Opinie

De zwarte doos van Brussel

In Europa

Het verhaal ging heel Brussel door: de Finse minister van Europese Zaken, Tytti Tuppurainen, die op 15 oktober in Luxemburg tijdens een vergadering met collega’s uit 27 landen hun eigen transparantie aan de orde probeerde te stellen. Of liever, het gebrek eraan. „De transparantie is verbeterd,” zei Tuppurainen, „maar we hebben nog een hoop te doen.” Daarna hield ze een tour de table. Alle ministers konden iets over transparantie zeggen, niemand deed zijn mond open. Totale stilte. „Nou, dan kunnen we de camera’s wel uitzetten”, zei de Finse, en ging over naar het volgende punt.

Finland was afgelopen halfjaar voorzitter van de EU. Behalve besprekingen en onderhandelingen zo onpartijdig mogelijk leiden, kan een voorzitter weinig doen. Toch probeert elk land érgens een accent te leggen. Kroatië, dat het voorzitterschap op 1 januari van Finland overnam, heeft ‘emigratie’ op de EU-agenda gezet – een groot probleem in Midden- en Oost-Europa. Finland zelf beet de tanden stuk op transparantie, meer een noordelijk onderwerp.

De Finnen hadden het vooral op één Europese instelling gemunt: de Raad, het orgaan van de lidstaten. Volgens Transparency International is de Raad met afstand „de meest obscure instelling van Brussel”. In Brussel zullen weinigen dat betwisten. Ambtenaren en ministers dwingen parlement en Commissie graag tot meer openheid – over uitgaven, bijvoorbeeld, of over openbare registers voor afspraken met lobbyisten. Maar als het over henzelf gaat, geeft de Raad nooit thuis.

Of nou ja, bijna nooit. Want de Finnen probeerden het goede voorbeeld te geven. Ze zetten de afspraken van de ambassadeur en haar plaatsvervanger op internet – sómmige afspraken, althans. Op 10 september 2019 zag dat er zo uit: „Pysyvän edustajan sijainen, suurlähettiläs Minna Kivimäki” - enzovoort. Nederland doet nu iets dergelijks. Ook organiseerden de Finnen een conferentie over transparantie, en publiceerden ze mobiele nummers van Finse ambtenaren en diplomaten die over wetgeving onderhandelen. In Finland is dat laatste doodnormaal. In Brussel stonden sommigen paf. Ten slotte gaf het Finse voorzitterschap enige openheid over de zogeheten „trilogen”, finale onderhandelingen over wetsteksten tussen parlement, Commissie en Raad. Trilogen vinden plaats achter gesloten deuren.

Sommige landen steunden het Finse initiatief. Nederland publiceerde met een paar landen een informeel ‘non-paper’ voor meer openheid. Anderen vinden het niks. Dat heeft deels met cultuur en tradities te maken: premier Rutte verantwoordt zich bij elke Europese top in de Tweede Kamer, maar de Franse assemblee heeft weinig te vertellen. President Macron komt daar nooit.

De tweede reden is dat landen in Brussel veel te verbergen hebben, óók meer transparante landen, en dat graag zo houden. Dat nationale ambtenaren in de Raad in de Europese begroting kunnen krassen, komt hen niet slecht uit. Dat ministers binnenskamers A kunnen zeggen en buiten B, evenmin. Of dat de informele eurogroep geen pottenkijkers hoeft te accepteren. De EU-Turkijedeal over vluchtelingen is ook informeel, zodat niemand documenten kan opvragen.

Het Lissabonverdrag verordonneerde dat Europese ministerraden vanaf december 2009 naast informele (ongefilmde) sessies ook openbare (gefilmde) sessies moeten hebben. Sindsdien bewaren de ministers politieke debatten voor informele sessies.

Natuurlijk hebben onderhandelaars ruimte nodig en horen sommige onderwerpen niet op straat. Dat is in landen, provincies en gemeentes ook zo. Maar hoe kan de Tweede Kamer controleren wat onze ministers in Brussel doen, als de Raad zo’n zwarte doos blijft? Hoe kunnen burgers iets van Europa begrijpen, als het machtigste orgaan zo schimmig blijft doen? Het wordt tijd dat ministers verantwoordelijkheid nemen voor de besluiten die ze in Brussel nemen. Tijd voor meer openheid.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.