Opinie

Toekijken, afwachten, ook dat is een keuze

Luuk van Middelaar

In al het gerommel aan onze zuidflanken – van Iran tot Syrië en Libië – leek de vernedering deze week compleet. Zonder Europese inbreng probeerden Rusland en Turkije in Moskou een staakt-het-vuren tussen Libische facties te arrangeren. Tripoli ligt op een steenworp van Sicilië, wij krijgen er migranten vandaan, maar Poetin en Erdogan delen er de lakens uit, zo was het beeld. Op de valreep liep de Libische generaal Haftar echter weg van het Moskouse bestand en nu mag kanselier Merkel het zondag in Berlijn opnieuw proberen – en Europa’s eer redden.

Dan is er Iran. Daar lopen Europese landen achter de feiten aan sinds president Trump voorjaar 2018 het nucleaire akkoord opzegde en sancties tegen Teheran instelde, het begin van de recente escalaties. Europa hecht aan het akkoord, maar ontdekte dat het Iran niet kan dwingen het na te leven. Deze week trokken Parijs, Londen en Berlijn, de drie Europese ondertekenaars, de conclusie en startten met tegenzin de geschillenprocedure tegen Iran. Een stap naar de exit en het eind van vijftien jaar diplomatiek engagement.

Ook in het Syrische conflict laat Europa het podium aan andere spelers, Poetin en Erdogan voorop. Anders, ten slotte, is het in de Sahel. Daar steunt met name Frankrijk lokale regeringen in hun strijd tegen het jihadisme, dat oprukt door zwak bestuur, armoede en klimaatdroogte. President Macron hield zondag in Pau een top met leiders uit Burkina Faso, Mali, Mauritanië, Niger en Tsjaad (‘de Sahel G5’). Het zit de Fransen dwars dat zij veruit de zwaarste last dragen van dit werk voor de veiligheid van de regio en heel Europa en als dank van neokolonialisme worden beschuldigd.

In deze heksenketel komt de nieuwe EU-leiding er maar moeizaam tussen. Bij haar start op 1 december zei Ursula von der Leyen „een geopolitieke Commissie” te willen leiden, die in staat is om economisch gewicht van Europa te vertalen in buitenlands beleid. Voor de omgang met grootmachten China en de VS een welkome aanpak. Ook sterk was dat haar eerste reis buiten de EU naar Ethiopië ging, zetel van de Afrikaanse Unie en dus teken van inzet op armoedebestrijding en klimaat. Maar dat etiket ‘geopolitiek’ keert dezer dagen als een boemerang van teleurgestelde verwachtingen terug: voor acute crisisbeheersing in oorlog en vrede is de Commissie niet uitgerust.

Na de Soleimani-liquidatie op 3 januari bracht Europese-Raadsvoorzitter Charles Michel, ook net begonnen, als eerste EU-speler een verklaring uit, al was de prijs voor die snelheid leegheid. Nadien stortte hij zich in shuttle-diplomatie, met bezoeken aan Erdogan in Istanbul en Al-Sisi in Caïro. Ook woonde de Belg op uitnodiging van Macron het Sahelberaad in Pau bij. Deze week kondigde hij een top tussen de 27 EU-leiders en het Sahel-vijftal aan. Zo wordt tenminste één regio zichtbaar tot Europa’s gedeelde zorg.

Toekijken en afwachten is een keuze. De Russische economie is niet groter dan die van Spanje en de Benelux, klinkt het soms schamper. Maar dit toont tegelijk hoezeer macht op het wereldtoneel ook een kwestie is van politieke wil en de bereidheid de binnenlandse kosten te (doen) dragen. Van koloniale avonturen moe willen wij de prijs voor de macht niet meer betalen, totdat de onmacht haar rekeningen stuurt.

Drie dagen na de dood van dertien soldaten in Mali, tijdens het debat over de door hem „hersendood” genoemde NAVO, zei een emotionele Macron in het Elysée naast NAVO-chef Stoltenberg: „Mensen die willen begrijpen wat ‘lastendeling’ betekent, zijn welkom bij de ceremonie die Frankrijk maandag voor de omgekomen soldaten organiseert. Daar zullen ze zien wat de prijs is.”

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht (Leiden).

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.