Reportage

‘Revolutie’ Libanon ontaardt in geweld. Volgens demonstranten werd het tijd

Onrust Na maanden vreedzaam demonstreren liep het straatprotest in Beiroet zaterdag uit de hand. Zondag stonden de demonstranten er weer, nu met helmen en gasmaskers.

Oproerpolitie schoot zondag ook met rubberen kogels op demonstranten in Beiroet.
Oproerpolitie schoot zondag ook met rubberen kogels op demonstranten in Beiroet. Foto Mohamed Azakir/Reuters

Als symbool kan het tellen: in het chique centrum van de Libanese hoofdstad Beiroet breken jongeren zondagavond de façade van een Armaniwinkel af om projectielen te verzamelen voor de komende veldslag tegen de oproerpolitie die het parlement vlakbij beschermt. Al snel vliegen de eerste stenen door de lucht, gevolgd door wolken van traangas.

De Libanese ‘revolutie’ had de voorbije drie maanden een vreedzaam karakter, vooral in vergelijking met soortgelijk straatprotest in andere landen in de regio, zoals Irak. Maar zaterdag is die stemming helemaal omgeslagen: bij rellen rond het parlement raakten meer dan vierhonderd betogers gewond, van wie tachtig ernstig genoeg om naar een ziekenhuis te worden overgebracht.

„Het werd tijd”, zegt Joseph Saad (36), die uitgerust is met helm, gasmaker én paraplu. „Wij zijn nu al meer dan drie maanden vreedzaam aan het betogen. Maar onze politici luisteren toch niet naar vreedzaam protest.”

Ondanks de dreiging van geweld is de menigte die zich zondagavond in Beiroet verzamelde een bonte mengeling. Er zijn groepjes opgehitste jongeren met sjaals over hun gelaat die er duidelijk zin in hebben, maar er zijn evengoed hoogopgeleide mensen, onder wie ook veel vrouwen. Nieuw is dat veel mensen uitgerust zijn met helmen en gasmaskers. „Ik was hier zaterdag ook maar ik ben vertrokken omdat ik niet de juiste uitrusting had. Nu wel”, zegt Maya Fidani (42), terwijl zij haar helm vastmaakt. Fidani’s zoontje van dertien is ziek maar zij heeft hem thuisgelaten om hier te kunnen zijn. „Als zij geweld willen, laten we ze dan een reden geven.”

Haar vriendin, de 26-jarige Maya Ayash, spreekt al even heldhaftige taal. „Dit ging op een bepaald moment gebeuren, en misschien is het goed dat het gebeurt. Want anders luisteren ze toch niet naar ons.”

Economisch moeras

Het geweld van afgelopen weekend komt op een moment dat de Libanese politiek zich opnieuw van haar kleinste kant heeft laten zien. Hassan Diab, de aangewezen premier, wilde aan een voorname eis van de betogers tegemoetkomen: het vormen van een regering van experts die het land uit het economische moeras moet helpen.

Diab heeft zijn regering van experts gekregen, maar de politieke partijen stonden er wel op dat zij die experts konden voordragen volgens de gebruikelijke sektarische opdeling. De regeringsvorming is nu opnieuw vastgelopen op geruzie over wie hoeveel posten mag claimen.

Lees meer over de onrust in Libanon en Irak: Lukt het Beiroet en Bagdad een revolutie af te dwingen?

„In de plaats van een regering van de vaders krijgen we nu een regering van hun zonen en dochters”, briest Joseph Saad. Hij verwijst naar het feit dat veel van de experts in de voorgestelde regering de medewerkers zijn van de ministers die zij moeten vervangen.

Er is nog een nieuwe factor in het Libanese straatprotest: de terugkeer van de sjiitische jongeren. Zij waren op 17 oktober de eersten die de straat op gingen tegen de corruptie en het wanbeheer die de politieke klasse wordt verweten. Maar zij gingen terug naar huis toen Hezbollah-leider Hassan Nasrallah zich tegen de revolutie had uitgesproken. Betogers zijn sindsdien meerdere keren door sjiitische jongeren aangevallen.

Dat zij zich nu opnieuw bij het protest hebben aangesloten, is voer voor samenzweringstheorieën. Het sjiitische Hezbollah en bij uitbreiding Iran zouden het straatprotest in diskrediet willen brengen door geweld uit te lokken, om zo een gewelddadige respons van de veiligheidsdiensten te rechtvaardigen.

Acties tegen banken

Maar er is ook een andere verklaring. Het straatprotest heeft zich de laatste weken steeds meer gekeerd tegen de banken. Eind december begonnen communistische jongeren met het bezetten van bankkantoren, waarbij zij het personeel dwongen om mensen hun spaargeld uit te keren.

Reeds voor het begin van het straatprotest maakten de banken het de mensen moeilijk om aan hun spaargeld in dollars te komen. Nu moeten Libanezen hun bank smeken om een paar honderd dollar per week te mogen opnemen. De voorbije week zijn bankkantoren aangevallen en vernield. In de onmiddellijke omgeving van het parlement zijn alle geldautomaten vernield.

De reden voor de woede tegen de banken is evident: het dubieuze piramideschema waaraan zij veel geld hebben verdiend, ligt aan de basis van de economische malaise in het land. Maar de banken zijn ook een veilig doelwit voor de sjiitische jongeren. Want Hezbollah is de voorbije jaren zo goed als uitgesloten geweest van het Libanese banksysteem onder dreiging van Amerikaanse sancties.

Wat ook aan de basis ligt van het recente geweld in Libanon: de ‘revolutie’ lijkt sinds zaterdag in een nieuwe fase te zijn beland. „Na wat er zaterdag is gebeurd”, zegt Maya Ayash nabij het parlement, „kan er geen sprake van zijn dat wij gewoon naar huis gaan. Er is geen weg terug.”