Opinie

Vliegschaamte bestaat niet

Gedrag De trend wil dat we ons voor van alles schamen – vliegen, pakketjes bestellen, vlees eten – maar zou schuldgevoel niet logischer zijn? Een wezenlijk verschil, zegt Floor Rusman

Illustratie Bart Nijstad

Op een vrijdag in januari 1990 liep ik met een papieren kroontje op mijn hoofd de peuterspeelzaal in. Daar ging ik op een stoel staan, zoals het hoorde als je jarig was. Ik had het mis: „Nee, dat doen we straks pas. Dan gaan we voor je zingen”, zei de juf. Ik voelde hoe de schaamte zich als een razendsnel gif door mijn lichaam verspreidde.

Ik had het verkeerd gedaan. Eén keer toonde ik bravoure en meteen werd ik op mijn vingers getikt. Het ergste was dat iedereen het had gezien. Ik wilde mezelf wegtoveren, maar ik was al zo oud – vier! – dat ik niet meer geloofde dat je onzichtbaar werd als je je ogen sloot.

Het is mijn eerste herinnering aan schaamte; er zouden er nog vele volgen.

De keer dat ik, dertien jaar oud, op het schoolplein zo hard moest lachen dat ik in mijn broek plaste.

De keer dat ik als achtjarige tegen pas opgekomen narcissen stond te praten – het was gaan vriezen, ik was bang dat ze zouden doodgaan en wilde ze een peptalk geven – en een plotseling opduikende voorbijganger zei: „Nou, jij bent wel érg met ze begaan.”

De keer dat ik, bij het groep acht-toneelstuk, mijn tekst was vergeten en als verlamd de zaal in staarde, waar men eerst zachtjes en allengs harder begon te lachen.

Al deze keren nam de schaamte existentiële vormen aan. De blunder die ik had begaan sloeg terug op mijn hele zijn: alles aan mij was fout en raar, en nu kon iedereen dat zien.

Schaamte is een gebrek aan empathie met jezelf, vond de in 2011 overleden psychoanalyticus Louis Tas. In zijn praktijk had hij er dagelijks mee te maken. Schaamte is „net als zelfminachting ook een soort ziekte”, schreef hij in 1995 in literair tijdschrift De Gids. Psychologen hebben vaak gewezen op het verband tussen schaamte en depressie.

Schaamte is, kortom, een nogal heftige, soms zelfdestructieve emotie. Toch wordt de term de laatste tijd óveral voor gebruikt: vleesschaamte, bezorgschaamte, babyschaamte, enzovoort. Vorig jaar werd ‘-schaamte’ het Onze Taal-woord van het jaar.

De realiteit trekt zich hier intussen weinig van aan. Nederlanders gingen het afgelopen jaar voor het eerst meer met het vliegtuig op vakantie dan met de auto, meldde het Nederlands Bureau voor Toerisme afgelopen woensdag. „Er is niet echt het gevoel van vliegschaamte aanwezig”, aldus onderzoeker Marieke Politiek tegen de NOS.

Ik had al langer het gevoel dat het woord schaamte hier niet op z’n plek was. Media mogen dan veel aandacht besteden aan duurzaamheid, de gemiddelde burger consumeert stoïcijns voort.

Maar ik vroeg me nog iets af. Áls we al een negatieve emotie ervaren bij zaken als vliegen en vlees eten, zou dat dan niet eerder schuldgevoel zijn dan schaamte? Ik voel me wel eens schuldig als ik een Big Mac eet, maar ik schaam me dan niet. Ik zou me misschien schamen als ik de Big Mac zou opeten te midden van een groep veganisten (maar ik zou me ook afvragen waarom die veganisten met mij naar McDonald’s waren gegaan).

Ook als ik onnodig het vliegtuig neem, kan ik me schuldig voelen. Maar schaamte? Tegenover wie dan? Iedereen om me heen neemt óók onnodig het vliegtuig.

Over hoe schaamte en schuld zich tot elkaar verhouden hebben psychologen, filosofen en sociologen talloze boeken geschreven. Er blijken enorm veel verschillen te zijn, ontdek ik (en meningsverschillen over die verschillen).

Allereerst is schuld een individuele emotie en schaamte een sociale, stellen experts. Anders gezegd: bij schuld wordt een interne norm overschreden, bij schaamte een externe. Schaamte gaat over (mogelijke) afwijzing door anderen. Schaamte is sociale pijn, zoals de socioloog Joop Goudsblom het zei. Het is een signaal dat er iets mis is, schreef hij in 1995 in De Gids: degene die zich schaamt „beseft dat hij aanstoot heeft gegeven en zich nu in een kwetsbare en weerloze positie bevindt, overgeleverd aan het onwrikbaar negatieve oordeel van anderen.”

Het idee dat de ander mij zou zien als een aso vond ik niet te verdragen

Goudsblom was in zijn onderzoek naar schaamte geïnspireerd door de socioloog Norbert Elias, die erover schreef in Het civilisatieproces (1939). Volgens Elias is schaamte een vorm van zelfdwang die individuen zichzelf in de vroegmoderne tijd zijn gaan opleggen. Fysiek gevaar, tot die tijd alomtegenwoordig, werd toen vervangen door een minder overzichtelijk sociaal gevaar: het risico aanstoot te geven door een „schaamtegrens” te overschrijden. De groepsmoraal werd dus veiligheidshalve verinnerlijkt.

Bij het lezen over schaamte als sociale pijn moet ik denken aan het spel dat ik laatst met vrienden speelde tijdens een duinwandeling. Elke keer dat er een fietsende tegenligger naderde, gooiden we een leeg blikje cola een duinpan in. We wilden de reacties testen, en die waren opvallend gelijk: bijna iedereen slaakte een kreet van verontwaardiging, sommigen schreeuwden iets naar ons, maar op één persoon na stapte niemand af. Mensen waren kwaad, maar ook weer niet zó kwaad dat ze ons een lesje wilden leren.

Maar ik merkte iets nog interessanters: ik bleek het bijna onmogelijk te vinden het blikje voor de ogen van een medemens weg te gooien. Het idee dat de ander mij zou zien als een aso vond ik niet te verdragen, ook al wist ik dat ik het blikje weer zou oprapen. Mijn actie was niet écht immoreel, maar de schaamte was er niet minder om.

Een tweede verschil tussen schuld en schaamte dat ik tegenkwam: schuld gaat over (het uitblijven van) een handeling, dus over wat je doet; schaamte gaat over wat zo’n handeling over jou zegt, dus over wie je bent. Je kunt je schuldig voelen over het niet bezoeken van een ziek familielid; je kunt je hierdoor ook schamen over het feit dat je een egoïstisch of nalatig mens bent.

Verwant hieraan is het derde verschil: schuldig voelt men zich jegens anderen, beschaamd is men over zichzelf. Louis Tas in De Gids: „[Het zelf] gaat verachtend meekijken naar zichzelf. Dat is mede het verlammende: ben je nou de kijker of juist de bekekene. Innerlijk verdeeld ben je ‘nergens meer’.”

Daar komt dat eerder genoemde citaat van Tas vandaan over een gebrek aan empathie. Wie zich schaamt, verplaatst zich niet in zichzelf, maar in degene die hem veroordeelt. Of zoals Tas het in 1999 zei in een interview met De Groene Amsterdammer: „Gevoelsmatig, tegen beter weten in, identificeert de schamer zich met de minachter, als hij zich afhankelijk voelt van diens oordeel. Wanneer je je schaamt, heul je met de vijand. De haat richt zich tegen jezelf.”

Voor mensen met een laag zelfbeeld is het leven een schaamtekamer, zoals de laconiek-zwartgallige zanger Kurt Vile het noemt in zijn nummer ‘Shame Chamber’. (Een aanrader trouwens; ondanks zijn zelfverachting heeft Vile er een vrolijk liedje van gemaakt. Ik luister er vaak naar als ik me schaam. Laatst nog, toen ik naar mijn mening te lang deed over het schrijven van dit essay.)

‘Shame Chamber’van Kurt Vile.

Gaan we terug naar het vliegen, dan zien we nu duidelijk wat de verschillen zijn tussen schuld en schaamte. Vliegen kan een schuldgevoel oproepen: de vliegtuiggebruiker doet iets waarvan hij weet dat het slecht is, en hij voelt zich schuldig ten opzichte van ‘het klimaat’ of, minder abstract, ten opzichte van toekomstige generaties of van de mensen die nu al lijden onder klimaatverandering.

Vliegen kan ook schaamte oproepen: die schaamte gaat niet over het vliegen zelf, maar over de effecten ervan op het imago en het zelfbeeld van de vlieger. Nu is hij, in de ogen van anderen én van zichzelf, iemand die weet dat vliegen slecht is, en het toch doet.

Schaamte lijkt opportunistischer dan schuldgevoel, omdat het gaat om gezichtsverlies jegens anderen. Daarom wordt schaamte vaak gezien als een lelijke emotie en schuld als een nobele. Maar deze tegenstelling doet schaamte geen recht, schreef de Britse filosoof Bernard Williams in Shame and Necessity (1993), een van de interessantste teksten die ik over het onderwerp vond. Aan de hand van het begrip schaamte in oud-Griekse teksten brengt Williams een nuance aan in de schaamte-schuldtegenstelling. De Grieken kenden het begrip schuld niet, maar daar stond tegenover dat schaamte bij hen veel kon betekenen.

In zijn tragedie Hippolytus maakte Euripides bijvoorbeeld onderscheid tussen twee soorten schaamte, schrijft Williams. Aan de ene kant heb je een personage dat zich uitsluitend schaamt ten opzichte van een sociale groep; ze maakt zich zorgen om haar reputatie. Aan de andere kant staat iemand die zich enkel schaamt ten opzichte van zijn eigen morele overtuigingen. Die overtuigingen zijn helemaal losgezongen van de context.

Daartussenin ligt een vorm van schaamte die rekening houdt met de omgeving, maar niet zomaar elk oordeel over neemt, schrijft Williams. Je schaamt je als het goed is alleen tegenover de mensen wier waarden je deelt.

Gebruiken we het woord schaamte in die betekenis, dan is vliegschaamte een prima term. Hij drukt uit wat schaamte volgens Williams en vele anderen betekent: een ervaren discrepantie tussen het ideale en het werkelijke zelf.

Maar kijken we naar hoe woorden als vliegschaamte doorgaans gebruikt worden, dan lijkt het erop dat men de oppervlakkiger vorm van schaamte bedoelt, waarbij de schamer zich enkel druk maakt om wat maatschappelijk aanvaard wordt – los van de eigen overtuigingen. Schaamte is dan niets meer dan een angst voor sociale afwijzing, een angst om de (nieuwe) maatschappelijke etiquette niet te hebben begrepen.

Dat is denk ik wat veel mensen irriteert aan woorden als vliegschaamte, want spreek je ze aan op zulke angst, dan behandel je ze als kuddedier in plaats van als individu. Alsof ze zelf geen beslissingen nemen over morele vraagstukken.

Bovendien suggereert het dat vliegen (of vlees eten, of dingen laten bezorgen) in onze samenleving al compleet not done is, terwijl het in de praktijk nog steeds normaal wordt gevonden. Ik denk dat weinig mensen zich écht schamen als ze het vliegtuig nemen, vlees eten of dingen laten bezorgen. Ze vinden misschien dat ze zich zouden moeten schamen, maar dat is iets anders. In die zin lopen de ‘-schaamtes’ dus op de zaken vooruit en zijn ze eerder wishful thinking dan adequate beschrijvingen van hoe wij ons voelen.

De term vliegschaamte slaat dus op allerlei manieren de plank mis. En hoewel ik betwijfel of veel mensen zich dan wel schuldig voelen als ze vliegen, vlees eten of dingen bestellen, is schuldgevoel in theorie toch een betere term. Schuld gaat over een handeling, gaat uit van een eigen moraal, en hangt minder samen met ons zelfbeeld.

Lees ook: Vliegen of niet? Hoe je een (duurzame) reisruzie aanpakt

Daar komt nog bij dat schaamte, anders dan schuldgevoel, nogal verlammend werkt, aldus de schaamte-experts. Terwijl schuldgevoel mensen aanzet tot actie (de schuldige wil het goedmaken), leidt schaamte juist tot terugtrekken, apathie. Wie zich schaamt, voelt zich machteloos. Dit is ook het beeld dat in mij opkomt bij vliegschaamte: iemand die als een willoze consument een ticket koopt terwijl hij denkt: „Wat ben ik weer stompzinnig bezig… typisch ik!”

Die machteloosheid voelde ik ook toen ik betrapt werd tijdens het praten tegen narcissen, of toen ik de tekst vergat op het toneel. Het oordeel dat over mij geveld werd, had ik niet in de hand.

Maar in veel gevallen hebben wij natuurlijk wél macht. We kunnen ervoor kiezen ons handelen in overeenstemming te brengen met onze idealen. We kunnen er ook voor kiezen dat niet te doen, omdat we comfort belangrijker vinden. Of we kunnen een middenweg vinden: wél vliegen maar de uitstoot compenseren, of eens per week vlees eten. In alle gevallen hebben wij de regie en kunnen we onze keuzes verdedigen tegen de veroordelende blikken van buiten. Voor verzengende schaamte is dan geen reden meer.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.