Opinie

Wij polderen onze neoliberale ondergang tegemoet

Zihni Özdil

‘Er zijn twee verschillende visies over water. De ene mening, die ik extreem vind, wordt vertegenwoordigd door ngo’s die blijven doordrammen over hoe water tot een publiek recht te verklaren. De andere visie zegt dat water een voedingsproduct is. En dat het net als elk ander voedingsproduct een marktwaarde moet hebben. Persoonlijk denk ik dat het beter is om een voedingsproduct waarde te geven. Zodat we allemaal bewust zijn dat het een prijs heeft.” Aldus de toenmalige bestuursvoorzitter van Nestlé, Peter Brabeck, in 2005.

Vinden de neoliberalen echt dat water geen mensenrecht is? Neem Bolivia. Daar hadden rechtse regeringen, in samenwerking met de Wereldbank en multinationals als het Amerikaanse Bechtel, bijna alles geprivatiseerd en ‘vermarkt’. Ook water werd geprivatiseerd. Kraanwater. Bronwater. Regenwater. Ja, zelfs regenwater.

Een door Bechtel ingestoken wet maakte het strafbaar voor Bolivianen om regenwater van hun daken op te vangen en te gebruiken als drinkwater. De Bolivianen, toch al niet van de poldermentaliteit, protesteerden vanaf het begin. Ook al werden ze gemarteld en geëxecuteerd. Maar de privatisering van regenwater was letterlijk de laatste druppel: de beroemde Cochabamba-protesten in 1999 en 2000 verspreidden zich over het hele land en leidden uiteindelijk tot de verkiezing van de linkse president Evo Morales in 2005.

„Eigen verantwoordelijkheid komt meer dan nu voorop te staan (...) Misschien moeten we ook het recht op huishoudelijke hulp uit de sfeer van rechten halen. En zeggen: dat betaal je zelf.” Aldus oud-minister Wouter Bos deze week in Trouw, als voorzitter van de Commissie Toekomst Zorg Thuiswonende Ouderen.

Bos presenteert zijn advies met een pretentie van onvermijdelijkheid. Net zoals Peter Brabeck water uit de sfeer van rechten wilde halen. Net zoals de Boliviaanse regering alles kapot privatiseerde. Steeds komen dezelfde bezweringsformules terug: eigen verantwoordelijkheid, flexibilisering, de alwetende en almachtige markt.

En in Nederland natuurlijk de vergrijzing. Die vermaledijde vergrijzing die al dertig jaar elke keer als een duveltje uit de neoliberale argumentendoos wordt getoverd. Elke keer met de belofte dat de zorg dan wél betaalbaar zal blijven. En als het tegenovergestelde blijkt, doen we het gewoon nog een keer. Dat is de neoliberale logica: iemand met een schotwond in zijn arm genezen door hem met een mitrailleur te doorzeven.

Het is te makkelijk om alleen Wouter Bos aan te wijzen als de Nederlandse Peter Brabeck. Kijk ook eens naar ROC-topman Johan Spronk. Hij wil geen „onnodige vakken” zoals Engels voor mbo-studenten. En werkzekerheid moet helemaal de prullenbak in. Vanwege die bezweringsformules van eigen verantwoordelijkheid. „De werknemer van de toekomst moet zelfstandig opereren en zich een leven lang ontwikkelen”, legt Spronk uit, want zonder algemene kennis en vast contract ben je „maximaal flexibel”.

Waar Bolivianen doodseskaders trotseren tegen het neoliberalisme, lijken wij Nederlanders makke schapen.

Nee, dat is toch niet de juiste kwalificatie. Want we zijn allesbehalve gedwee als iemand zich wél verzet. Dan ontpoppen we ons vaak als de belerende dominee uit de polder: ‘Tut tut tut. Doe eens niet zo radicaal. Lekker makkelijk om vanaf de zijlijn te roepen. Met zo’n extreem-linkse term als „neoliberalisme” nog wel. Wat is dan jouw oplossing? En wie gaat het allemaal betalen?’

Die belerende vinger gaat nog harder tekeer als het antwoord dan is dat Wouter Bos zijn strenge moraal van ‘eigen verantwoordelijkheid’ eventjes was vergeten, toen hij als minister ABN Amro en Fortis met tientallen miljarden euro’s belastinggeld redde.

Dat noopt mij te eindigen met de volgende constatering: de grootste Peter Brabeck van Nederland ben ik. U. Wij. De grootste Peter Brabeck is de Nederlandse burger die meedenkt en meepoldert aan zijn eigen neoliberale ondergang.

Zihni Özdil is historicus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.