Opinie

De weg naar de dood loopt via de Egyptische gevangenis

De dood van een Amerikaan in een Egyptische cel vestigde vorige week (even) aandacht op de repressie onder Sisi's bewind, zag Carolien Roelants.

Dwars

Een beetje dictator kan buitenlandse kritiek op zijn repressie wel buiten de deur houden – zolang hij maar geen westerling in zijn gevangenis laat sterven. En zelfs dan. Neem de Egyptische president Sisi, met wie de Europese Unie zo graag samenwerkt om migranten tegen te houden. „Een groot leider”, noemde president Trump hem vorig jaar.

Op 13 januari stierf een Amerikaanse Egyptenaar, taxichauffeur Moustafa Kassem (54), in een Egyptische gevangenis. Hij werd opgepakt in augustus 2013, toen Sisi zijn leger een einde liet maken aan de bezetting door aanhangers van de Moslimbroederschap van het Rabaaplein in Caïro. Daarbij werden volgens Human Rights Watch op één dag rond de duizend ongewapende bezetters gedood. Egypte zelf houdt het op 638 doden, wat mij voldoende lijkt voor de term slachtpartij. Kassem werd in een massaproces met 700 medeverdachten tot 15 jaar gevangenis veroordeeld wegens poging tot omverwerping van het bewind. Onschuldig, hield Kassem vol. Hij ging in 2018 in hongerstaking, en de Egyptische overheidsreactie op zijn dood kwam erop neer dat het daarom een geval van eigen schuld was.

Kassem is lang niet de enige die de Egyptische cel niet overleeft; alleen al deze maand zijn volgens mensenrechtenorganisaties twee andere politieke gevangenen overleden, onder wie op 4 januari de journalist Mahmoud Mahmoud. Volgens het Committee for Justice in Genève zijn tussen 30 juni 2013 en 1 december 2019 in Egypte 958 gevangenen gestorven, van wie 280 politieke gevangenen. Belangrijkste doodsoorzaak is volgens het CfJ het onthouden van medische zorg (677 gevallen) gevolgd door foltering (136). (Ter vergelijking: in Nederland 39 sterfgevallen in 2011.)

Na de dood van journalist Mahmoud gingen honderden gevangenen in hongerstaking om te protesteren tegen hun omstandigheden: dat dekens en kacheltjes door de gevangenisleiding zijn verboden, dat daardoor bestaande gezondheidsproblemen worden verergerd en dat vervolgens medische zorg wordt onthouden. Zie Moslimbroeder Mohammed Morsi, die in juli 2013 door Sisi als president werd afgezet en gevangen gezet, en vorig jaar juni in de rechtszaal stierf. Morsi kreeg ook geen medische zorg.

In een nieuwe uitbraak van verdronken-kalfitis kwamen in Washington na Kassems dood verscheidene Congresleden in het geweer, zowel Democraten als Republikeinen. Senator Leahy bijvoorbeeld sprak van een tragedie die voorkomen had kunnen worden. „Ik was vroeger aanklager. Ik zou zijn dood moord noemen.” Leahy en anderen eisten Amerikaanse sancties.

Nu gebruikt de regering-Trump graag het sanctiewapen, zoals u zal zijn opgevallen, of dat hier ook zal gebeuren is de vraag. Egypte krijgt elk jaar 1,5 miljard dollar ter ondersteuning van zijn vredesverdrag met Israël. Het Congres stelde vorig jaar 300 miljoen van dat bedrag afhankelijk van verbetering van de mensenrechten. Minister van Buitenlandse Zaken Pompeo schrapte de voorwaarde onder verwijzing naar de nationale veiligheid. Ja, die nationale veiligheid, die laat zich graag misbruiken.

Sisi is nog repressiever dan de laatste militaire dictator, Mubarak, maar westerse regeringen hebben daar weinig moeite mee. Ze roemen Egyptes stabiliteit. Hoe stabiel is een regime dat zijn hele veiligheidsapparaat mobiliseert om te voorkomen dat ook maar iemand komende zaterdag de (zo mislukte) revolutie van 25 januari 2011 herdenkt?

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.