Recensie

Recensie Muziek

Andris Nelsons lijkt ideale kandidaat voor chefschap KCO

Het Concertgebouworkest speelde dit weekend een bont themaprogramma over Prometheus. Conclusie: het orkest moet Andris Nelsons snel binnenhalen als chef-dirigent.

De Letse dirigent Andris Nelsons (in 2016)
De Letse dirigent Andris Nelsons (in 2016) Foto EPA/JAN WOITAS

Het Concertgebouworkest nam vrijdag afscheid van algemeen directeur Jan Raes, die door de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema werd gehuldigd met een roerende laudatio en de Frans Banninck Cock-penning. Over het veelbesproken ontslag van chef-dirigent Gatti werd niet meer gerept, de Vlaamse pers maakte wel diezelfde avond Raes’ benoeming tot interim-directeur van de Vlaamse Opera bekend.

Ook het Concertgebouworkest moet verder, liefst met op korte termijn een nieuwe, achtste chef-dirigent én opvolgers voor Raes en artistiek directeur Joel Ethan Fried, die over een paar maanden met pensioen gaat. Drie simultane sleutel-vacatures – dat wens je geen enkele multinational toe.

Puur muzikaal gesproken beleeft het orkest een topmaand. Achtereenvolgens staan er vier fascinerende, onderscheidende dirigenten op de bok. Na Jaap van Zweden was afgelopen week de Let Andris Nelsons te gast; later deze maand volgen in het kader van dezelfde interdisciplinaire miniserie Mens & Mythe (i.s.m. de Universiteit van Amsterdam) nog François-Xavier Roth en de jonge Fin Santtu-Mathias Rouvali.

Als je het orkest iets toewenst, is dat het ze lukt om Nelsons (41) snel en daadkrachtig als chef te benoemen – voordat een ander orkest toeslaat, zoals het rijke orkest van de Bayerische Rundfunk, dat na het overlijden van Mariss Jansons ook chefloos is.

Nelsons heeft wat het orkest nodig heeft: hij is jong maar ervaren, bedreven in een breed repertoire én hij bezit de juiste mix van visie, perfectionisme en een gunnend, vrij leiderschap. Onder hem zag en hoorde je het orkest behalve opnieuw heel goed ook heel prettig spelen.

En voor Nelsons lijkt de benoeming in principe ook niet zonder bekoring: in combinatie met zijn betrekking als chef van het Gewandhausorchester in Leipzig is Amsterdam beter te bereizen dan Boston, waar zijn contract in 2023 afloopt. En misschien zou het hem meer rust geven: afgelopen jaar was Nelsons met 132 concerten de drukst bezette dirigent ter wereld.

Hij was er nu voor een concert rondom de mythologische vuursteler Prometheus; kapstok voor een bont programma. Beethovens Geschöpfe des Prometheus begon kloek: met akkoorden als heipalen. Ook daarna bezat de uitvoering aantrekkelijke karakteristieken, zoals een prachtige klank en scherpe tempocontrasten – alleen de afwerking kon scherper.

Het was Nelsons ook niet bepaald gemakkelijk gemaakt. Brett Deans enerverende en veelkleurige trompetconcert Dramatis personae is een hypervirtuoos stuk, voor solist Håkan Hardenberger én het orkest. Het eis opperste paraatheid in de mix van knetterende uitbundigheid (‘Fall of a superhero’) en introspectief gloeivuur (‘Soliloquy’), maar het orkest hield onder Nelsons strak koers.

Het meest exclusieve programmaonderdeel was een eveneens uitstekend gespeelde uitvoering van Skrjabins symfonie Prometheus (‘Le poème du feu’) – hier mét de zelden vertoonde invulling van de visionaire lichtpartituur.

Het nieuwe zaallichtsysteem van de Grote Zaal en een speciale lichtklok gloeiden meerkleurig op en aan met de muziek, aangestuurd door een musicus die via een klavier muzikale data (intensiteit, duur) vertaalde in effecten. Nadeel van zo’n eeuw oud visioen: het effect was eerder vertederend dan overweldigend, zeker in vergelijking met de veel bedwelmender visionaire overdaad van techno-lichtshows. Maar dat kon Skrjabin in 1913 ook niet weten.