betoogt auteur Dana Thomas, dus „het was alleen maar een kwestie van tijd voor we onze garderobes begonnen te delen”.

Toen Rent the Runway startte, werd door sommige merken getwijfeld of ze zich niet in eigen hand sneden door mee te werken, schrijft Thomas. Maar huurklanten blijken vooral vrouwen te zijn die zich niet een designerjurk kunnen veroorloven. Voor de prijs die ze normaal betalen voor een feestjurk van een fast-fashionketen, die waarschijnlijk zelden gedragen gaat worden, kunnen ze nu een écht ontwerp dragen.

Dubbele winst, zou je kunnen zeggen: in plaats van dat meerdere vrouwen wegwerpmode aanschaffen, delen ze in principe één kledingstuk van (veel) betere kwaliteit. Er is geen garantie dat dat onder betere arbeidsomstandigheden is gemaakt dan fast fashion, maar de kans is wel groter. „Onze concurrentie zijn fast fashion-merken als Zara”, zegt Maxine Hassing van My Dressoir. „Waar je dan iets koopt dat je nog vijf jaar in de kast laat hangen voordat je het aan het Leger des Heils geeft, met het gevoel dat je er nog iets goeds mee doet. Maar daar is de kwaliteit meestal niet goed genoeg voor.”

Lees ook: Fast fashion maakt de wereld kapot

Voordat bedrijfskundige Hassing (27) begon met My Dressoir, dat zowel abonnementen aanbiedt als losse verhuur, werkte ze als duurzaamheidsconsultant. Het frustreerde haar dat het proces naar een duurzamer manier van ondernemen bij de bedrijven waar ze voor werkte zo langzaam verliep. Bovendien: „het core probleem is dat we te veel consumeren.”

Voor designerstukken die in de winkel meer dan 1.500 euro kosten kun je niet bij haar terecht, omdat ze daarvoor een hogere huurprijs zou moeten vragen. „Ik wil het bereikbaar houden”. Dat is ook de reden dat ze alleen een site heeft, en geen ‘winkel’,

Spinning Closet, een eveneens in Amsterdam gevestigd verhuurbedrijf dat sinds afgelopen juli open is en naar eigen zeggen honderd vrouwen aan een jurk heeft geholpen, richt zich op gelegenheidskleding van een hoger segment. Naast Diane von Furstenberg, Ganni en wat duurzame merken zijn op de site en in de rekken in de winkelruimte in Amsterdam-Zuid ook designermerken als Alexander McQueen en Saint Laurent te vinden. De twee bedrijfskundigen achter Spinning Closet, Lilia Planjyan en Ceyla Ruypers, willen op niet al te lange termijn met een abonnementensysteem komen en ook zakelijke kleding gaan verhuren.

Opmerkelijk is dat verreweg de meeste nieuwe verhuurbedrijven zich richten op vrouwen. Uitzondering is het succesvolle Nederlandse merk Scotch & Soda, dat heeft in de VS een huurservice voor mannen.

Wassen, verpakken, bezorgen

Een kledingstuk van Rent the Runway, schreef het Amerikaanse zakentijdschrift Fast Company, wordt gemiddeld dertig keer uitgeleend, waarna het wordt verkocht. Dat wordt dus veel vaker gedragen dan veel ‘eigen’ kledingstukken, feestjurken voorop. Toch vallen er wat kanttekeningen te plaatsen bij het duurzaamheidsgehalte van het huurconcept. Om te beginnen is er het reinigen: gehuurde kleding wordt iedere keer als het terugkomt schoongemaakt, zelfs als dat niet echt nodig is. Rent the Runway heeft, intern, de grootste stomerij van de Verenigde Staten. In een uitgebreid artikel over de stomerij in Fast Company wordt niets gezegd over de duurzaamheid ervan. My Dressoir doet een proef met een duurzame stomerij, maar werkt nog met een gewone. Spinning Closet werkt wel met een ecologische stomerij.

Bij Lena gaat niets naar de stomerij, ook winterjassen niet. Huurders brengen kleding gewassen terug, tenzij het moeilijk te wassen items betreft: die worden bij Lena zelf in de wasmachine gedaan, met biologisch wasmiddel, of met een waterstoomapparaat schoongemaakt.

Dan is er het verpakken van de pakketten. Lena, dat verzendkosten rekent, stuurt de kleding het liefst naar een ophaalpunt, die ook in andere steden zitten, zodat veel kledingstukken in een doos kunnen. Wie op een huisadres bezorgd wil hebben, betaalt meer. Spinning Closet gebruikt herbruikbare en oprolbare kartonnen dozen, Dressoir heeft herbruikbare zakken van gerecycled plastic die vacuüm worden gezogen, zodat het pakket door de brievenbus kan, en als de jurk te groot is een grotere zak van hetzelfde materiaal. Maar zelfs als goed wordt nagedacht over het formaat van de pakketten en er geen onnodig plastic wordt gebruikt, moeten er meestal nog steeds busjes voor rondrijden.

Lees ook: #whomademyclothes? Deze vrouwen in Cambodja maken je H&M-kleren

Maar het grootste bezwaar van huurmode is misschien wel dat het de behoefte aan steeds weer iets nieuws in stand houdt. Zoals Maxine Hassing van Dressoir zegt: „Als vrouw wil je niet drie keer in dezelfde jurk naar een feestje.”

Als je huurt hoef je niets te kopen en weg te gooien, maar je hecht je ook niet aan de kleding. Eugene Rabkin, de hoofdredacteur van het Britse Zeitgeist Magazine, schreef onlangs: „Huren is vrijblijvend consumentisme.” In huurmode kun je je een paar dagen goed voelen, je kunt er succes mee hebben op sociale media, maar je hebt niet de tijd om uit te zoeken hoe het optimaal gecombineerd kan worden. Het heeft geen emotionele waarde. Wie zich echt goed voelt in een kledingstuk, zal er geen moeite mee hebben dat keer op keer te dragen, zelfs op feestjes.

Wat dat betreft is een ander nieuw initiatief van H&M duurzamer: op de site is onder de kop Take Care is te vinden hoe je kleding kunt schoonmaken, repareren en upcyclen.