‘Juiste zorg ontbrak bij suïcidale jongeren’

Zelfdoding Voor het eerst is diepgaand onderzoek gedaan naar jongeren die overleden aan zelfdoding. Continuïteit van zorg ontbreekt vaak.

Een groot deel van de jongeren die in 2017 suïcide pleegden, kreeg niet de zorg die paste bij hun complexe situatie. Dat blijkt uit een kwalitatief onderzoek door Stichting 113 Zelfmoordpreventie.

Het is de eerste keer dat in Nederland diepgaand onderzoek wordt gedaan naar jongeren die aan zelfdoding zijn overleden. Er zijn ruim honderd interviews afgenomen met nabestaanden en hulpverleners van 35 overleden jongeren.

In 2017 overleden 81 jongeren (50 jongens en 31 meisjes) tussen de 10 en 20 jaar oud door zelfdoding. Een aanzienlijke toename in vergelijking met voorgaande jaren, toen waren het er gemiddeld 51 per jaar. In 2018 was het aantal zelfdodingen weer op het oude niveau. Een duidelijke verklaring voor de plotselinge toename in 2017 hebben de onderzoekers niet. Wel ontwaren ze verschillende patronen die voorafgingen aan de zelfdoding.

Zeven meisjes hadden in hun vroege jeugd ogenschijnlijk weinig problemen. Ouders vertelden aan de onderzoekers dat de „intelligente” meisjes op school en sociaal vlak altijd het beste uit zichzelf wilden halen. Op de middelbare school werd het voor hen steeds moeilijker om aan hun eigen hoge verwachtingen te voldoen, wat hun zelfbeeld verlaagde.

„Vanaf dat moment kwamen zij in een negatief patroon terecht.” Zes van hen ontwikkelden depressieve gevoelens, een gedragsstoornis, eetproblemen, angstklachten of gingen automutileren. In combinatie met suïcidaliteit ontstond een complex ziektebeeld waardoor het moeilijk was om passende zorg te vinden.

Een tweede patroon viel op binnen een groep van vier jongens en twee meisjes die vanwege leerproblemen, gedragsproblemen of psychische problematiek naar het speciaal onderwijs moesten, waar de meesten van hen gesterkt werden in hun gevoel anders te zijn dan hun leeftijdsgenoten. De jongeren verloren het contact met oude schoolvriendjes en kwamen terecht tussen kinderen met wie ze zich soms moeilijk of helemaal niet konden identificeren.

Het kwam voor dat zorgaanbieders aangaven de suïcidaliteit van een jongere niet te kunnen behandelen voordat zij zouden stoppen met alcohol en drugs gebruiken. De jongeren die wel een behandeling kregen, waren vaak niet therapietrouw of hadden geen klik met de hulpverlener.

Het laatste patroon dat uit het rapport naar voren kwam, is dat zeven jongeren onverwacht voor hun omgeving een eind aan hun leven maakten. Deze groep werd door nabestaanden beschreven als makkelijk en rustig, maar vaak ook als stil of teruggetrokken.

Het ontbreken van continuïteit van zorg – met name het wisselen van hulpverleners en de overstap naar een andere afdeling of instelling – was volgens de ouders en hulpverleners een belangrijk knelpunt. In de laatste periode van het leven van de jongeren werden zij volgens het rapport vaak geconfronteerd met een ingrijpende gebeurtenis, zoals overplaatsing naar de volwassenenpsychiatrie, een negatieve beoordeling op school of teleurstelling in de liefde.

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn ‘113 Zelfmoordpreventie’. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl