Recensie

Recensie Theater

Mooi ingetogen theaterbewerking van A. F. Th. van der Heijdens requiemroman ‘Tonio’

Na de film is er nu ook een toneelbewerking van ‘Tonio’, het aangrijpende boek van A. F. Th. van der Heijden over het overlijden van zijn zoon. Porgy Franssen en Jacqueline Blom maken de pijn van de ouders voelbaar.

Tonio van HummelinckStuurman. Met Luc de Raad, Porgy Franssen, Jacqueline Blom.
Tonio van HummelinckStuurman. Met Luc de Raad, Porgy Franssen, Jacqueline Blom. Foto Ben van Duin

Daar staan ze, man en vrouw, vervreemd van elkaar en van zichzelf. Hun enige zoon Tonio werd door een noodlottig auto-ongeluk op 21-jarige leeftijd uit het leven gerukt. Het is een open zenuw. Ze willen elkaar vasthouden, maar het lukt ze niet.

In de theaterbewerking van A. F. Th. van der Heijdens gelijknamige, autobiografische roman proberen twee mensen overeind te blijven in een wereld waarin verdriet hen voortdurend uit evenwicht brengt. In een sobere theatersetting onderzoeken ze hoe ze om kunnen gaan met het feit dat een diepgewortelde pijn voor altijd onderdeel van hun leven zal zijn.

Porgy Franssen weet met zijn prachtige dictie veel gevoel aan de literaire bespiegelingen over rouw en de dood te geven. Jacqueline Blom toont hoe pijn haar personage heeft afgestompt en de levendigheid uit haar heeft gezogen. Hun dialogen voeren hen langs mooie crescendo’s van wederzijds onbegrip en onmacht.

Toch blijft hun samenspel ook te vaak op afstand. In de hermetische regie van Ignace Cornelissen (die ook de bewerking schreef) blijft het drama zich vooral tussen hen afspelen, op de paar vierkante meters van de toneelvloer.

De benauwenis wordt op de beste momenten van de voorstelling opengebroken door urban danser Luc de Raad, die Tonio (of het verdriet om Tonio) personifieert. Hij trekt aan zijn ouders, duwt ze omver, maar helpt ze ook weer overeind.

Tussen alle pogingen van zijn ouders om hun verdriet te rationaliseren, geeft hij (in choreografie van Jason Mabana) juist vorm aan het rauwe onderbuikgevoel, de grilligheid en het onredelijke waarmee diepe pijn zich ineens kan manifesteren. In een energieke solo benadrukt hij bovendien de jeugdigheid van Tonio – en geeft zo mooi tegenwicht aan de lome zwaarte die zijn ouders sinds zijn dood ervaren. Even voel je weer wat dat ook alweer was: leven, dansen, opgaan in het moment.

Wouter Snoei maakt op het achtertoneel live de soundscape. Met een pulserende beat van klanken en stemmen maakt hij het opgefokte, beklemmende gevoel van rouw invoelbaar: als een belofte die maar niet wordt ingelost.

Een onnodig ondankbaar rolletje is weggelegd voor Lisa Zweerman. Als Tonio’s vermoedelijk laatste ontluikende liefde Jenny wordt zij voor zijn ouders een belangrijke spil in de reconstructie van hun zoons laatste dagen. Zweerman mag zich vlak voor het eind kort op toneel melden, voor een obligate scène die per saldo weinig toevoegt: de weerslag die deze ontmoeting op de ouders heeft, is veel dramatischer (en dus interessanter) dan de ontmoeting zelf.

Niettemin is Tonio een integere theaterbewerking geworden, die vooral benadrukt dat je elkaar niet los moet laten, ook als het even niet lukt om elkaar vast te houden. Franssen en Blom geven elkaar de ruimte maar eisen zelf ook de aandacht op. Soms verstaan ze elkaar amper, maar ze verliezen de ander geen moment helemaal uit het oog. Als het dan, uiteindelijk, tóch lukt om elkaar te omhelzen, voelt dat als de grootste overwinning mogelijk.