Recensie

Recensie Muziek

Virtuoos slagwerk van Dominique Vleeshouwers

Slagwerker Dominique Vleeshouwers is bekroond met de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs. In het ‘Tweede slagwerkconcert’ van MacMillan liet hij zien waarom.

Slagwerker Dominique Vleeshouwers.
Slagwerker Dominique Vleeshouwers. Foto Andreas Terlaak

De Nederlandse Muziekprijs, de hoogste staatsprijs voor muziek, bestaat bijna veertig jaar en is zaterdag voor het eerst uitgereikt aan een slagwerker. Dominique Vleeshouwers (1992) ontving de prijs uit handen van minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ingrid van Engelshoven tijdens een concert met het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Amsterdamse Concertgebouw. Het programma wordt maandag nog herhaald.

Vleeshouwers, in 2014 de winnaar van het Tromp Percussieconcours in Eindhoven, kreeg de prijs niet alleen voor zijn uitzonderlijke muzikale kunnen, maar ook omdat hij in zijn veelzijdige projecten nadrukkelijk over grenzen heen „verbinding” zoekt en een „nieuw publiek” weet te bereiken, aldus de minister.

De Nederlandse Muziekprijs is geen jaarlijkse prijs, maar de bekroning van een meerjarig ontwikkelingstraject van het Fonds Podiumkunsten, waarin de kandidaat intensief wordt gevolgd door een commissie.

Lees ook: Interview met Dominique Vleeshouwers

In het prijsconcert moest Vleeshouwers alles uit de kast halen voor het Tweede slagwerkconcert van James MacMillan, een hypervirtuoze achtbaansrit langs allerlei percussie-instrumenten, van marimba tot steeldrum en ‘alufoon’, een rek met resonerende aluminiumklokjes. De afstemming met het orkest luistert in dit werk bijzonder nauw, aangezien de solopartij voortdurend in een complexe dialoog met de orkestslagwerkers verwikkeld is. Op de beste momenten creëerde dat een spannend ruimtelijk effect. Wellicht hielp het dat Vleeshouwers op zeer goede voet staat met de uitstekende dirigente Elim Chan: zij zijn namelijk verloofd.

Het NedPhO bracht MacMillans compositie in 2014 in Utrecht in wereldpremière, toen met sterslagwerker Colin Currie als solist. Het was interessant om te zien dat Vleeshouwers het uitgebreide instrumentenarsenaal heel anders had opgesteld dan Currie en ook andere accenten legde. Zo klonk de ‘drumstelsequentie’ bij Vleeshouwers coherenter en urgenter dan bij Currie. Schitterend was ook het mysterieuze langzame middendeel, waar de virtuositeit in timing en klankvorming school: in een solo op een batterij koebellen etaleerde Vleeshouwers prachtig hoe je je hele lichaam nodig hebt om één koebel perfect aan te slaan.