De Welshe boer Glynn Roberts maakt zich zorgen over de toekomst. „Vergeet niet dat kleine boeren zo goed als compleet afhankelijk zijn van EU-subsidies.”

Foto Merlin Daleman

Interview

De gevolgen van Brexit: een boer en een visser uit Wales aan het woord

Interviews Na de Brexit moeten Britse vissers en boeren niet meer naar Brussel maar naar hun eigen regering kijken voor subsidies, vangstquota en handelsregels.

Boeren en vissers in het Verenigd Koninkrijk maken zich zorgen over de aanstaande Brexit. Ja, de Europese regelgeving was niet perfect, maar ze voelden zich wel gesteund door de EU. NRC ging op bezoek bij een boer en een visser in Wales. Voor de Welshe visserman James Wilson is het ‘een slechte zaak’ dat het Verenigd Koninkrijk straks geen deel meer uitmaakt van de Europese interne markt.

Boer Roberts: ‘In Europa waren boeren decennialang een machtsfactor. De Britse politiek ziet ons amper staan’

Foto Merlin Daleman

Glyn Roberts laat graag zien hoe een Welshe schapenboer hoort te boeren. In een veld bast hij commando’s naar Prus, zijn zwart-witte hond. Het beest vliegt over het veld, alsof Roberts hem radiografisch bestuurt. Gedwee worden drie ooien in een stal gedreven.

Roberts kijkt trots. Geef hem eens ongelijk. De 64-jarige boer bezit een mooi bedrijf, met 120 runderen, 300 ooien en jaarlijks zo’n duizend lammetjes. Hij heeft zijn opvolging al geregeld. Zijn 25-jarige dochter Beca wil de 300 jaar oude boerderij overnemen. Maar toch. Als Roberts over zijn vak en de toekomst praat, is hij onzeker. De reden: Brexit.

Terwijl het Britse bedrijfsleven opgelucht ademhaalt omdat No Deal is vermeden en de geldende regels tijdens de overgangsfase tot eind 2020 intact blijven, is de situatie voor boeren anders. Onmiddellijk houdt de subsidiestroom van de EU op en is de sector afhankelijk van de Britse regering. Pas op 30 december, de een na laatste dag van vorig jaar, maakte minister van Financiën Sajid Javid bekend voor 2020 ruim 3 miljard pond (3,52 miljard euro) uit te trekken voor de landbouw, evenveel geld als boeren van de EU ontvingen in 2019.

Lees ook: Brexit kust zelfs in Wales het nationalisme wakker

De Britse regering wil in elk geval de komende vijf jaar - de zittingsduur van het parlement - die geldstroom in stand houden. Ieder jaar moet het Lagerhuis wel opnieuw instemmen met de hoogte van het bedrag. Het geld kan, in geval van een recessie, nog eens onder de loep genomen worden door de politiek.

Roberts vertrouwt de Britse regering niet. „Politieke beloften zijn geen afspraken”, zegt hij. Natuurlijk heeft Roberts genoeg aan te merken op het Europese landbouwbeleid. Er was altijd wel discussie over modegrillen en stelselwijzigingen. „Als boer wist je wel dat het beleid zeven jaar van kracht was. Daar kon je een bedrijfsvoering op inrichten”, zegt hij. „Van de Britse politiek verwacht ik niet die zekerheid.” Roberts voelde zich in de EU altijd gesteund door collega’s in Frankrijk, Duitsland en Nederland. „In Europa waren boeren decennialang een machtsfactor. De Britse politiek ziet ons amper staan.”

„De enige manier om te overleven, is efficiënter worden. Dat betekent minder hoge standaarden.”

De Welshe boer weet dat het Europese landbouwbeleid bij het grote publiek niet populair en slecht begrepen wordt. Ieder jaar schrijven de kranten over de lijstjes van grootonvangers. De koninklijke familie ontvangt ruim een miljoen pond voor onderhoud van landgoed Sandringham en de royal farms bij Windsor. James Dyson, de ondernemer die voor de Brexit is en zijn stofzuiger- en handdrogerbedrijf naar Singapore verhuisde, ontvangt twee miljoen per jaar voor zijn landerijen. „Dat kan je ook niet uitleggen”, zegt Roberts. „Vergeet niet dat kleine boeren zo goed als compleet afhankelijk zijn van EU-subsidies. In mijn geval komt 80 procent van mijn inkomen uit Brussel.”

De discussie over de gevolgen van het EU-beleid op schaalvergroting in de sector zijn complex. Roberts gelooft echter dat in dit deel van het Verenigd Koninkrijk de EU ervoor zorgt dat kleine boeren, die vaak een echtgenoot met een ander inkomen of zelf een tweede baan hebben, overeind blijven.

Dat zorgt ervoor dat Noord-Wales niet compleet leegloopt, dat dorpjes niet totaal in handen vallen van stedelingen op zoek naar vakantiehuisjes. „Zonder subsidie kan je alleen door schaalvergroting je kop boven water houden. Hier zouden alle kleine boerderijen samengevoegd moeten worden tot een of twee grote bedrijven”, zegt hij.

Roberts vreest een handelsverdrag met de Verenigde Staten na de Brexit. Hij denkt dat de Conservatieve regering van Johnson liever de banden met de Amerikanen aanhaalt dan economisch verbonden te blijven met de EU. „Amerikaanse boerderijen zijn gigantisch. Wij kunnen nooit op prijs concurreren”, zegt hij. De markt voor duurder en kwalitatief hoogwaardig Welsh vlees is te klein om van rond te komen. „Dus de enige manier om te overleven, is efficiënter worden. Dat betekent minder hoge standaarden. Dat betekent hormoonvlees toestaan.”

Roberts maakt overuren als voorman van een kleine Welshe boerenbond. Hij steunde in het Brexit-referendum Remain en wist zijn vereniging zo ver te krijgen dat ook te doen. Toch weet Roberts dat veel collega’s voor uittreden stemden. „Ze lieten zich verleiden door verhalen over vrijheid en soevereiniteit”, zegt hij. Dat soevereiniteit voor de meeste boeren niet bestaat weet hij al te goed. Roberts wijst over de glooiende velden rondom zijn boerderij. Vroeger was dit eigendom van de Penrhyns, de grootgrondbezitters met hun kasteel aan de kust en hun vermogen ooit vergaard met de handel in suiker en slaven. In de jaren vijftig wilden de erven Penrhyn geen successieheffing betalen en droegen het bezit over aan de National Trust.

De National Trust beheert de landhuizen en stelt de landerijen open voor het publiek. De organisatie is een van de hoeders van de countryside, de heuvels, velden, akkers en landerijen die Britten zo koesteren en zien als onderdeel van hun identiteit. De stichting ontvangt voor een deel van de boerderijen en grond zelf EU-subsidie (8,5 miljoen in 2018), maar verpacht ook delen van het land. Roberts huurt al dertig jaar zijn boerderij van National Trust. „Mijn ouders waren dagloners. Dat ik hier terechtkon en via de National Trust al dertig jaar kan boeren, is een typisch Brits fenomeen. Dat ik hier voldoende geld verdiende om een gezin te stichten en vijf kinderen een universitaire opleiding te laten afronden, heb ik te danken aan het EU-subsidiestelsel. Die combinatie was voor mij goud waard.”

Visser Wilson: ‘Wij mogen in de baai geen uitheemse oesters kweken’

Foto Merlin Daleman

James Wilson weet veel, vooral over mosselen en vis. Hij vertelt graag over alles wat hij weet. Hij houdt van buiten zijn, op zee zijn, de wind in zijn haren. Hij geniet van zijn mossels kweken in de Menaistraat, het water dat Noord-Wales scheidt van het eiland Anglesey.

De afgelopen maanden kreeg hij soms koude rillingen van de onzekerheid. „Oh man!”, zegt Wilson, gezeten in de kajuit van een kotter in de haven van Bangor. „Tijdens die Lagerhuisdebatten vorig jaar over No Deal keek ik met samengeknepen billen.”

De mosselen die hij in de wateren voor de Welshe kust kweekt zijn lekker en van prima kwaliteit. Maar Britten eten weinig mosselen en Europeanen kennen de Welshe mosselen niet. De Zeeuwse zijn wel een begrip in Nederland, België en Frankrijk. Dus heeft Wilson een joint-venture met Krijn Verwijs, een mosselbedrijf uit Yerseke.
Via Dover en Calais naar Yerseke

Wilson laadt zijn Welshe mosseloogst, vliegensvlug in vrachtwagens en brengt ze via Dover en Calais binnen 24 uur naar Yerseke. Dan zijn ze nog in uitstekende staat als ze aankomen. De mosselen worden daar weer ondergedompeld en gespoeld met water uit de Oosterschelde. Dan kan Krijn Verwijs de onbekende Welshe mosselen verkopen als Zeeuwse mosselen.

Wilson: „Qua smaak is er geen verschil. Met vertragingen van No Deal in de havens had men in Yerseke niets meer aan mijn mosselen gehad. Niet vers genoeg meer.”
Dat een No Deal-Brexit van tafel is, stelt Welshman Wilson amper gerust. „Door de Brexit wordt het Verenigd Koninkrijk opeens een buitenstaander op de Europese interne markt. Voor mij is dat een slechte zaak.”

Om de gevolgen te overzien, moet James Wilson gedetailleerd uiteenzetten wat de regels zijn voor mosselen, in handelsjargon „levende organismen bestemd voor menselijke consumptie”. Is dit het meest sexy Brexit-onderwerp? Nee. Is dit typisch zo’n technisch dossier waar de kleine lettertjes van Europese verordeningen grote gevolgen hebben voor betrokkenen? Ja.

De haven van Bangor Foto Merlin Daleman

EU-landen dienen de invoer van dit soort producten van buiten de EU bij de grens van de interne markt te controleren. Wilson verwacht dat hij twee opties heeft: Zeebrugge of Cherbourg. „Welke haven we kunnen gebruiken hangt af van de kwaliteit van het water hier voor de kust.”

Zeebrugge zal alleen minder ingrijpende controles uitvoeren. Alleen als het zeewater bij Wales van uitstekende kwaliteit is, krijgt hij toestemming zijn mosselen via de Belgische haven te vervoeren. „Cherbourg is te ver van Yerseke”, zegt hij. Hoe Wilson dan de huidige constructie kan voortzetten, weet hij niet. De voorbije jaren kreeg het Welshe zeewater soms het keurmerk uitstekend, soms niet. Wilson heft zijn armen ten hemel. „Je kan niet alles controleren, maar het is frustrerend dat zo veel afhangt van iets waar je als ondernemer weinig aan kan doen.”

Natuurlijk is de Europese Unie ook niet perfect, weet Wilson. Maar de Welshe visser ergert zich aan de in zijn ogen excessief strenge interpretatie van de Britse autoriteiten van de regels voor beschermde natuurgebieden. „Als gevolg mogen wij in de baai geen uitheemse oesters kweken, terwijl de omstandigheden absoluut perfect zijn. De Spaanse en Nederlandse autoriteiten zijn daar veel soepeler in”, zegt visser Wilson.

Lees alle NRC-producties over de Brexit in ons dossier

Wat hem nog meer stoort, is de wijze waarop Britse vissers de Brexit als kans zien. Ze geven de Europese Unie de schuld van de verwoesting van de Britse vloot en de aftakeling van ooit levendige vissersdorpen als Grimsby, Fleetwood en Hull. Alle Europese vissers hebben te maken gekregen met schaalvergroting. Je kon meedoen of stoppen. Dat de Britse vissers – de Schotten en de oceaantrawlers van de Shetland-eilanden uitgezonderd – het slecht deden, had volgens Wilson vooral te maken met verkeerde keuzes en slechte investeringen.

„Britse vissers wilden per se kabeljauw vangen bij IJsland en Groenland, en lieten de vangst van schol en tong aan de Belgen, Nederlanders en Spanjaarden. Toen in de jaren 70 ruzie uitbrak met IJsland en de visstand kelderde, hadden de Europeanen de Noordzee in handen”, zegt Wilson. „Wij betalen de prijs voor de zonden van onze vaders.”