Maarten Meiners in actie tijdens de World Cup in Oostenrijk, vorig jaar.

Foto Getty Images

Interview

Nederlands beste skiër is professional, maar hij moet zijn eigen ski’s slijpen

Maarten Meiners De Nederlandse skiër Maarten Meiners staat op plek 53 van de wereldranglijst. Met weinig middelen moet hij zich zien te meten met de top.

Naarden, de geboorteplaats van de beste Nederlandse skiër, ligt slechts luttele meters boven zeeniveau. Hij bracht er zijn jeugd door, maar tegenwoordig woont Maarten Meiners (27) het grootste deel van het jaar in een appartement met twee teamgenoten op ruim 550 meter hoogte in Innsbruck, Oostenrijk. Het is de uitvalsbasis voor zijn topsportbestaan, hoewel hij ook daar vaak niet is. Het leven van een professionele skiër speelt zich af waar sneeuw ligt. Is het zomer in Nederland, dan zit hij in Nieuw-Zeeland. Is het winter, dan voornamelijk in de Europese Alpen.

Vorig weekend reed hij in een oranje pak met Nederlandse vlag op zijn arm een wereldbekerwedstrijd in Adelboden, Zwitserland. Ondanks zijn val toen bekleedt hij op dit moment de 53ste plek op de wereldranglijst. Afgelopen seizoen werd hij 28ste op de reuzenslalom bij een WK-wedstrijd in Åre, Zweden. Zijn hoogste klassering tot nu toe. Dit seizoen probeert hij zich opnieuw bij de top-30 van de wereld te scharen.

Zijn liefde voor de sneeuw ontstond tijdens een wintersportvakantie in Zwitserland met meerdere families. De ouders gingen naar de après-ski, de kinderen in de vroege morgen naar skiles. De 5-jarige Meiners voorop.

Bij terugkomst in Nederland wilde hij verder met skiën. De kick van hard een berg afglijden met de g-krachten die aan zijn ledematen trokken – hij vond het geweldig. Hij is dan nog te jong om vaker dan één keer per jaar op wintersport te gaan, dus neemt hij lessen op de kunststof borstelbaan in Huizen. De eerste skimeters vinden meer plaats op plastic dan in de sneeuw.

Tot hij zich aan het einde van de basisschool aansluit bij Skiclub Wolfskamer, bij de borstelbaan in Huizen. Daarmee gaat hij vanaf dat moment elke schoolvakantie naar de bergen voor een trainingskamp. De jaren erna zit hij steeds vaker in Oostenrijk. Skiën verandert van een hobby in topsport. „De docenten vonden het goed zolang ik voldoendes bleef halen”, zegt hij aan de telefoon vanuit Innsbruck. „Dus ik nam een grote tas met boeken en huiswerk mee en dan regelde ik dat wel. Als ik maar kon skiën.”

Hoe was het om op te groeien zonder klasgenootjes of ouders?

„Ik miste hier en daar dingen, op verjaardagen bijvoorbeeld. Maar als kind wilde ik het liefst skiën. Daarbij leerde ik andere kinderen kennen van allerlei nationaliteiten met dezelfde passie als ik. Later, toen ik economie en bedrijfskunde ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam, zag ik wel in dat ik niet een normale studententijd heb gehad. Ik kende wel een paar medestudenten, maar een studenten? Nee. Misschien heb ik dat wel gemist. Maar spijt heb ik op dit moment nog niet. Ik heb er veel voor teruggekregen.”

Je miste geen vriendengroep om je heen?

„Ik heb wel een vriendengroep in Nederland en Innsbruck opgebouwd. Mijn vrienden zitten alleen op verschillende plekken, daardoor zijn de contacten wat oppervlakkiger. Ik kan me voorstellen dat één vaste vriendengroep superleuk kan zijn. Maar wat ik heb, hebben studenten weer niet.”

Bind je je daardoor minder snel aan mensen?

„Misschien wel, ja. Ik heb er op dit moment niet zo’n moeite mee, omdat ik weet dat ik mijn vrienden in Nederland altijd kan bellen of opzoeken. Als ik ze drie maanden niet gezien heb, lijkt het alsof we elkaar gisteren nog hebben gezien. Dat vind ik erg fijn. Voor de rest zijn mijn vriendschappen wel wat oppervlakkiger.”

Voel je je wel eens eenzaam, zonder goede vrienden en familie om je heen?

„Af en toe, als ik veel onderweg ben. Dan gebeurt het dat ik alleen in een hotel zit en alleen eet, ’s avonds. Dat is saai en vervelend. Gelukkig gebeurt dat niet heel vaak. Iedereen heeft dat wel een keer, dat je een saaie werkdag hebt.”

Je werkdag ziet er anders uit dan die van de meeste mensen. Hoe is het om als Nederlander professioneel skiër te zijn?

„Soms heb ik het gevoel dat ik zes keer opnieuw het wiel moet uitvinden. Er komt weinig financiële ondersteuning vanuit de Nederlandse Ski Vereniging. De afgelopen jaren heeft de ondersteuning ups en downs gekend, maar op dit moment zit het in een down.”

Hoe komt dat?

„Dat komt doordat NOC-NSF alleen de meest kansrijke sporten financiert, de sporten waar we een medaille kunnen winnen. Dat is in het skiën lastiger dan bij het schaatsen. Daarin gaat de skibond mee. Bij het paralympisch skiën en snowboarden zijn de medaillekansen groter dan bij mij, dus daar gaat het budget heen. Daarnaast heeft de bond op dit moment een stuk minder topsportbudget dan een jaar of vijf, zes geleden. Toen werd ik beter ondersteund.”

Waar merk je dat aan?

„Neem het team van Oostenrijk, daar hebben ze veel trainers, materiaalmannen en fysiotherapeuten. Mensen die altijd voor je klaarstaan. Op dit moment prepareer ik mijn eigen materiaal, slijp ik mijn eigen ski’s, waardoor ik minder hersteltijd heb na trainingen. We hebben bij mijn team [Global Racing] bijvoorbeeld ook geen fysiotherapeuten, die zoek ik waar het kan op. Dat is als topsporter natuurlijk niet ideaal.”

Eigenlijk doe je mee op wereldniveau met de middelen van een amateur.

„Dat is een uitdaging, want ik heb het lastiger dan mijn concurrenten uit de grote skilanden. Zij hebben een grote organisatie en voor elke leeftijdsgroep een team. Dan kom je stap voor stap verder in je ontwikkeling. Voor mij is het een zoektocht, een weg die ik in mijn eentje aan het afleggen ben om hetzelfde doel te bereiken. Dat is niet altijd even makkelijk.”