Israël zoekt met aardgas vrienden in de regio

Gasexport Israël exporteert nu aardgas uit Leviathan, zijn grootste gasveld in de Middellandse Zee. Of het land hiermee een regionale energiegrootmacht zal worden, is nog ongewis.

Een platform bij het aardgasveld Leviathan voor de kust van het Israëlische Caesarea.
Een platform bij het aardgasveld Leviathan voor de kust van het Israëlische Caesarea. Foto Jack Guez/AFP

Revolutionair. Een historische mijlpaal. De start van de productie van Leviathan, het grootste aardgasveld van Israël, ging deze maand gepaard met superlatieven. Het gasveld voor de kust van Haifa verandert Israël definitief van gasimporteur in -exporteur. Die positie probeert het strategisch in te zetten. Of dat gaat lukken, is nog de vraag.

Nog niet zo lang geleden was Israël voor energie afhankelijk van andere partijen in de regio. Tussen 2005 en 2012 importeerde het aardgas vanuit Egypte. Toen militante groepen in 2011, na de opstand tegen toenmalig president Hosni Mubarak, de pijpleiding in de Egyptische Sinaïwoestijn meermalen opbliezen, besefte Israël hoe kwetsbaar die voorziening was.

Het kwam dan ook goed uit dat er intussen eigen gas was aangetroffen. In 2010 ontdekte het Amerikaanse Noble Energy het Leviathan-veld, liefst 600 miljard kubieke meter groot. Een jaar eerder was het half zo grote Tamar-veld gevonden.

„De problemen in Egypte leidden in Israël tot een discussie of het eigen gas moest worden gebruikt voor export of alleen voor lokale consumptie”, zegt Coby van der Linde, directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP). Israël probeert nu beide te doen: het Tamar-gas is voorlopig voldoende voor de interne markt, de rest van de voorraad dient Israëls regionale strategische belangen. Zo versterkt het gas Israëls band met de buurlanden.

Protest bij de buren

Langs een bergweg nabij het Jordaanse plaatsje Ajloun lagen eind 2018 tientallen meters lange, zware metalen buizen. Werklieden bedienden er gele graafmachines. Inmiddels ligt hier een pijpleiding waardoor Israëlisch gas stroomt. Via een andere leiding voert Israël al drie jaar gas van het Tamarveld naar Jordanië. Met het Leviathangas erbij koopt Jordanië de komende vijftien jaar in totaal bijna 50 miljard kuub.

Hoewel Egypte en Jordanië vredesakkoorden met Israël hebben, is de gasimport in beide landen niet populair. Toen begin dit jaar het gas uit Leviathan begon te stromen, verlieten Jordaanse parlementsleden uit protest een debat. Deze week diende het parlement een wetsvoorstel in om de deal te laten annuleren.

Lees ook: Gasveld Leviathan brengt Israël vooralsnog weinig geluk

Een week geleden begon ook de export van aardgas naar Egypte. Dat moet de komende jaren oplopen tot in totaal zo’n 85 miljard kubieke meter.

De Israëlische energieminister Yuval Steinitz noemde de gasexport „de belangrijkste economische samenwerking tussen Egypte en Israël sinds het tekenen van het vredesakkoord”, eind jaren 70. De verwachting is dat Egypte een deel van het gas uit Israël voor binnenlandse consumptie gebruikt, en een deel doorvoert naar klanten in Europa en Azië via twee terminals voor vloeibaar aardgas (LNG). Shell runt er één van.

De eerste klant voor Leviathan was de Palestine Power Generation Company, die een gasgestookte elektriciteitscentrale wil bouwen op de Westelijke Jordaanoever. Een jaar nadat het Palestijnse bedrijf daarvoor in 2014 een overeenkomst had gesloten, trok het zich echter terug wegens complicaties en vertraging in de ontwikkeling van Leviathan. Palestina is voor zijn energie afhankelijk van Israël.

Door de lage gasprijzen is de waarde van Leviathan voor Israël nog onzeker

Mede door Israëlische tegenwerking, en onenigheid tussen de Palestijnen onderling, is een al ver vóór de Israëlische velden ontdekte aardgasvoorraad voor de kust van Gaza tot op heden niet in gebruik genomen. Ook wordt al jaren zonder concreet resultaat gesproken over een pijpleiding van Israël naar de Gazastrook.

Leviathan zet Israël op de internationale energiekaart, maar de exacte economische en geopolitieke waarde van het Israëlische gas is nog onzeker. Of het aardgas de Israëlische economie miljarden gaat opleveren, zoals premier Benjamin Netanyahu aankondigde, valt te bezien.

Sinds Leviathan werd ontdekt, zijn de gasprijzen in Europa met 30 tot 40 procent gedaald – en in Azië nog sterker. Door de dalende prijzen, maar ook door de wereldwijde discussie over CO2-uitstoot staan potentiële geldschieters niet te springen om in dure aardgasprojecten te investeren. Ook het geopolitieke belang is beperkt. Buurland Egypte is niet afhankelijk van Israëlisch gas, zoals andersom ooit wel het geval was.

Pijpleiding van tweeduizend kilometer

Maar de Israëlische ambities reiken verder. Vrijwel tegelijk met het begin van de productie van Leviathan tekenden regeringsleiders van Cyprus, Israël en Griekenland een overeenkomst voor de aanleg van de EastMed-pijpleiding. Dankzij Leviathan doet Israël mee aan dit project, een tweeduizend kilometer lange onderzeese pijpleiding tussen Israël en Italië, via Cyprus en Griekenland.

Het plan voor EastMed ontstond in 2013 en kreeg steun van de Europese Commissie, die de Europese gasvoorziening minder afhankelijk wil maken van Rusland. De behoefte aan alternatieve gasbronnen werd daarna nog dringender. In 2014 ketste het project SouthStream, van het Italiaanse energiebedrijf Eni en het Russische Gazprom af op politieke spanningen rond de Krim tussen de EU en Rusland. Het project was opgezet om Russisch gas via de Zwarte Zee naar Centraal Europa te brengen.

Ook Egypte en Cyprus vonden allebei nieuwe grote gasvoorraden. Het Cypriotische veld Aphrodite bevat naar schatting 129 miljard kuub aardgas, het door Eni ontdekte offshoreveld Zohr bij Egypte wordt zelfs geschat op 850 miljard kuub. Daarmee is dit het grootste bekende aardgasveld in de Middellandse Zee.

Twijfels over EastMed

Om in de eigen behoefte te blijven voorzien én zijn rol als regionale LNG-hub waar te maken, heeft Egypte meer gas nodig. De twijfel over het EastMed-project groeit echter met de dag. De pijpleiding moet in diepe zee komen, wat technisch ingewikkeld is en miljardeninvesteringen vergt die mogelijk niet worden terugverdiend. Een pijpleiding biedt bovendien, anders dan LNG, weinig flexibiliteit; een schip met vloeibaar gas kan immers bijna overal heen.

Het aardgas van de Mediterrane velden zou via Italië verder Europa ingaan, maar Italië heeft de overeenkomst nog niet getekend. Volgens Cyril Widdershoven, oprichter van consultancybedrijf Verocy, hoeft Italië ook niet zo nodig. Het heeft genoeg andere energieleveranciers en er ontbreekt infrastructuur om het gas verder Europa in te brengen. Italië ontvangt gas uit Libië en Algerije, de Trans-Adriatische pijpleiding via Griekenland en Albanië is in een vergevorderd stadium, er zijn LNG-terminals.

Luca Franza, aardgasonderzoeker bij Clingendaels CIEP, denkt juist dat Italië wel behoefte heeft aan extra gas. De huidige bronnen voor Italië zijn niet zo stabiel en het gebruik van aardgas in Italië neemt nog niet veel af.

Er zijn nog meer complicaties. Zo claimt Libanon een potentieel gasrijk gebied, dat naast het Leviathanveld en onder het Libanese deel van de Middellandse Zee ligt. Onderhandelingen over dit territoriale dispuut worden steeds uitgesteld.

Maar de grootste dwarsligger is Turkije. Vorig jaar richtten de deelnemers aan EastMed samen met de Palestijnse Autoriteit en Jordanië het Eastern Mediterranean Gas Forum op om exploitatie van de regionale gasvoorraden te bevorderen. Dit tot woede van Turkije, dat niet mee mocht doen. De Turkse president Erdogan sloot vervolgens een maritieme overeenkomst met het zwakke bewind in de Libische hoofdstad Tripoli. Daarin hebben Turkije en de Libiërs een maritieme zone afgesproken die dwars door het gebied loopt waar de EastMed-pijpleiding zou moeten komen.

‘Erdogan voelt zich belazerd’

Turkije heeft ook langlopende conflicten over zeegrenzen met Griekenland en Cyprus en stelt dat Cyprus olie- en gasinkomsten zou moeten delen met het door andere staten niet-erkende Turkse deel van het eiland. In december verstoorde Turkije exploratiewerkzaamheden van een Israëlisch schip in Cypriotische wateren. Ook boort Turkije zelf in het gebied. „Erdogan voelt zich belazerd”, zegt Widdershoven. „Er is overal gas in de regio en Turkije krijgt er niets van.”

De ondertekening van de EastMed-overeenkomst betekent niet dat de pijpleiding er ook echt komt, zeggen de analisten. „Mogelijk is het een openingszet voor discussie”, zegt Van der Linde. „Het kan een hoofdstuk in een geopolitiek spel zijn.”

Lees ook: Miljardendeal Israël-Egypte over aardgas

Hoe begrijpelijk de Turkse houding misschien ook is, het werkt averechts, verwacht onderzoeker Franza. „Als ze die confrontatie volhouden, maken ze daarmee een pijpleiding die hun land voorbijgaat alleen maar aantrekkelijker omdat Turkije zich niet als een betrouwbare partner gedraagt.”

Mogelijk zullen de deelnemende landen het gas uiteindelijk niet via een pijpleiding, maar via de Egyptische LNG-terminals verder vervoeren – of toch via Turkije, zegt Widdershoven. „Dat is uiteindelijk de grootste gasmarkt voor die regio.”

Dat eerdere plannen voor een Israëlisch-Turkse gaspijpleiding in de ijskast belandden toen de politieke relaties bekoelden, en dat nu ook Egypte en Turkije vijandig tegenover elkaar staan, betekent volgens hem niet dat die optie van de baan is. „Het is het Midden-Oosten, er is nooit iets definitief.”

Het belangrijkste van de gasvondsten blijft voorlopig dat Israël er in zijn eigen energiebehoefte mee kan voorzien. „Ze hebben altijd gezocht naar offshore, omdat ze zich heel kwetsbaar voelden”, zegt Franza. Met Tamar en Leviathan samen heeft Israël genoeg aardgas voor de komende dertig jaar. „Dus revolutionair? Ja, voor Israël zelf wel.”