Kamer eist opheldering over deal Jeroen Pauw met publieke omroep

Latenight-talkshow De vier coalitiepartijen willen dat minister Slob een einde maakt aan Hilversumse ‘sjoemelcontructies’. „De beerput moet eindelijk open.”

Presentator Jeroen Pauw tijdens de uitzending van zijn laatste talkshow, op 20 december 2019.
Presentator Jeroen Pauw tijdens de uitzending van zijn laatste talkshow, op 20 december 2019. Sander Koning/ANP

De vier coalitiepartijen in de Tweede Kamer vragen aan minister Slob (Media, ChristenUnie) opheldering over de deal die het NPO-bestuur maakte met TVBV, het bedrijf van Jeroen Pauw, voor het maken van de talkshow Op1. Ze willen dat de minister voor eind 2020 een einde maakt aan de Hilversumse ‘sjoemelconstructies’. Hiermee huren publieke omroepen bedrijven van presentatoren in, om het wettelijke salarisplafond te omzeilen.

In een reeks gezamenlijke schriftelijke vragen reageren de mediawoordvoerders van VVD, CDA, D66 en Christenunie dit weekeinde op het artikel in NRC over de deal van Pauw met het NPO-bestuur. Zohair el Yassini (VVD) licht toe: „Keer op keer kregen we te horen dat die sjoemelconstructies niet bestonden. Na deze openbaring van NRC moet de beerput in Hilversum eindelijk open. Deze praktijken moeten voor eens en voor altijd gestopt worden.”

Lees ook: Hoe Jeroen Pauw vertrok en toch een beetje kon blijven

NRC meldde vrijdag dat BNNVARA vorig jaar de relatie met talkshowpresentator Pauw verbrak omdat zijn bedrijf meer geld en een afnamegarantie eiste. Vervolgens sprong Frans Klein ertussen. De tv-directeur van de NPO bedacht samen met Pauw de nieuwe talkshow Op1. Pauws bedrijf TVBV kon die maken, voor meer geld dan wat BNNVARA zou hebben gevraagd. Omdat de NPO een bestuursorgaan is, dat niet zelf programma’s mag maken, haalde Klein de kleine omroep WNL erbij om op papier als uitzendgemachtige te dienen. Zo werd Pauw voor de publieke omroep behouden.

U-bochtconstructies

De coalitiepartijen willen nu van de minister weten of deze deal in strijd is met een reeks regels en wetten. Hoe zit het met het omzeilen van het Beloningskader Presentatoren in de Publieke Omroep? Volgens de Balkenendenorm voor personeel van publieke instellingen mogen tv-presentatoren niet meer dan twee ton per jaar verdienen. De politiek probeert al sinds de invoering in 2009 de publieke omroep te dwingen tot handhaving hiervan. Via U-bochtconstructies – presentatoren laten zich uitbetalen via het productiebedrijf van het programma – wordt die norm omzeild. Bij herhaling, en met oplopende ergernis over de kwestie, beloofde Slob aan de Kamer om daar iets aan te doen.

De partijen vragen zich verder af of de deal niet in strijd is met de Mediawet en de Governancecode Publieke Omroep 2018. Ze vragen de minister of het in de haak is dat Klein namens het NPO-bestuur – dat officieel alleen het programmageld uitdeelt en het uitzendschema bepaalt – zelf een programma maakt. Ook willen de Kamerfracties van de minister weten of het afgeven van afnamegaranties wel kosjer is, en waarom TVBV een hogere vergoeding wordt gegund. Ze brengen Slob het vernietigende rapport van de Rekenkamer in herinnering, waarin onder meer staat dat de financiën van de omroepen ondoorzichtig zijn, en dat productiebedrijven onnodig veel geld opstrijken.

Doorgraven en spitten

Ook de linkse oppositiepartijen winden zich op over de kwestie. Peter Kwint (SP): „Het is elke keer hetzelfde. De NPO weigert openheid te geven en journalisten of Kamerleden moeten keer op keer doorvragen en spitten om informatie boven tafel te krijgen. Je hebt je gewoon aan de wet te houden.” Hij vindt dat het contract met TVBV „bij het oud papier” moet. Kirsten van den Hul (PvdA) wijst erop hoe wrang deze deal moet zijn voor de gewone werknemers van Hilversum die, mede door steeds nieuwe bezuinigingen, in permanente onzekerheid leven over hun werk.

Slobs voorganger Sander Dekker (VVD) heeft het mogelijk gemaakt dat vrije producenten rechtstreeks zakendoen met het NPO-bestuur. De publieke omroep heeft de wettelijke plicht om 16,5 procent van zijn programma’s te laten maken door vrije producenten. Slob wil dat verhogen naar 25 procent. Van den Hul zet daar vraagtekens bij. „De minister moet goed nadenken over de problemen die hij daarmee creëert.”