Opinie

Ingrijpen bij de accountants is nu onvermijdelijk

Boekhoudcontrole

Commentaar

Een accountant is „de vertrouwensman van het maatschappelijk verkeer”. Hoogleraar Théodore Limpbergs honderd jaar oude omschrijving geldt nog steeds. Er speelt echter een complicatie: het vertrouwen in de vertrouwensman is zoek.

Na vijf jaar onderzoek presenteerde de Monitoring Commissie Accountancy, uit eigen gelederen, vorig week snoeiharde bevindingen over de staat van de accountantssector. „De kwaliteit is nog steeds onvoldoende en er is niet genoeg vooruitgang.” Zelfregulering werkt niet. „De politiek moet nu ingrijpen.”

De Tweede Kamer en verantwoordelijk minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) kunnen daar niet omheen. Na een trits van schandalen waarbij accountants verzaakten – de boekhoudfraude bij Ahold, de val van DSB Bank en corruptie bij Ballast Nedam – trok de Tweede Kamer in 2014 een streep. De accountantssector kreeg van de Kamer één laatste kans om zélf verbeteringen door te voeren.

Die kans is nu verkeken. De sector voerde de afgelopen jaren weliswaar talloze hervormingen door, zoals het benoemen van buitenstaanders als commissaris. Maar het resultaat is te gering. In het laatste onderzoek van toezichthouder AFM van november scoort het controlewerk bij slechts twee van de veertien doorgelichte jaarrekeningcontroles een voldoende.

Accountantsorganisaties zien het glas als halfvol. Zij benadrukken op de goede weg te zijn. De Monitoring Commissie Accountancy, moedig ingesteld door de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), ziet dat anders. „Het zelfbeeld van de sector is te positief.”

Minister Hoekstra benoemde een eigen commissie om de sector te bestuderen. Zij komt eind januari met haar bevindingen. Dan barst het debat los. De vraag is nu of de overheid moet ingrijpen in de organisatiestructuur van de vier grote accountantskantoren en beroepsorganisatie NBA. Voor overheidsinmenging in het bedrijfsleven moet grote terughoudendheid gelden. Accountantskantoren zijn echter geen normale bedrijven. Zij hebben een wettelijk monopolie op een publieke taak: het controleren en goedkeuren van jaarrekeningen.

In de accountancysector spelen de Big Four – Deloitte, EY, KPMG, PwC – een hoofdrol. Met twee kleinere spelers beschikken zij als enige over een vergunning (en de middelen) om jaarrekeningen van grote bedrijven, overheden en instellingen te controleren. Terecht constateert de commissie dat zij too big to fail zijn en als systeemorganisaties benaderd dienen te worden, net als banken. Daarbij past dan dat zij verplicht financiële buffers aanleggen en niet alle winst direct uitkeren aan de partners. Maar ook dat er serieus wordt gekeken naar een onafhankelijker rol voor het bedrijfsonderdeel dat het controlewerk doet.

De kantoren draaien steeds meer op lucratief advieswerk. Deze consultancytak is goed voor meer dan de helft van de omzet. Tien jaar geleden was dat nog een derde. Om commerciële beïnvloeding en afhankelijkheid van de consultants te voorkomen, liggen meerdere opties op tafel. De radicaalste is het audit only-model, waarbij de accountantstak volledig wordt afgesplitst. De PvdA is daar voorstander van; de commissie neigt ertoe: zij pleit voor maatregelen waardoor de controletak financieel op zichzelf staat.

Ook de rol van de NBA moet na dit debacle tegen het licht gehouden worden. De NBA is geen gewone beroepsorganisatie maar is bij wet ingesteld. Zij is nu belangenbehartiger, toezichthouder, regelgever én opleider. Dat zijn dus te veel petten gebleken.