Vlees stuwt landbouwexport omhoog

CBS De Nederlandse exportwaarde groeide in tien jaar van 61,5 naar 94,5 miljard. Vlees is nu het tweede exportproduct, na bloemen.

Medewerkers van een tulpenbedrijf in Midwolda. Bloemen zijn nog steeds het grootste landbouwexportproduct.
Medewerkers van een tulpenbedrijf in Midwolda. Bloemen zijn nog steeds het grootste landbouwexportproduct. Foto Huisman Media/ANP

De boeren mogen dan ontevreden zijn, de cijfers vertellen een ander verhaal. Nog nooit exporteerde Nederland voor zoveel miljarden als in 2019. Voor maar liefst 94,5 miljard euro ging er vorig jaar aan landbouwgoederen de grens over, zo blijkt uit cijfers vrijdag van statistiekbureau CBS en de Wageningen Universiteit. Een plus van 4,6 procen ten opzichte van een jaar eerder. Ter vergelijking: tien jaar geleden was die waarde nog 61,5 miljard euro.

In feite is de export zelfs nog groter. Als ook goederen uit aanpalende sectoren, zoals de productie van landbouwmachines en veevoer, worden meegenomen, komt de totale waarde uit op 104,4 miljard euro. Nederland blijft zo de tweede landbouwexporteur ter wereld. Daarbij moet wel een kleine nuance gemaakt worden: ‘slechts’ 68,5 miljard euro komt door bewerking op Nederlandse bodem, de rest was doorvoer.

Lees ook: Nederlandse boeren produceren grotendeels voor het buitenland

De stijging van de export is voor tweederde te danken aan hogere prijzen, een derde doordat er meer werd afgezet. Vooral China speelde daarin een belangrijke rol. Daar had de veehouderij te kampen met de varkenspest, waardoor de vraag naar Nederlands varkensvlees toenam – en in het kielzog ook de prijs. In totaal ging er in 2019 voor 377 miljoen euro aan varkensvlees naar China, ten opzichte van 117 miljoen euro in 2018.


Vlees naar tweede plek

Vlees steeg daarmee, na de sierteelt (bloemen), naar de tweede plaats van belangrijkste exportcategorieën. Dat is opvallend: Nederland is al langer bezig om de veestapel – om verschillende redenen – te verkleinen.

Donderdag werd nog bekend dat er zich ruim 500 varkenshouders hebben aangemeld voor een stoppersregeling. Een gunstige marktprijs door aanhoudende vraag uit het buitenland zou dat enthousiasme weleens kunnen dempen.

Tegenover de export staat ook een recordimport van 64,1 miljard euro – een plus van 3,7 procent tegenover 2018. Het gaat dan onder meer om categorieën aan goederen waar Nederland traditioneel sterk in is, zoals de fruitteelt (6,5 miljard euro) en zuivel en eieren (4,2 miljard euro). „Dat is wel opvallend ja, maar bedenk je ook dat we ook weleens een Italiaans of Frans kaasje willen. Die vallen daar ook onder”, verduidelijkt CBS-econoom Cor Pierik.

Doordat de export harder groeide dan de import, kwam het Nederlandse landbouwhandelsoverschot voor het eerst boven de 30 miljard euro uit. De grootste handelspartner was wederom Duitsland, dat voor 23,6 miljard euro aan goederen afnam, gevolgd door België en het Verenigd Koninkrijk.

Lagere groei bioboeren

De Nederlandse landbouwsector ligt de afgelopen tijd onder een vergrootglas, onder meer vanwege de boerenprotesten en de grote bijdrage van de landbouw aan de Nederlandse stikstofuitstoot. Minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) kondigde daarom al eerder aan te willen inzetten op onder meer kringlooplandbouw.

In het rapport van de Wageningen Universiteit staan ook cijfers over de biologische landbouw in Nederland. Deze hebben – in tegenstelling tot bovenstaande getallen – betrekking op het jaar 2018.

Uit de cijfers blijkt dat biolandbouw weliswaar groeit, maar ook achterblijft bij Europese gemiddelden. In Nederland is bijvoorbeeld 3 procent van het landbouwareaal bestemd voor biologische landbouw, terwijl dat voor de Europese Unie gemiddeld 7 procent is.

Er waren eind 2018 1.787 biologische landbouwbedrijven – dat is 3,3 procent van het totaal. „Het aandeel biologische producten in de landbouw groeit, maar langzaam”, zo concluderen de onderzoekers.