Recensie

Recensie Theater

Toneel-podcast bekritiseert het Nederlands immigratiestelsel

Vluchtelingen In ‘Achttien’ geven interviews een beeld van het immigratiestelsel. De voorstelling is kritisch, maar schiet alle kanten op. Persoonlijke verhalen vinden moeizaam hun plek.

Scène uit de voorstelling ‘Achttien’.
Scène uit de voorstelling ‘Achttien’. Foto Bart Grietens

In Achttien presenteert actrice Serin Utlu een ‘podcast’. Ze voert achttien geïnterviewden op, die allemaal iets te maken hebben met het Nederlands immigratiestelsel. Zo komt een medewerker van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan het woord, een advocaat, buddy’s van vluchtelingen en andere organisaties die een rol spelen in de asielprocedure.

Acteurs Zineb Fallouk, Soufiane Moussouli en Angelo Schuurmans, die zich ook professioneel bezighouden met vluchtelingen, citeren de geïnterviewden. Dit gebeurt op een nogal omslachtige manier: over het toneel zijn lichtbakken verspreid waarop bedrijven of functietitels staan. Aan deze lichtbakken hangen koptelefoons. De acteurs geven de geïnterviewden een stem door hen – koptelefoon op – na te praten. Deze gimmick krijgt pas betekenis als de spelers aan het eind van de voorstelling hun verhaal vertellen aan de hand van andermans woorden. In regie van Bram Jansen is dan al een palet aan meningen en onderwerpen, dat werkelijk alle kanten op schiet, de revue gepasseerd.

Moeizaam

De geïnterviewden doen boude uitspraken, zoals de IND-medewerker die vertelt dat verblijfsvergunningen veelal ‘intuïtief’ worden uitgedeeld en dat het uiteraard uitmaakt of je iemand ‘sympathiek’ vindt. Het is nogal wat, dat hij wordt opgevoerd als dé stem van de IND in een betoog dat tot de conclusie leidt dat ons immigratiestelsel ‘zo lek als een mandje’ is. Dan voelen achttien interviews mager – zeker als vier hiervan familieleden van de acteurs zijn.

Scène uit de voorstelling ‘Achttien’.

Foto Bart Grietens

De persoonlijke verhalen van de acteurs vallen moeizaam op hun plek in de voorstelling. Een bevlogen relaas van Moussouli vormt een positieve uitzondering. Hij plaatst zijn economisch ploeterende ouders, die uit Marokko komen, tegenover jongeren die nu Marokko ontvluchten en in Europa gouden bergen verwachten. Zij worden aangemoedigd door emigranten die op vakantie in Marokko met geld strooien en gedesillusioneerde terugkeerders die hun ‘mislukking’ niet willen toegeven. Zo blijft het beeld van paradijs Europa in stand.