Opinie

Macron moet volhouden: langer doorwerken loont

Franse pensioenen

Commentaar

Iedere dag rijden er net weer iets meer treinen en metro’s. Maar de massale staking die Frankrijk al 44 dagen in haar greep heeft, is nog altijd niet voorbij. Het verzet tegen de pensioenplannen van president Emmanuel Macron, het langste aaneengesloten protest sinds de studentenopstand van mei 1968, heeft de Franse economie tot nu toe zo’n 15 miljard euro gekost. Niet alleen ov-personeel, ook onder anderen leraren, advocaten en havenarbeiders hebben hun werk neergelegd. Nadat premier Alain Juppé in 1995 na weken protest de vorige grote pensioenhervorming volledig introk, heeft geen politicus zich durven branden aan ingrijpende aanpassingen. Macron valt alleen al daarom te prijzen.

Voor de Fransen konden zijn plannen nauwelijks een verrassing zijn. Tijdens zijn verkiezingscampagne zei hij dat hij de versnipperde door de staat georganiseerde oudedagsvoorziening wilde ombouwen tot een universele regeling. Op zoek naar meer „sociale rechtvaardigheid” beloofde hij dat mensen die in het oude systeem weinig rechten opbouwden, zoals boeren en andere zelfstandigen, in de nieuwe regeling een fatsoenlijk pensioen zouden krijgen. Daar stond tegenover dat de vele uitzonderingsregimes voor trein- en metropersoneel, moesten opgaan in het nieuwe puntenstelsel. Voor iedereen moet dezelfde minimale pensioenleeftijd van 62 jaar gaan gelden, en Fransen wordt aangemoedigd tot hun 64ste door te werken.

Nu nog gaat personeel van spoorbedrijf SNCF gemiddeld met 56,9 jaar met pensioen, bij OV-bedrijf RATP ligt dat nóg lager. Maar de minimale leeftijd zelf, beloofde Macron destijds plechtig, zou niet omhoog gaan. Ook in de nu zo fel bestreden plannen is 62 jaar de officiële Franse pensioenleeftijd. Dat was niet helemaal eerlijk.

Wat Macron had moeten zeggen is dat het Franse omslagstelsel met de opgelopen levensverwachting onbetaalbaar wordt. Dat is niet alleen in het Franse belang, ook in het Europese. Fransen gaan vroeger met pensioen dan andere EU-burgers en worden ouder dan hun buren. Lang heeft het land kunnen volhouden dat door een gunstige demografie herzieningen onnodig zijn. Maar het geboortecijfer loopt langzaam terug en de verhouding tussen het aantal gepensioneerden en werkenden groeit scheef. Zonder gewijzigd beleid zou de Franse pensioenkas in 2025 met een tekort tussen 8 en 17 miljard euro kampen. Dat is overzichtelijk als de begroting ruimte zou laten. Maar net als zijn voorgangers is Macron er nog altijd niet in geslaagd de overheidsuitgaven terug te brengen. De staatsschuld ligt ver boven de grens die voor eurolanden geldt.

Via een omweg probeerde zijn regering de Fransen aan te sporen toch langer te werken: wie vroeger dan de aanbevolen pensioenleeftijd van 64 jaar stopt moet inleveren, wie doorgaat krijgt extra geld. Maar de ingewikkelde rekenwijze voor deze âge pivot werd door weinig mensen begrepen, zelfs niet door de grootste vakbond CFDT, die de hervorming aanvankelijk steunde. Om het vakbondsfront te breken werd dit cruciale onderdeel van het plan afgelopen week door de premier ingetrokken. Dit soort concessies geeft de meer radicale vakbonden nieuwe energie: zij willen dat het hele plan van tafel gaat. Maar wat daarvan rest is slechts een schim van het ambitieuze origineel.

Opnieuw zien burgers van EU-landen waar de noodzaak tot langer doorwerken wél onomwonden is overgebracht dat in Frankrijk protesteren loont. Als Macron zijn hervormingen én zijn Europese leidersrol niet in gevaar wil brengen, houdt hij voet bij stuk.