Opinie

Bij oorlogsdreiging liggen bedrieglijke reflexen altijd op de loer

De ombudsman

Wat een racistische kop boven een diplomatieke analyse over de Iran-crisis, vond een lezer: Trump spreekt de taal die het Midden-Oosten verstaat.

Ja, mij schoot ook even Oriëntalisme van Edward Said door het hoofd. Denken we in Europa weer dat ‘ze’, die Arabieren en Perzen, alleen geweld begrijpen?

Nee, natuurlijk niet. Het artikel beschrijft een vorm van confrontatiepolitiek – hard toeslaan, maar niet alle remmen losgooien – die Trump gemeen heeft met zijn opponenten in Teheran. Dat is een veel subtieler spel van dreigen en terugtrekken dan ‘erop slaan’.

Niet alleen koppen zijn springstof in de woordenstrijd. In gepolariseerde, moralistische tijden ligt de journalistiek dagelijks onder een semantisch vergrootglas.

Voor stukken over Iran gold altijd al dat elk woord vuur kan trekken van een factie pro of contra. Dat bleek opnieuw na de liquidatie van generaal Soleimani en de crisis met de VS. Onmiddellijk werd de zaak op sociale media gepolitiseerd – en niet alleen door uitgeweken Iraanse Nederlanders. Hoezo was Revolutionaire Gardist Soleimani een geliefde figuur in Iran? Mainstream media die portretten brachten van de gedode generaal waarin diens „successen” werden opgesomd, kregen etiketten als terroristenfluisteraars naar hun hoofd, of linkse goedpraters van de ayatollahs. Ook NRC, dat Soleimani in een kop de „onaantastbare held” van het regime noemde. Let wel, van het regime of van „aanhangers van de harde lijn”, niet van het Iraanse volk of van de liberale krant – ik zeg het er maar even bij.

Nu was dat NRC-portret geschreven in een broodnuchtere stijl die slecht past bij een opinieklimaat waarin bij de media dagelijks een dagvaarding op de mat valt om partij te kiezen. Of, als er eens gekozen lijkt te worden, om neutraal te blijven. In dat portret heet Soleimani „meedogenloos’’, maar staat ook dat hij „lastige klussen” opknapte, zoals het onderdrukken van protesten in eigen land. Ja, dat mag gerust een understatement heten. Bij dat geklus vielen in 2009 tientallen doden, vorig jaar mogelijk 1500.

Maar is dat meteen goedpraten, bagatelliseren of bewonderen? Nee, eerder een kwestie van iets te onderkoeld schrijven in een oververhitte omgeving. Pogingen om het politieke handelen van Iran, een repressieve theocratie, rationeel te duiden, of te laten zien dat de werkelijkheid er niet uit één stuk is, worden al snel opgevat als uitingen van sympathie of van goedpraten wat krom is. Maar ook zijn staat van dienst is omstreden. New York Times-columnist Thomas Friedman hekelde Soleimani als „de domste man in Iran”, anderen noemden hem een briljante maar gevaarlijke ideoloog wiens strategie om Iran te beschermen, de instabiliteit in de regio heeft aangewakkerd.

Alles bij elkaar vond ik de achtergrondstukken over de Iran-crisis rustig, analytisch en evenwichtig. Met de handicap dat ook NRC het alweer jaren moet stellen zonder correspondent ter plekke. De laatste NRC-redacteur die Iran kort in mocht, moest alweer terug voordat er grootschalige onlusten uitbraken. Zijn stukken werden pas gepubliceerd – alle ogen waren nog gericht op de rellen in Hongkong – toen de situatie op straat in Teheran inmiddels alweer was geëscaleerd.

Bij de oorlogsdreiging die deze maand volgde, liggen altijd bedrieglijke reflexen op de loer. Er is de instant-angst voor een Derde Wereldoorlog, het risico van tunnelvisie bij escalatie (en van verslappende aandacht bij deëscalatie) en – zeker met het kleurrijke duo Trump-Teheran – de vrees dat een van de partijen irrationeel is of ‘gek’ wordt: zie dr. Strangelove. Journalistiek die het hoofd koel houdt, prikt daar doorheen.

Dát was dan ook net de inzet van die diplomatieke analyse. Maar de krant ontkwam – voor wie de edities leest – niet helemaal aan die reflexen. De angstaanjagende voorpagina met militante foto’s en de kop Hard tegen hard leek escalatie onafwendbaar te maken. De (naar later bleek rituele) Iraanse vergeldingsraketten haalden uiteraard de voorpagina – maar de latere, verrassende toespraak van Trump die de zaak deëscaleerde dan weer niet.

Dat zal te verdedigen zijn (Makelaars verwachten hardere stijging huizenprijzen was die dag het nieuwere nieuws), maar dat er nog even géén wereldoorlog is uitgebroken had ik, ouderwets, ook graag op de voorpagina gelezen. Toen kwam nog de Oekraïense vliegramp, waarvan de correspondent in Moskou snel en haarscherp uiteenzette dat niets erop wees dat die was veroorzaakt door een technische storing.

Dan is er de Trumpologie, een vermoeiende maar lonende discipline. Zijn bewezen reputatie van ongeleid projectiel kan verhullen dat hij heus niet de eerste Amerikaanse president is die op het internationale toneel meer interesse heeft in snelle acties dan in lastige klussen. Columnisten zien overeenkomsten tussen Trump en het nationalisme-met-een-knuppel van Andrew Jackson (1829-1837), met wie hij zich graag vergelijkt en trouwens ook een flamboyante haardos gemeen heeft. Ook dat is een les: Trump mag een zonderling lijken voor wie de wereld elke dag nieuw is zodra hij de tv aanknipt, maar hij staat niet buiten de Amerikaanse geschiedenis.

Dat brengt me op een voetnoot, eerder een vermoeden dan een mening over de krant. Soms bekruipt me het gevoel dat de Nederlandse media na de deceptie van het Mueller-rapport een beetje op Trump uitgekeken zijn. We weten het nu wel. Geen wonder, het ís ook niet eenvoudig de man bij te benen, na drie ratelende jaren in de achtbaan; veel Amerikanen schijnen er stress aan over te houden. Maar de Iran-crisis bewijst dat ook het nieuwe jaar een Trump-jaar is. Daar heb je geen vergrootglas voor nodig.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.