Recensie

Recensie Beeldende kunst

Hoe een 28-jarige weduwe het werk van Vincent van Gogh wereldberoemd maakte

Jo van Gogh-Bonger Na de dood van haar man Theo zette Jo van Gogh zich in om het werk van haar zwager Vincent wereldberoemd te maken.

Jo van Gogh-Bonger met haar zoon Vincent, die vernoemd is naar zijn beroemde oom.
Jo van Gogh-Bonger met haar zoon Vincent, die vernoemd is naar zijn beroemde oom.

Een onopvallende plaquette aan de gevel van nummer 8 Cité Pigalle, een korte, doodlopende straat in het 9de arrondissement van Parijs: in dit huis, leest de voorbijganger, woonde Theo van Gogh; zijn broer Vincent ‘verbleef hier tijdens de maanden voorafgaand aan zijn dood.’

Dat ‘verbleef’ in de tekst past mooi in het verhaal van de onafscheidelijke broers Vincent en Theo, de eerste vechtend en lijdend voor zijn geniale kunstenaarschap, de ander liefdevol ondersteunend. In werkelijkheid woonde Theo (1857-1891) in dit huis met zijn vrouw Jo (1862-1925) en hun pasgeboren zoontje – Vincent zocht hen er een paar keer op.

De intelligente, maar onervaren Jo, een meisje uit de gegoede Amsterdamse burgerij, maakte in Parijs een opwindende en tegelijk traumatische tijd door. Theo was kunsthandelaar, bewoog zich in de artistieke avant-garde; Toulouse-Lautrec, Pissarro en Gauguin wipten regelmatig even langs. Jo voelde zich intellectueel tekortschieten. En altijd was er de dominante figuur van Vincent – zijn vreemde schilderijen aan de muren, de constante zorg van Theo voor zijn zieke broer, die zich na de ontsporing van zijn samenwerking met Gauguin in het Gele Huis in Arles (het oor!) had laten opnemen.

Krankzinnig

Haar huwelijk eindigde in een gruwelijk drama: na de dood van Vincent (1853-1890) ging de gezondheid van Theo hollend achteruit. Hij leed, zo bleek, aan syfilis, kreeg wanen en werd agressief, ook tegen zijn vrouw. Hij werd onder begeleiding afgevoerd naar Nederland, waar hij overleed. Jo, toen achtentwintig, bleef achter met haar baby en het gigantische oeuvre van Vincent.

Dat oeuvre was niet zozeer miskend als wel volkomen onbekend, een kleine kring kunstenaars en verzamelaars uitgezonderd. Het is Jo geweest die zich de rest van haar leven heeft ingespannen het werk van Vincent van Gogh wereldberoemd te maken. Zij leende werken uit voor tentoonstellingen, onderhield contacten met invloedrijke critici, verkocht doeken aan belangrijke verzamelaars en collecties en organiseerde onder andere een grote Van Gogh-tentoonstelling in 1905 in het Stedelijk Museum te Amsterdam, de definitieve bevestiging van de status van de schilder.

Vincent van Gogh was geen gemakkelijk mens, hij was driftig en maakte veel ruzie. Maar dat betekent niet dat zijn familie en vrienden zich van hem afkeerden, noch hij van hen. Lees ook: Vincent van Gogh was ook familieman en kindervriend

Niet minder belangrijk: het was Jo die de eerste uitgave van de brieven van Vincent en Theo bezorgde en bekostigde; het boek verscheen in 1914, hetzelfde jaar waarin ze Theo liet herbegraven naast zijn broer in Auvers-sur-Oise.

Rotopmerkingen

Achteraf lijkt het onbegrijpelijk dat een vrouw die zo belangrijk is geweest voor de kunstgeschiedenis zo lang onzichtbaar is gebleven. Het verhaal van Jo van Gogh-Bonger was niet onbekend, ze duikt op in populaire verfilmingen van het leven van Vincent (ikzelf schreef in 2003 een toneelstuk over haar) en het Van Gogh-museum publiceerde eerder de briefwisseling tussen haar en Theo. Maar het duurde tot 2012 tot het Van Gogh-museum een aparte wand aan haar wijdde (de collectie van het museum bestaat in de kern uit de schilderijen die in het bezit van de familie Van Gogh waren gebleven).

De nauwgezette, prachtig verzorgde biografie van Hans Luijten, onderzoeker bij het Amsterdamse museum, is een even boeiend als noodzakelijk eerbetoon aan deze vrouw. Jammer is wel dat de biograaf zich zo verplicht voelt aan de vele feiten die hij boven water heeft gekregen. Lang niet alles wat hij vermeldt is even pregnant, zeker naar het einde van Jo’s leven toe, wanneer haar inzet voor Vincents reputatie een wel erg boekhoudkundig karakter krijgt. De kleurrijke figuren die Jo bij het vervullen van haar levenstaak in de kunstwereld tegenkomt, krijgen nauwelijks reliëf. Ook zijn stijl schuurt af en toe tegen het cliché aan: ‘Maar gedane zaken namen geen keer en er was geen weg meer terug.’ Niettemin heb ik Luijtens biografie gefascineerd uitgelezen.

Jo was een vrouw in een volledig door mannen gedomineerde wereld. Wanneer zij in haar onderhandelingen over werk van Vincent liet zien over een eigen wil te beschikken, kon ze rekenen op denigrerende opmerkingen over haar capaciteiten. Zoals bijvoorbeeld die van de kunstcriticus Richard Roland Holst: ‘Mevrouw Van Gogh is een charmant vrouwtje, maar het irriteert mij wanneer iemand fanatiek dweept met iets waar zij toch niets van begrijpt, en door sentimentaliteit verblind toch vermeend zuiver kritisch te kunnen zijn. Het is bakvisjesgekwezel voila tout.’ Ook haar lievelingsbroer Andries, die haar aan Theo had voorgesteld, had van mansplainen zijn specialiteit gemaakt.

Ambitie en frustratie

In zijn biografie laat Luijten overtuigend zien dat die dweepzucht van de jonge Jo een mengeling van ambitie en frustratie was. Hij schetst een laat-negentiende-eeuws, vooruitstrevend Amsterdams milieu, dat vrouwen weliswaar zelfstandigheid toestond (Jo volgde een opleiding tot lerares Engels), maar dat tegelijk door-en-door burgerlijk was. In haar dagboeken schreef Jo: ‘O God, als het leven niets anders is dan kousen maken en kopje omwassen en de was doen, waartoe dient het dan. Ik had in een andere tijd moeten leven, ik ben hier niet op m’n plaats geloof ik in onze beschaafde 19e eeuw. Natuurlijk, ik weet wel het leven hangt van kleinigheden aaneen, maar zó hol, zó onbetekenend moet het toch niet zijn.’

Jo werd overtuigd feministe. Vanuit haar geprivilegieerde milieu zette ze zich in voor talloze progressieve zaken en was actief in de SDAP en ontelbare comités. Maar haar vervulling vond ze toch vooral in de inzet voor Vincents werk. Na de catastrofe in Parijs bleef het leven van Jo klein en huiselijk, maar het genie van Vincent vulde de leegte in haar bestaan.

De motor achter haar levenslange inspanningen voor dat werk was haar diepe liefde voor Theo. Hoewel ze later hertrouwde met een smetvrezerige schilder en ook nog een korte passie beleefde met schilder Isaac Israëls (Luijten is de eerste die deze romance, die al snel uitmondt in vriendschap, in kaart brengt), romantiseerde ze de episode in Parijs – ze bracht zelfs begrip op voor het hoerenbezoek van Theo in zijn eenzame dagen.

Rancune

Heel af en toe liet ze iets blijken van de woede die ze koesterde jegens de man aan wie ze haar leven had gewijd. Aan Paul Gachet, zoon van de dokter in Auvers-sur-Oise van wie Vincent het wereldberoemde portret schilderde, gaf ze toe dat ze ‘rancune’ voelt jegens Vincent, omdat hij haar haar geluk had afgenomen. Het was Vincent die de ondergang van Theo op zijn geweten had. Maar zulke gevoelens moffelde ze meteen weer weg in het aangezicht van haar grote taak. De andere erfenis van Theo, haar zoon Vincent, beschermde ze op het verstikkende af.

Toen Jo in 1925 overleed, was Vincent van Gogh een wereldberoemd kunstenaar. De door haar bezorgde brieven waren stof voor het mythologiseren van Vincent als miskend, gepijnigd genie. Jo maakte nog mee hoe dingen die ze zelf had meegemaakt onderdeel werden van een mythisch verhaal, tot haar grote onwennigheid. Maar haar grote taak was volbracht. Een paar jaar voor haar dood schreef ze in een brief: ‘Het is zo fijn aan het eind van mijn leven, na zo veel jaren van onverschilligheid en vijandigheid zelfs van het publiek tegenover Vincent en zijn werk, te voelen dat de strijd is gewonnen.’