Magneet voor bedrijven? Zo snel gaat dat niet

Geneesmiddelenbureau EMA Geneesmiddelenbureau EMA zit vanaf maandag in het definitieve pand. Tot veel meer nieuwe bedrijvigheid heeft dat nog niet geleid. „Over tien jaar zien we echt effect.”

Het nieuwe gebouw van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) op de Amsterdamse Zuidas.
Het nieuwe gebouw van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) op de Amsterdamse Zuidas. Foto Lex van Lieshout/ANP

Ze kwamen elke werkdag met honderd man tegelijk. De ruim zevenhonderd medewerkers van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) verruilden afgelopen weken hun tijdelijke kantoor bij Amsterdam Sloterdijk – waar ze sinds maart zaten – voor nieuwbouw bij de Zuidas. Elke ochtend kwam de aanwas bijeen in de grootste van negentien conferentiezalen, voor uitleg over hun nieuwe werkplek. Architect Fokke van Dijk ontwierp het pand met achttien kantoorverdiepingen, hoge plafonds en een interieur in bruintinten. Een gebouw met een „hoogwaardige uitstraling die niet te protserig overkomt”, aldus Van Dijk.

Maandag is het EMA volledig operationeel vanuit het nieuwe pand. Het eindpunt van een immense verhuisoperatie die op gang kwam nadat Amsterdam in november 2017 vanwege de aanstaande Brexit werd aangewezen als het nieuwe hart van de Europese geneesmiddelenbeoordeling.

De verwachtingen rond het EMA, dat toetst of medicijnen de markt op mogen, zijn hoog. Niet zozeer van het agentschap zelf, maar alle bedrijvigheid die erop af kan komen. In Londen waren rond het oude EMA-gebouw veel medische bedrijven gevestigd. Het EMA zal ook in Nederland een „magneet” worden voor bedrijvigheid, zo verwachtte minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD). Volgens staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA) kan het EMA „een enorme impuls geven aan de Nederlandse lifesciences en health (LSH) ecosystemen”. „Nederland, het Boston van Europa”, staat hoopvol in een actieplan over het EMA van haar ministerie, naar het Amerikaanse centrum van de farmaceutische industrie. De voorzitter van de brancheorganisatie voor farmabedrijven in Nederland, VIG, noemde de komst een „geschenk uit de hemel”. Ook de gemeente Amsterdam ziet kansen: het trekt ruim 2 miljoen euro uit om de stad aantrekkelijk te maken voor LSH-spelers, met marketing, verbetering van infrastructuur en het opleiden van talent.

Lees hier meer over de inspanningen die Nederland leverde om het EMA binnen te halen

In de goedkeuringsfase van een geneesmiddel is het handig om voor alle vergaderingen die erbij komen kijken in de buurt te zijn van het EMA. Maar of het EMA nu al een bedrijvenmagneet is, is nog maar de vraag. Het aantal zogeheten LSH-bedrijven dat zich in Nederland vestigt, lag de afgelopen jaren steeds rond de twintig. In 2017 waren het er 23, het jaar erna 17. Dat aantal ligt voor 2019 „wel iets hoger als gevolg van de Brexit”, zegt een woordvoerder van de NFIA, de overheidsinstantie die buitenlandse bedrijven lokt. „Maar het zullen er ook weer geen vijftig zijn.” Officiële cijfers over vorig jaar komen volgende maand.

Lichtende voorbeelden?

In (internationale) media worden farmareuzen Sanofi en Novartis vaak aangehaald als voorbeelden van de aantrekkingskracht die Amsterdam uitoefent door de aanwezigheid van het EMA. Voor het Franse Sanofi was het besluit om in Amsterdam Zuidoost het Europese hoofdkantoor te vestigen echter al genomen voor de komst van het EMA werd aangekondigd. Een woordvoerder: „De keuze is op Amsterdam gevallen vanwege het creatieve en internationale karakter. De goede bereikbaarheid van de locatie voor zowel medewerkers als (internationale) bezoekers speelde natuurlijk ook een rol.”

De Zwitserse farmareus Novartis verhuisde in september ruim driehonderd medewerkers van Arnhem naar een gerenoveerd kantoorgebouw in Amsterdam Zuidoost. Maar: het EMA speelt een kleine rol in die beslissing. „Arnhem lag iets te decentraal en ons pand daar was verouderd”, legt een woordvoerder uit. „We zijn een internationaal kantoor. Daarop is er gekeken naar wat er aan vastgoed was in de regio Utrecht, Amsterdam en Den Haag. Het voordeel daarvan is dat je ook nog eens dicht bij Schiphol zit.”

Dat het EMA in de buurt zit van het Novartis-kantoor in de Bijlmer is vooral „mooi meegenomen”. „Voor juristen die vanuit het hoofdkantoor in Basel naar het EMA komen voor overleg, is de afstand naar onze Nederlandse vestiging klein.”

De Amerikaanse geneesmiddelentoezichthouder FDA volgt wel in het kielzog van het EMA en verhuist eveneens van Londen naar Amsterdam. De organisatie zal in eerste instantie nog niet zo groot zijn en volgens het NFIA „een fractie” zijn van de grootte van het EMA.

De strategie om extra bedrijvigheid rond het EMA aan te trekken, werpt vooralsnog weinig vruchten af. Een woordvoerder van de NFIA stelt dat de aanwezigheid van het geneesmiddelenbureau „op zichzelf niet de reden is waarom bedrijven naar Nederland komen”. „Wij bieden het altijd aan als een van de argumenten, naast bijvoorbeeld de nabijheid van Schiphol en de sterke gezondheidsclusters in Nederland.”

Wie in ieder geval al wel van het EMA profiteren, zijn Nederlandse universitaire onderzoekers. Dat merkt Bert Leufkens, hoogleraar farmaceutische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. „Geneesmiddelenontwikkeling is zo ingewikkeld geworden, bijvoorbeeld door onderzoek in genetica, dat het EMA steeds meer experts van buiten nodig heeft. De contacten waren er al, maar ik merk nu al dat Nederlandse onderzoekers ervan profiteren dat de lijnen korter worden.”

Meeste bedrijvigheid

Op dit moment heeft het Verenigd Koninkrijk de leidende LSH-cluster in Europa: de regio rond universiteiten als Cambridge, Oxford en het Imperial College London. Bakhuizen van de NFIA zegt dat „een kleine veertig” LSH-bedrijven vanwege de Brexit overwegen naar Nederland te komen. „Ze staan in de starthouding om te beslissen. Weliswaar is duidelijk dat er op 31 januari een Brexit komt, maar het vrije verkeer van personen is bijvoorbeeld nog geen uitgemaakte zaak. En welke tarieven komen er voor de invoer van goederen? Dat gaat mede bepalen hoeveel bedrijven er in de slipstream van de EMA zich in Nederland gaan vestigen.” In andere woorden: de echte impact op de Nederlandse LSH-sector hangt deels af van hoe hard de Brexit uiteindelijk wordt.

Bij het weglokken van bedrijven heeft Nederland sterke concurrentie, vooral van Zwitserland en België. Beide landen huisvesten wereldwijde hoofdkantoren van farmareuzen: Zwitserland heeft Novartis en Roche, in België zit Janssen Pharmaceutica. Nederland telt weliswaar 2.500 bedrijven op het gebied van lifesciences and health, maar geen enkel hoofdkantoor van een farmareus.

Als het in de concurrentie om bedrijvigheid als gevolg van de Brexit misloopt, gaat dat, vertelt Bakhuizen „bijvoorbeeld om beschikbaarheid van voldoende geschoold personeel, zoals farmaceuten en laboranten en genoeg lab- en onderzoeksruimte.”

De beslissing om het EMA in Amsterdam te vestigen gaat vooral een langetermijneffect geven, zegt David Ikkersheim, partner bij KPMG. Hij begeleidt bedrijven in de gezondheidssector die zich in Nederland willen vestigen. „We moeten niet verwachten dat er ineens hoofdkantoren van grote farmabedrijven hierheen komen. Het maakt Amsterdam wel al aantrekkelijker voor scale-ups [bedrijven die willen doorgroeien na de opstartfase, red.] uit de Verenigde Staten en Azië. Dat zijn bedrijven die al één of twee middelen succesvol op de markt hebben en met regionale verkoopkantoren openen in Europa. Het EMA zet Amsterdam hoger op het lijstje.” Bij medische bedrijvigheid geldt het zwaan-kleef-aan-principe, zegt Ikkersheim: zoals in Boston werkt het goed als er binnen een klein gebied een community is. Ikkersheim: „Over tien jaar zien we echt effect van het EMA. Volgend jaar nog niet.”

De komst van het EMA schudde de gemeente Amsterdam wakker. De stad wil „zo goed mogelijk inspelen op de unieke kans die het EMA biedt”, schrijven ambtenaren in het actieprogramma Life Sciences & Health Amsterdam, dat afgelopen maart verscheen. Ze schrijven: „België zit ook niet stil, zij wijzen er in hun werving al op dat Brussel en Antwerpen niet al te ver af zijn van Amsterdam.”

Lees ook: Nederland niet aantrekkelijk voor farmaceuten en biotech

De stad koos ervoor zichzelf te promoten door onder de aandacht te brengen dat de stad sterk is in data-analyse en kunstmatige intelligentie, steeds belangrijker voor de innovatie binnen farma. Zo hoopt Amsterdam goed af te steken tegenover andere steden met veel medische bedrijven, dat zijn vooral Leiden, Utrecht, Oss en Eindhoven. Om Nederland aantrekkelijker te maken is het wel belangrijk dat de verschillende campussen zich internationaal profileren als één netwerk. Ikkersheim: „Als ze ieder concurrende marketingverhalen houden, denkt een farmabedrijf: ik kies liever voor New Jersey dan voor Oss.”