Vals spelen? Dat is vrijwel onmogelijk bij het Tata Steel schaaktoernooi

Reportage Geen mobieltjes in de zaal en topschakers die op elektronische apparatuur worden gescand. Vals spelen is bijna onmogelijk op het Tata Steel-toernooi.

Mobieltjes streng verboden in de buurt van de topschakers op het Tata Steel Schaaktoernooi.
Mobieltjes streng verboden in de buurt van de topschakers op het Tata Steel Schaaktoernooi. Foto Simon Lenskens

Hij zat een tijdje op de wc, maar had al die tijd zijn broek aan. De Letse schaker Igors Rausis had een heel andere behoefte toen hij zich in de zomer van 2019 terugtrok tijdens het Straatsburg Open in Frankrijk. Niet voor het eerst zou hij zijn opponent te slim af zijn.

Starend naar zijn telefoon had de 58-jarige grootmeester niet door dat hij van bovenaf werd gefilmd. In het hokje naast hem was een andere schaker op het toilet gaan staan om vast te leggen waarover in de hoogste rangen van de schaaksport al twee jaar werd gespeculeerd: Rausis, die in korte tijd honderden plekken was opgeschoven richting de 52ste plek op de wereldranglijst, speelde vals.

De foto ging de wereld over. Het deed haast kolderiek aan, zoals Rausis daar op het toilet zat, met zijn mobieltje in de hand. Maar in de schaakwereld werd er nauwelijks om gelachen. Als er één doodzonde is die de sport schade toebrengt, dan is het wel cheating.

In Wijk aan Zee weten ze dat ook. Op het prestigieuze Tata Steel-toernooi zijn de voorzorgsmaatregelen dit jaar groter dan ooit tevoren. „Kijk, dit is onze nieuwe draadloze metaaldetector”, zegt arbiter Alex Roozen een uur voordat de topschakers in de Mastersgroep aan hun partijen beginnen. „Die hebben we dit jaar voor het eerst in gebruik.”

Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens

Douanier op luchthaven

Als een douanier op een luchthaven scant hij de grootmeesters – van wonderkind tot vedette – van top tot teen op de eventuele aanwezigheid van elektronische apparatuur. Een microscopisch klein apparaatje in het oor? Betrapt. „Ik geloof echt niet dat hier valsspelers tussen zitten”, zegt Roozen, „maar niet scannen is geen optie. Het moet.”

Het probleem is dat bedriegen bij schaken meteen loont, weet de Nederlandse grootmeester Erwin l’Ami, in de zaal spelend tussen de veertien subtoppers van de Challengers-groep. „Een wielrenner aan de doping moet nog steeds een heel goede dag hebben om te winnen. Maar fluister mij drie zetten in tegen [wereldkampioen] Magnus Carlsen en ik win.”

Al eeuwen voordat de computer zijn intrede deed in de schaaksport, beweerde een uitvinder al dat de mens het zou afleggen tegen een schaakmachine. Het was circa 1770 en in het paleis van keizerin Maria Theresia van Oostenrijk presenteerde de Hongaarse uitvinder Wolfgang von Kempelen een schaakautomaat waarmee hij zijn tijd ver vooruit leek te zijn.

Zijn machine bestond uit een ladekast van bureauformaat, met daarop een schaakspel waarop een mechanische pop de zetten deed. Bedrog? Nee hoor, zei de uitvinder, wanneer hij zijn publiek één voor één de lege en met staalkabels gevulde compartimenten liet zien. Geen mens te zien. Zelfs Napoleon Bonaparte stond perplex toen hij tijdens een bezoek aan de Oostenrijkse keizerin van de automaat bleef verliezen.

Decennia later werd onthuld hoe Von Kempelen iedereen had gefopt. Natuurlijk zat er een mens in de kast: een kleine topschaker, die zich als een slangenmens in de nauwste ruimtes verstopte als Von Kempelen de deurtjes opende. De stukken op het bord bewoog zijn handlanger via gespiegelde magnetische stukken in de kast, zo wil de legende.

Schaken bleef, kortom, wat het al eeuwen was: een één-tegen-één-gevecht, in de geest van de oude varianten die de Vikingen ooit speelden met stukken van walrusivoor en walvisbalein – lang voordat de Amerikaan Bobby Fischer en de Rus Boris Spassky in 1972 achter het schaakbord een ideologisch geladen WK-tweekamp zouden uitvechten ten tijde van de Koude Oorlog.

Pas aan het eind van de twintigste eeuw mengde de machine zich in de strijd. Hoewel de eerste schaakcomputers dateren van de jaren zeventig, duurde het tot 1996 voordat ’s werelds beste schaker van dat moment, Garry Kasparov, het aflegde tegen een schaakcomputer van IBM, genaamd Deep Blue.

Het was slikken voor Kasparov. Want als er één schaker was die trots was en een bloedhekel had aan verliezen, was het wel de playboy die was grootgebracht in de Sovjet-Russische schaakwereld. Kasparov, een intellectueel die ook nog eens voetbalde, Hemingway las, een Russische actrice schaakte en in alles het tegendeel was van die andere Russische topper, postzegelverzamelaar Anatoli Karpov, kon maar moeilijk verkroppen dat de computer hem de baas was.

Ook voor de honderden deelnemers in de verschillende amateurgroepen van het Tata Steel-toernooi (zie foto’s hierboven) is een mobiele telefoon taboe. Maar zij worden, anders dan de topschakers, niet gescand op elektronische apparatuur.Foto’s Simon Lenskens

Deep Blue

Kasparov betichtte IBM van valsspelen. Sommige zetten van Deep Blue, meende hij, getuigden van menselijke inmenging. Het nam niet weg dat door zijn nederlaag tegen de computer een nieuw tijdperk in de schaaksport werd ingeluid.

In veel opzichten bood de computer de schaker vooral voordelen. Dankzij sterkere tegenstand konden schakers hun eigen spel verbeteren. Bovendien werd de computer ook een bron van kennis. Terwijl topspelers vroeger koffers vol schaakliteratuur met zich meezeulden – het ene boek voor de opening, het andere voor het eindspel – hadden ze na verloop van tijd genoeg aan alleen hun laptop. „De huidige generatie koopt geen boeken meer”, zegt arbiter Roozen. „Hooguit voor de anekdotes uit de sport.”

De computer had ook één nadeel: de mogelijkheid tot valsspelen. Als een partij live wordt geregistreerd en op internet te volgen is, wat op het hoogste niveau vanzelfsprekend is, biedt dat de mogelijkheid om een schaakcomputer in een andere ruimte de partij te laten analyseren en de best mogelijke volgende zet in de dan bereikte stelling aan te wijzen.

Terwijl de beste schakers zo’n twintig zetten vooruit kunnen denken – voor mensen een prestatie van formaat – zijn schaakcomputers in staat om in zeer beperkte tijd talloze varianten door te rekenen. De beste schaakcomputer heeft momenteel een ELO-rating van bijna 3.500. Ter vergelijking: wereldkampioen en nummer één van de wereld Carlsen zit op 2.872 (klassiek schaken).

Eén van de meest memorabele incidenten van valsspelen was tijdens de olympiade in Rusland in 2010, toen drie Fransen gebruik maakten van codetaal. Een van hen zat thuis achter zijn computer en voorzag de coach van cruciale informatie. Deze gaf dit vervolgens met gebaren door aan de schaker achter het bord. Ze werden gepakt en tot drie jaar geschorst.

In Wijk aan Zee hoeven toeschouwers niet te denken dat ze even snel een appje kunnen lezen. Mobiele telefoons in de zaal zijn verboden. Niet dat de officials achter elk mobieltje een souffleur vermoeden, maar je weet nooit. Om dezelfde reden loopt de Tsjechische arbiter Pavel Votruba steevast achter de Azerbeidzjaanse grootmeester Rauf Mamedov aan als die een rookpauze neemt. Votruba: „Ik loop mee tot de deur. Buiten houdt een andere official hem in de gaten.”

Als valsspelers worden gepakt, is dat meestal op het toilet, zoals bij de Let Igors Rausis. Hij is voor zes jaar geschorst en moest zijn grootmeestertitel inleveren. Hoe langer en vaker een schaker op de wc verblijft, des te meer argwaan hij wekt. In 2006 leidde dit zelfs tot een heus ‘Toiletgate’, toen de Bulgaarse uitdager Veselin Topalov de Russische regerend wereldkampioen Vladimir Kramnik van valsspelen beschuldigde tijdens hun WK-tweekamp. Zo vaak naar de wc, dat klopte niet, vond Topalov. Onzin, stelde wereldschaakfederatie FIDE.

Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens

‘Wc-cheaters’

Probleem met ‘wc-cheaters’: iemand moet over de rand in het hokje loeren om ze te kunnen ontmaskeren. „Een dilemma’’, erkent official Roozen. „Betrap je iemand op heterdaad, dan is het volkomen gerechtvaardigd. Maar het is toch gênant als diegene gewoon zit te poepen.”

Een andere maatregel van de FIDE om vals spel tegen te gaan zijn algoritmes. Die bepalen aan de hand van miljoenen gedocumenteerde partijen hoe groot de kans is dat een zet voortkomt uit kunstmatige intelligentie. Op deze manier worden bij Chess.com, met 18 miljoen accounts de grootste online schaaksite, zo’n tachtig accounts per dag geblokkeerd. Online wordt soms om geld geschaakt, en dat kan uitnodigen tot vals spelen.

De grootmeesters in de Mastergroep van het Tata Steel-toernooi vormen niet de risicogroep, weten de officials. Het zijn meestal schakers in de subtop die het meeste profijt van vals spelen zouden hebben, om zo de sprong naar de top te maken en er financieel van te profiteren.

„Je bent als wereldtopper wel heel dom als je je tot zoiets laat verleiden”, zegt Erwin l’Ami. „Al je eerdere overwinningen zullen in twijfel worden getrokken. Eén keer zondigen en je bent een zondaar voor het leven.” De Nederlandse grootmeester heeft besloten van het positieve scenario – geen vals spel – uit te gaan. Hij wil ervan kunnen genieten als een amateur plots van een prof wint, zonder iemand meteen van vals spel te verdenken. „Misschien ben ik naïef, maar voor mij blijft schaken een gentleman’s game.”

Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens
Foto’s Simon Lenskens